Double Dutch and how to speak it?
Part 3

You haven't had enough? I got to give it to you, you're quite some determined reader. Ok, now we have agreed upon your persistence, it's about time to tickle your intellectual abilities further. This page deals with various tenses of irregular verbs. The translations may put some strain on you since my pages don't provide you with a dictionary (yet) enabling you to translate every term used. I am not crazy! (Well maybe).

1. Verbs - basic conjugation
2. Past, present & future - Irregular verbs
Double Dutch and how to speak it - part 1
Double Dutch and how to speak it - part 2
Verbs - basic conjugation
(according to an example)

Instead of putting to in front of a verb like in English, Dutch uses what one calls the ‘whole’ verb. In this sense English is much more easy than Dutch that likes to change the verbs all the time. Most verbs end with -en. So it looks like nem-en, lop-en, fiets-en, houd-en, slap-en. Conjugations of pronouns always take place at the first part of the verb (stem = stam). Not necessary to say that these general rules mostly apply to regular verbs. Generally what happens is the following:

TO TAKE - NEMEN

I take; I took, I have/had taken- ik neem, ik nam, ik heb/had genomen
- the ‘whole’ verb is shortend to the ‘stem’ of the verb
he/she takes, he/she took, he/she has taken - hij/zij neemt, hij/zij nam, hij/zijheeft genomen
- the verb is complemented with a t
we take, we took, we have taken - wij nemen, wij namen, wij hebbengenomen
- 1st person plural takes the whole verb
they take, they took, they have taken - zij nemen, zij namen,zij hebben genomen
- plural takes the whole verb.

back to top

Past, present & future - Irreggular verbs

Since regular verbs are most easy to conjugate they are no fun!. here we are going to have to deal with the challenge of irregular verbs.

Since I got the pretense to be mr. Funnyguy, I have added some hidden clues to famous songs, movies, quotes and such in the example sentences. It's up to you to guess where they are taken from. No prices to be won, alas (I'm not crazy).
If you can make up other funny examples, feel free to mail them.

Note: not all English irregular verbs, are irregular in Dutch and vice versa. I won’t deal with these exceptions in the list and sustain with verbs irregular both in English and Dutch..

For further information on word order I refer to: Double Dutch and how to speak it - part 1, 'Word Order'


