| overzicht staatshoofden | historisch overzicht | Naar homepage

Karel III 'de Dikke'

Voor een overzicht van de stamboom van de Karolingen: click hier

Karel III, bijgenaamd 'de Dikke', koning, later keizer, wordt in 839 geboren als zoon van Lodewijk II 'de Duitser' en Emma Welf van Beieren. Karel III is de jongste uit een gezin van zeven kinderen. Hij heeft vier zussen en twee broers. De broers zijn Carloman en Lodewijk III 'de Jonge'. Via de overwinning van Lodewijk 'de Jonge' op Karel 'de Kale' in 876 komt Lotharingen (en daarmee het grootste deel van wat later de Nederlanden zullen worden) terecht bij Lodewijk 'de Duitser' die echter nog datzelfde jaar overlijdt.

Als Lodewijk 'de Duitser' overlijdt, wordt hij opgevolgd door zijn drie zonen die alle drie koning worden: Carloman in Beieren, Lodewijk III 'de Jonge' in Saksen en Karel III 'de Dikke' in Schwaben. Karel 'de Dikke' profiteert vervolgens van het vroegtijdige overlijden van zijn beide broers. Carloman van Beieren overlijdt nauwelijks vier jaar later, in 880, waarbij hij alleen een volwassen bastaardzoon, Arnulf geheten, achterlaat. Deze Arnulf krijgt uit de erfenis alleen het markgraafschap Karinthië toebedeeld. Lodewijk III "de Jongere" overlijdt twee jaar later, in 882, en laat alleen een dochter na. Dientengevolge heeft Karel III ineens het rijk alleen in Oost Franken.

Op 12 december 884 sterft de 16-jarige Westfrankische koning Carloman aan een beenwond opgelopen tijdens de jacht. De Westfrankische edelen nodigen keizer Karel de Dikke, koning van het Oostfrankenrijk en Italië ook het westen over te nemen. Hiermee is het Karolingische Rijk weer herenigd. De hervonden eenheid binnen het Frankische rijk zal echter niet langer dan zo'n twee jaar duren en dit heeft alles te maken met het gebrek aan leiderschap en politiek inzicht van Karel III.

De problemen ontstaan wanneer Karel 'de Dikke' uitzichtsloze veldtochten naar Bohemen en Italië uitvoert, terwijl de Noormannen ondertussen ongehinderd de Rijn, Schelde, Seine en Maas op- en afvaren en naar hartelust moorden en plunderen. In 884 wordt Karel III gedwongen om een schatting van 2412 pond in goud en zilver te betalen aan de Noormannen Godfried en Sigifridus. Op die manier hoopt hij verdere plunderingen te kunnen voorkomen. Ze krijgen bovendien Friesland als "leen" maar gaan desondanks gewoon door met plunderen. In 885 verhindert de moord op Godfried de stichting van een Noormannenrijk in Friesland.

In Noord-Frankrijk blijven de Noormannen echter aktief en zelfs Parijs wordt door hen belegerd. In 886 doen de verdedigers van Parijs, graaf Odo en zijn broer Robert, een wanhopig beroep op keizer Karel III om hulp. Deze stuurt, tevergeefs, zijn beste generaal. In oktober van dat jaar komt Karel hoogstpersoonlijk met een leger naar Parijs en slaat zijn kamp op, op de heuvel van Montmartre net buiten de stad. Hij weet echter, ook ditmaal, niets beters te bedenken dan de Noormannen af te kopen en ze toe te staan om in Bourgondië te "overwinteren" (lees: plunderen).

Naast de Noormannen, heeft Karel 'de Dikke' te kampen met een slechte gezondheid. Hij wordt geplaagd door verschrikkelijke hoofdpijnen. Na het debâcle in Parijs trekt de doodzieke keizer zich op zijn landgoed terug en brengt daarmee de genadeslag toe aan de geloofwaardigheid van de Karolingische koningen.

Intussen zijn de keurvorsten het bewind van Karel III meer dan beu, en wordt hij gedwongen zijn keizerskroon af te zetten. Arnulf van Karinthië (de bastaardzoon van Karel's broer Carloman) wordt in Oost-Franken tot koning verheven. Dit is van belang omdat hiermee in het Oosten een eind kwam aan de erfopvolging en de gekozen vorst zijn intrede deed. Het west-frankische rijk en Italië gaan ieder huns weegs en kiezen een eigen regent. In west-franken zorgt het vertrek van Karel III voor een machtsvacuüm. De wettige opvolger Karel 'de eenvoudige' is te jong en te zwak en zo wordt graaf Odo van Parijs, een niet-Karolinger, tot koning gezalfd.

Op 13 januari 888, kort na zijn afzetting, overlijdt Karel III te Neudingen vlakbij Fürstenberg aan de Donau. Hij is begraven in de abdij van Reichenau. Zijn huwelijk met Richargdis (dochter van een Elzasser graaf) is kinderloos gebleven zodat hij geen wettige erfgenaam nalaat, alleen een bastaardzoon Bernard (geboren uit zijn relatie met een onbekende vrouw). Deze overlijdt echter al in zijn tienerjaren en kan de dynastie dus ook niet voortzetten.

Bronnen: