De soevereine republiek (1648 - 1795).
De oorlog tegen de Spaanse koning is voorbij. De economisch en politiek machtig geworden Republiek komt al spoedig weer in oorlog, nu met de Engelsen en Fransen en de bisschoppen van Munster en Keulen. De Republiek raakt intern verdeeld. De strijd gaat ruwweg tussen twee facties. Orangisten willen de macht van de stadhouder vergroten. Regenten willen meer macht voor de Staten-Generaal.
1650-1672:
eerste stadhouderloze tijdperk.
Eerste stadhouderloze tijdperk. Bij de dood van Willem
II (in 1650) besluiten de Staten van Holland en Zeeland geen nieuwe stadhouder
te benoemen. De regenten vinden de Oranjes te machtswellustig, te oorlogszuchtig
en te pro-Engels (Willem II was gehuwd met Maria Stuart, dochter van de Engelse
koning Karel I). Zeeoorlogen met Engeland volgen (1652-1654 en 1665-1667), waarin
een heldenrol is weggelegd voor de admiraals Cornelis Tromp, Michiel de Ruyter
en Witte de With.
1672:
rampjaar.
Het Rampjaar. De Republiek wordt aangevallen door Engeland, Frankrijk, Munster
en Keulen. In Den Haag wordt een volkswoede gekoeld op de gebroeders Johan en
Cornelis de Witt, die bij de Gevangenpoort op gruwelijke wijze om het leven
worden gebracht. Een sterke (militaire) leider moet de dreigende ondergang afwenden:
stadhouder Willem III,
prins van Oranje. Dat lukt. Vrede met Engeland, Munster en Keulen volgt in 1674,
vrede met Frankrijk in 1678.
1685:
Hugenoten vluchten naar Nederland.
Nieuwe (katholieke) dreiging in Frankrijk: Lodewijk XIV herroept het Edict van
Nantes uit 1598 dat protestanten enige vrijheid bood. Ruim 70.000 Hugenoten
vluchten naar de Nederlanden.
1689:
Willem III wordt koning van Engeland.
Nieuwe (katholieke) dreiging in Engeland: Engelse protestanten nodigen de Nederlandse
Willem III uit hun koning Jacobus II te verdrijven die een te pro-katholieke
koers zou varen. Dat lukt en Willem wordt gekroond tot koning van Engeland (King
Willliam III). Hij leidt een reeks oorlogen tegen de imperialistische Lodewijk
XIV.
1702-1747:
tweede stadhouderloze tijdperk.
Bij de dood van Willem III begint het tweede stadhouderloze tijdperk. (De noordelijke
gewesten behouden wel een stadhouder.)
1713:
vrede van Utrecht.
Vrede van Utrecht, vrede met Frankrijk. De zuidelijke Nederlanden komen in Oostenrijkse
handen.
1713-1720:
veepest.
Via Azië en Rusland bereikt de (1e) veepest epidemie ons land. Er was weinig
tegen te doen en de verliezen waren enorm.
1730:
introductie van de aardappel.
De aardappel wordt in ons land geïntroduceerd, een Zuid-Amerikaans product.
1739:
hongersnood.
De winter valt al vroeg in de herfst van 1739 in. De strenge winter zorgt voor
hongersnood. In de Achterhoek en in Brabant wordt de bevolking geplaagd door
hongerige wolven.
1747:
stadhouder Willem IV.
Nieuw Frans gevaar. De Republiek doet weer een beroep op een Oranje-vorst: de
Friese stadhouder Willem
IV, een verre neef van Willem III, wordt stadhouder in alle gewesten. De
latere Nederlandse koning(inn)en stammen af van Willem IV. Stadhouder Willem
IV sterft in 1751 en wordt opgevolgd door zijn zoon Willem
V. Beiden zijn weinig krachtige leiders. Het bestuur in de Republiek raakt
verlamd door alle mogelijke misstanden. De economie stagneert. Groeiend pauperdom
tegenover pronkende regenten ("pruikentijd').
1776:
armenhuizen.
In Nederland worden vele armenhuizen gesticht, dit is slechts een druppel op
de gloeiende plaat, de handel ligt volkomen plat en de armoede onder de bevolking
is groot.
1780-1784:
weerstand tegen Oranje.
De Vierde Engelse Zeeoorlog brengt de toch al zwakke economie ernstige schade
toe. Oranje krijgt de schuld. Weerstand tegen de Oranjepartij en Regenten-oligarchie
bundelt zich in de Patriottenbeweging.
1784:
Willem V vlucht naar Apeldoorn.
Milities van Patriotten, legertjes van vrijwilligers die zich in diverse steden
hebben gevormd, organiseren zich landelijk op een congres in Utrecht. De steden
en gewesten ontnemen stadhouder Willem
V steeds meer bevoegdheden. Patriotten en prinsgezinden raken slaags. Willem
V wijkt uit, eerst naar Apeldoorn, later naar Nijmegen.
1787:
de Pruisen grijpen in.
Wilhelmina van Pruisen, sterke echtgenote van de zwakke Willem V, gaat per koets
op weg van Nijmegen naar Den Haag om in Holland leiding te geven aan de Orangisten
die het dreigen af te leggen tegen het nieuwe bewind van patriottische vroedschappen.
Een vrijkorps uit Gouda houdt haar tegen bij de Goejanverwellesluis. Wilhelmina
Van Pruisen, zuster van de Pruisische koning, voelt zich zwaar vernederd. Enkele
maanden later valt een Pruisisch leger het land binnen en herstelt het bewind
van de Oranjepartij. Duizenden patriotten vluchten naar Frankrijk, waar zij
getuige zijn van de Franse Revolutie in 1789. Geladen zullen zij terugkeren
in de Nederlanden.
| | Volgende periode | | Geschiedenis overzicht | | Staatshoofden | | Homepage |