forgive		forgave		forgiven		         I haven’t forgiven you
vergeven	         vergaf		vergeven		         Ik heb je niet vergeven
Present		Past tense	Complete? tense		Example
be		was		been			To be or not to be
zijn		was		geweest			Zijn of niet zijn
bear		bore		borne			Can you bear this burden?
(ver)dragen	(ver)droeg	(ver)gedragen		Kunt u de last dragen?
beat		beat		beaten			He beat him to death
slaan		sloeg		geslagen	  	         Hij sloeg hem dood
become		became		become			Death becomes her
worden		werd		geworden		         De dood past goed bij haar
befall		befell		befallen		         Something evil has befallen him
overkomen	         overkwam	         overkomen		         Er is hem iets slechts overkomen
begin		began		begun			Begin the beguine
beginnen	         begon	          begonnen		         Begin begijn
bend		bent		bent			He bent under the pressure
buigen		boog		gebogen			Hij boog onder de druk
bid		bade		bidden			I bid you!
bevelen		beval		bevolen			Ik beveel u!
bind		bound		bound			He was bound by oath in Oathbound
binden		bond		gebonden		         Hij was door eed gebonden
							in Oathbound
bite		bit		bitten			The dog bit me
bijten		beet		gebeten			De hond beet me
blow		blew		blown			Blow your horn
blazen		blies		geblazen	       	        Blaas je hoorn
break		broke		broken			He broke the twig into pieces
breken		brak		gebroken		        Hij brak de tak in stukken
bring		brought		brought			You don't bring me flowers anymore
brengen		bracht		gebracht		         Je brengt nooit meer bloemen mee
buy		bought		bought			She bought him a scarf
kopen		kocht		gekocht			Ze kocht hem een sjawl
cast		cast		cast			..cast the first stone
werpen		wierp		geworpen		         ...werpt de eerste steen
catch		caught		caught			He caught her redhanded
vangen		ving		gevangen		         Hij betrapte haar op heterdaad
choose		chose		chosen			What have you chosen?
kiezen		koos		gekozen			Wat heeft u gekozen?
come		came		come			Come as you are!
komen		kwam		gekomen			Kom zoals je bent!
creep		crept		crept			He crept upon his teacher
kruipen		kroop		gekropen		         Hij kroop naar zijn leraar
cut		cut		cut			Cut the crap and stop beating
							around the bush
snijden		sneed		gesneden		         Kappen met die onzin en draai
							niet om de zaken heen
dig		dug		dug			He dug a hole for another
graven		groef		gegraven		         Hij groef een gat voor een ander
do		did		done			What have you done lately?
doen		deed		gedaan			Wat heb je zoal gedaan?
draw		drew		drawn			That’s where he drew the line
trekken		trok		getrokken		         Daar trok hij de lijn
drink		drank		drunk			He drank a whole bottle of wine
drinken		dronk		gedronken		         Hij dronk een hele fles wijn
drive		drove		driven			He drove his car into a ravine
(auto)rijden	reed		gereden			He reed zijn auto een ravijn in
eat		ate		eaten			We have eaten well
eten		at		gegeten			We hebben goed gegeten
fall		fell		fallen			He fell into a canyon
vallen		viel		gevallen		         Hij viel in een ravijn
fight		fought		fought			He fought his own battle
vechten		vocht		gevochten		         Hij vocht zijn eigen strijd
fling		flung		flung			She was flung out of the car
werpen		wierp		geworpen		         Zij werd uit de auto geworpen
fly		flew		flown			Fly with me
vliegen		vloog		gevlogen		         Vlieg met mij
forbid		forbade		forbidden		         I forbid you
verbieden	         verbood		verboden		         Ik verbied je
forget		forgot		forgotten		         I have forgotten what I
							wanted to type
vergeten	         vergat		vergeten		         Ik ben vergeten wat ik
							wilde typen
freeze		froze		frozen			When hell freezes over
vriezen		vroor		gevroren		        Als de hel bevriest
get		got		got			I have got you babe
krijgen		kreeg		gekregen		         I heb je gekregen schat
give		gave		given			He gave all he got
geven		gaf		gegeven			Hij gaf alles
go		went		gone			He went away
gaan		ging		gegaan			Hij ging weg
hang		hung		hung			He hung a picture on the wall
hangen		hing		gehangen		         Hij hing een foto aan de muur
hide		hid		hidden			He hid behind the protective
							back
verbergen	         verborg		verborgen		         Hij verschool zich achter
							haar beschermende rug
hit		hit		hit			She hit him on the head
							with her purse
slaan		sloeg		geslagen		         Ze sloeg hem op het hoofd
							met haar tasje
hold		held		held			Hold on to what you have got
vasthouden	hield vast	vastgehouden		Houd vast aan wat je hebt
keep		kept		kept			She kept something from him
houden		hield		gehouden		         Zij hield iets voor hem verborgen
know		knew		known			I know, I know
weten		wist		geweten			Ik weet het
(also: kennen, 	kende, 		gekend)
leap		leapt		leapt			She leapt  in faith
springen	         sprong		gesprongen		Zij sprong  vol vertrouwen
leave		left		left			Elvis has left the diner (Hey)
(ver)laten	(ver)liet	         (ver)laten		Elvis heeft de snackbar verlaten
let		let		let			I just let it go
laten		liet		gelaten			Ik liet het gewoon gaan
lie		lay		lain			To lie with women is an abomination
liggen		lag		gelegen			Liggen met vrouwen is walgelijk
lose		lost		lost			Ricky don’t lose that number
verliezen	         verloor		verloren		         Ricky verlies dat nummer niet
meet		met		met			Meet my friend from...
ontmoeten	         ontmoette	         ontmoet			Ontmoet mijn vriend(in) uit
read		read		read			Read  my lips
lezen		las		gelezen			Lees  mijn lippen
ride		rode		ridden			The knight rode up to the peasant
rijden		reed		gereden			De ridder reed naar de boer
rise		rose		risen			The sun rose into splendor
opstijgen	         steeg op	         opgestegen		De zon steeg op in glorie
say		said		said			He said, she said
zeggen		zei		gezegd			Hij zei, zij zei
see		saw		seen			I haven’t seen you for a while
zien		zag		gezien			Ik heb jou een tijdje niet gezien
seek		sought		sought			They seek him here,
							they seek him there
zoeken		zocht		gezocht			Ze zoeken hem hier,
							ze zoeken hem daar
sell		sold		sold			She sells seashells
verkopen	verkocht	verkocht		Zij verkoopt zeeschelpen
send		sent		sent			She sent him a ‘dear John’
zenden/sturen	zond/stuurde	gezonden/gestuurd	         Ze zond hem een vaarwelbriefje
shine		shone		shone			The sun shone  me in the eyes
schijnen	         scheen		geschenen		         De zon scheen in mijn ogen

shoot		shot		shot			The sun shot daylight, daylight?
schieten	         schoot		geschoten		          De zon schoot daglicht, daglicht?
shrink		shrank		shrunk			Honey, I shrunk the kids
krimpen		kromp		gekrompen		         Schat, ik heb de kinderen gekrompen
shut		shut		shut			Shut the door
sluiten		sloot		gesloten		         Sluit de deur
sing		sang		sung			The kid sang out of tune (quite)
zingen		zong		gezongen		          Het kind zong vals (nogal
sink		sank		sunk			The Titanic sank long ago
zinken		zonk		gezonken		         The Titanic zonk lang geleden
sit		sat		sat			The maid sat on the daise
zitten		zat		gezeten			De dienstmeid zat op de troon
sleep		slept		slept			Don Juan supposedly slept 
							with many women
slapen		sliep		geslapen		         Don Juan sliep waarschijnlijk
							met vele vrouwen
slide		slid		slid			The snake slid towards its prey
glijden		gleed		gegleden		         De slang gleed naar zijn prooi
sling		slung		slung			He slung the bag over his shoulder
werpen		wierp		geworpen		         Hij wierp de zak over zijn schouder
smell		smelt		smelt			Can you smell it? The great outdoors
ruiken		rook		geroken (not to stink) 	Kan je het ruiken? De natuur
smite		smote		smitten			She smit him on the face
slaan		sloeg		geslagen		         Ze sloeg hem in het gezicht
speak		spoke		spoken			Do you speak dutch?
spreken		sprak		gesproken		         Spreekt u Nederlands?
spin		spun		spun			The spider spun its web
spinnen		spon		gesponnen		         De spin spon haar web
split		split		split			The rock was split in two
splijten	         spleet		gespleten		         De rots was in tweeën gespleten
spoil		spoilt		spoilt			The partybooper spoilt it all
bederven	         bedierf		bedorven		         De pretbederver bedierf alles
stand		stood		stood			She stood firm
staan		stond		gestaan			Ze stond haar mannetje
steal		stole		stolen			He stole a car, but
							didn’t get far
stelen		stal		gestolen		         Hij stal een auto,
							maar kwam niet ver
sting		stung		stung			A bee stung me!
steken		stak		gestoken  		De bij stak me
(by a bee, or else the meaning would be to stab)
stink		stank		stunk			He stank like the cesspit of hell
stinken		stonk		gestonken		         Hij stonk als de beerput van de hel
strike		struck		struck			The batter struck a home run
slaan		sloeg		geslagen		         De slagman sloeg een homerun
swear		swore		sworn			I solemnly swear it
zweren		zwoor		gezworen  		Ik zweer het plechtig
(not to curse)
swim		swam		swum			The shark swam towards the
							sealshaped surfboard
zwemmen		zwom		gezwommen		         De haai zwom naar de
							zeehonvormige surfplank
take		took		taken			Wait, I’ll take over now
nemen		nam		genomen			Wacht, ik neem nu over
teach		taught		taught			The mistress taught her
							slave brand new games
onderwijzen	onderwees	         onderwezen		The meesteres leerde haar
							slaaf gloednieuwe spelletjes
think		thought		thought			I think you know what I am
							talking about
denken		dacht		gedacht			Ik denk dat je weet waar ik
							het over heb
tread		trod		trodden			He who treads here, dies
treden		trad		getreden		         Hij die hier treedt, sterft
wear		wore		worn			Have you worn this frock before?
dragen 		droeg		gedragen (clothing)	Heb je die jurk eerder gedragen?
win		won		won			I have won the lotery (yeah right)
winnen		won		gewonnen		         Ik heb de loterij gewonnen (tuurlijk
wind		wound		wound			She wound him around her finger
winden		wond		gewonden		         Ze wond hem rond haar vinger
wring		wrung		wrung			Herr Flick wrung ze anzer out of me
wringen		wrong		gewrongen		         Herr Flick wrong de antwoorden uit me
write		wrote		written			My baby wrote me a letter
schrijven	          schreef		geschreven		Mijn lief schreef me een brief
back to top



Suggestions? Comments? Please drop me a note.
Any suggestion about improving this page will be welcomed as a pleasant surprise.

Back to Double Dutch - part 1 Back to Double Dutch - part 2
©Rick Vermunt