| Vorige periode | Geschiedenis overzicht | Staatshoofden | Homepage

De twintigste eeuw (1900 tot 1950).

In 1898, net voor de eeuwwisseling wordt Wilhelmina koningin van Nederland. In de eerste helft van de twintigste eeuw maakt het land een roerige periode door: de Eerste Wereldoorlog, de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog. Daarna volgt een periode van wederopbouw en economische voorspoed.

1900: invoering leerplicht.
Totstandkoming van de leerplichtwet die het schoolbezoek van kinderen gedurende zes jaren verplicht stelt. Als gevolg van het sterk toegenomen schoolbezoek vermindert het analfabetisme.

1907: eerste bioscoop in Nederland.
In Amsterdam wordt de eerste Nederlandse bioscoop geopend.

1914-1918: Eerste Wereldoorlog.
Hoewel de Eerste Wereldoorlog aan het neutrale Nederland voorbij gaat, worden veel goederen schaars. Op bepaalde momenten wordt er zelfs honger geleden. Na de val van Antwerpen in 1914 trekken zo'n 1 miljoen Belgische vluchtelingen naar Nederland. Door het torpederen van Nederlandse schepen en de mijnen op de Noordzee wordt de schaarste aan voedsel in Nederland steeds groter. In Amsterdam leidt dit tot het 'aardappeloproer'.

1917: kiesrecht.
Invoering van het mannenkiesrecht.

1918: Spaanse griep.
De Spaanse griep veroorzaakt wereldwijd zo'n 20 miljoen doden.

1919: herziening Arbeidswet.
Het parlement aanvaardt de Arbeidswet. Deze wet verbiedt arbeid door kinderen beneden de 14 jaar en beperkt de werktijden tot acht uur per dag en maximaal 45 uur per week. Tevens wordt in dit jaar de Invaliditeitswet ingevoerd. Hierdoor zijn arbeiders verzekerd van een uitkering.

1921 - 1924: economische recessie.
Nederland beleeft een economische recessie. De werkloosheidskassen van de vakbewegingen zijn leeg. Vanuit de regering wordt voorzichtig steun gegeven. Dit leidt ertoe dat de regering een steunregeling opstelt.

1922: kiesrecht voor vrouwen.
Invoering van het vrouwenkiesrecht.

1929 e.v.: crisisjaren.
De beurskrach in New York is de start van een diepe economische depressie die tot ver in de jaren dertig doorgaat en grote politieke gevolgen heeft. In 1931 stijgen de werkloosheidscijfers in Nederland tot ongekende hoogten. Vanaf 1932 moeten werklozen dagelijks 'stempelen' om in aanmerking te komen voor steun. Stempelen kan bij de penningmeester van hun vakbond, de gemeentesecretarie of bij aparte stempellokalen.

1940: inval van de Duitsers.
Het kleine en slecht bewapende Nederlandse leger staat machteloos tegenover de Duitse troepen wanneer deze, zonder voorafgaande oorlogsverklaring op 10 mei 1940 ons land binnenvallen. De Duitse overmacht valt onze verdediging, die geconcentreerd is aan de oostgrens en in Holland en Zeeland (de waterlinie), van twee kanten aan. De verovering van Den Haag, Rotterdam en de Moerdijkbruggen door parachutisten maken de waterlinie onbruikbaar. Slechts bij de Grebbeberg en de Afsluitdijk weten de Nederlandse troepen de opmars van de vijand te stuiten. Om dit verzet te breken en een capitulatie af te dwingen voordat Engeland en Frankrijk effectief hulp kunnen bieden, bombarderen de Duitsers de Rotterdamse binnenstad. Meer dan 1000 mensen verliezen hierbij het leven. Het Duitse dreigement, dat bombardementen op andere steden zouden volgen, dwingt de opperbevelhebber van de Nederlandse troepen, generaal Winkelman, op 14 mei tot capitulatie. Een dag eerder is koningin Wilhelmina uitgeweken naar Engeland waar zij een symbool wordt voor het Nederlandse verzet. Na de capitulatie wordt het gezag over Nederland overgedragen aan de Oostenrijker Seyss-Inquart.

1940 - 1944: voedseldistributie.
Door de oorlog in Europa wordt voedsel schaars. Het ene product na het andere gaat op de bon. Het begint met koffie, thee, brood, bloem, boter, margarine en vetten. Later volgen ook producten als zeep, textiel, kolen, turf, gas en licht.

1942: Joden vervolging.
De Duitsers beginnen aan de uitvoering van de 'Endlösung der Judenfrage' met grote razzia's op joden in Amsterdam. In de daarop volgende jaren worden velen afgevoerd naar de concentratiekampen in Duitsland.

1943: Arbeitsinzet.
Alle mannen van 18 tot 35 jaar moeten zich met het oog op de 'Arbeitseinsatz' aanmelden bij de gewestelijke arbeidsbureaus. Velen duiken onder om te ontsnappen aan de werkplicht.

1944: bevrijding van Zuid Nederland.
Luchtlandingen van de geallieerden bij Arnhem, Eindhoven, Grave en Nijmegen (operatie 'Market') en snelle opmars in Noord-Brabant (operatie 'Garden'). De regering gelast een spoorwegstaking. Als represaille verbieden de Duitsers de voedseltransporten naar het Westen. Dit zou leiden tot de Hongerwinter van '44-'45. Op 18 september wordt Eindhoven bevrijd. Op 20 september volgt Oost Zeeuws-Vlaanderen en worden de Waalbruggen bij Nijmegen veroverd. De Britse para's zien zich helaas genoodzaakt de Rijnbrug bij Arnhem prijs te geven waardoor de opmars van de geallieerden wordt gestuit.

1945: hongerwinter en bevrijding.
Na een barre winter kunnen de geallieerden in het voorjaar van 1945 hun laatste offensief inzetten. Begin april worden de oostelijke provincies bevrijd. Boven het Westen van Nederland vinden voedseldroppings plaats om de ergste nood te lenigen. Op 5 mei geven de restanten van het Duitse bezettingsleger zich in Wageningen over. Naast grote vreugde is er groot verdriet. Ongeveer 250.000 Nederlanders zijn gedood en het land is verwoest en leeggeroofd.

1948: Koningin Juliana.
Koningin Wilhelmina treedt af wegens haar slechte gezondheid. Zij wordt opgevolgd door haar dochter Juliana.

 

| Geschiedenis overzicht | Staatshoofden | Naar homepage