| | overzicht staatshoofden | | historisch overzicht | | Naar homepage |
Koning Willem III.
Alexander
Paul Frederik Lodewijk van Oranje-Nassau, wordt geboren te Brussel op 19 februari
1817 als zoon van Willem II en Anna Paulowna. Nadat
hij een militaire opleiding heeft gevolgd, trouwt hij op 18 juni 1839 met zijn
nicht Sophia van Württemberg. Uit dit huwelijk worden drie zonen geboren:
in 1840 Willem, in 1843 Maurits en in 1851 Alexander. Het huwelijk was echter
niet gelukkig. In 1851 zet zijn schoonfamilie de voorbereidende stappen tot
een echtscheiding. Deze vindt geen doorgang, maar sindsdien leeft de koningin,
gescheiden van haar man, op het Huis ten Bosch in Den Haag. Alleen bij officiële
plechtigheden verschijnt zij nog in het publiek. Ze overlijdt op 3 juni 1877.
Als kroonprins wordt Willem III door zijn vader, met wie hij vrijwel doorlopend conflicten had, buiten alle staatszaken gehouden. Met name het voornemen van Willem II, tot een grondwetsherziening in liberale geest, leidt tot scherpe tegenstellingen. Na het aannemen van de grondwetswijziging in 1848, die de persoonlijke bevoegdheden van de koning zeer beperkt, doet de kroonprins afstand van zijn opvolgingsrecht en eist openbaarmaking daarvan in de Staatscourant. Zijn vader, koning Willem II, weigert dit echter.
Spoedig daarna overlijdt Willem II en volgt Willem III hem in november van 1849 toch op als koning. Dat hij daarbij genoodzaakt is het om kabinet van Thorbecke te accepteren, is een bittere pil voor hem. Hij verzet zich vergeefs tegen de constitutionele en liberale vernieuwingen. In de eerste jaren van zijn regering duiken er geregeld geruchten op over een staatsgreep die de koning zou beramen, met name in 1853 als de Aprilbeweging hiervoor een gunstig klimaat lijkt te scheppen.
De liberale grondwet van 1848 geeft alle Kerken het recht zich naar eigen goeddunken te organiseren. De aangekondigde vorming van het katholieke aartsbisdom Utrecht en de vier katholieke bisdommen Haarlem, 's-Hertogenbosch, Breda en Roermond, stuit op grote tegenstand van protestants Nederland. Thorbecke keurt het pauselijk besluit echter goed. Door de Aprilbeweging worden er 200.000 handtekeningen verzameld, die worden aangeboden aan Koning Willem III met het verzoek het besluit van de paus af te keuren. De koning reageert, tegen het regeringsbesluit in, met een van sympathie getuigend antwoord. In reactie hierop vraagt de regering Thorbecke haar ontslag aan. Deze ontslagaanvraag wordt door Willem III aanvaard. Een ander bewijs van het de 'groot protestantse' denkwijze van de koning vinden we in de Wet op het lager onderwijs van 1857. Verder laat Willem III zich overigens niet vaak verleiden tot antipapisme.
Over het algemeen laat Koning Willem III zijn ministers hun gang gaan, maar zelfs de geringste schijn van inbreuk op zijn rechten doet hem ontsteken in woede. Ook laat hij sympathieën en antipathieën, bijvoorbeeld jegens Thorbecke, zijn gedrag beïnvloeden zoals bij de kabinetsformaties, waarin hij het laatste woord heeft. Van 'parlementaire' en 'homogene' kabinetten wil hij niets weten en daar waar hij de kans krijgt, dringt hij de formateurs conservatieve figuren op. Hoewel Willem een tegenstander van het liberalisme is, kan hij niet verhinderen dat in 1887 een grondwetsherziening tot stand komt, die een verdere democratisering van het staatsbestel inluidt.
In de jaren 1867-1868 speelt de zogenaamde Luxemburgse kwestie. Sinds 1814 behoorde het groothertogdom Luxemburg tot het persoonlijk bezit van het Huis van Oranje. De Franse keizer Napoleon III wil Luxemburg echter na de overwinning inlijven bij Frankrijk om het Europese machtsevenwicht te herstellen. Nadat Willem III heeft geprobeerd om Luxemburg aan Napoleon III te verkopen werd in 1867 in Londen een compromis bereikt. Luxemburg bleef aan het Huis van Oranje en zou neutraal blijven. De Tweede Kamer is ontstemd over het feit dat de regering de Nederlandse neutraliteit in gevaar gebracht heeft en eiste haar aftreden. Dit is niet wat Willem wil en daarom ontbindt hij de Kamer.
Het persoonlijk leven van de koning geeft vaak aanleiding tot ergernis, ook in het buitenland. Enige weken na de dood van koningin Sophia geeft hij te kennen dat hij wil trouwen met een Franse operazangeres, mademoiselle Ambre, die hij - zonder ministerieel contraseign en dus ongeldig - in de adelstand verheven had. Het kabinet protesteert krachtig en prins Frederik bezweert zijn neef de kroon neer te leggen. De koning laat daarop zijn voornemen varen en een jaar later wordt zijn verloving bekend gemaakt met de dan 20 jarige prinses Emma van Waldeck-Pyrmont.
Het huwelijk wordt op 7 januari 1879 voltrokken. Op 31 augustus 1880 wordt uit dit huwelijk prinses Wilhelmina geboren. Vanaf dat moment verblijft de vorst meestal op het Loo waar hij op 23 november 1890 overlijdt. Omdat de drie zonen uit zijn eerste huwelijk allemaal reeds overleden zijn, wordt hij na zijn overlijden opgevolgd door zijn dochter Wilhelmina. Omdat prinses Wilhelmina bij het overlijden van haar vader nog minderjarig is, treedt haar moeder koningin Emma tot 1898 (het jaar waarin Wilhelmina 18 jaar wordt) op als regentes. Omdat een vrouwelijk staatshoofd voor Luxemburg niet acceptabel is, treedt het groothertogdom in 1898 uit het Koninkrijk der Nederlanden.