|
|
|
|
Het automatisch speelwerk van de Beiaard op de Grote Toren te Breda speelt ieder uur vier melodieën, van 's ochtends 7 uur tot 's avonds kwart voor elf Elke van de vier melodieën klinkt dus per dag 11 keer, oftewel 1900 keer per half jaar. Daarna worden nieuwe stukken op het speelwerk gezet: de trommel wordt verstoken. Dit is een gewoonte die in Breda reeds meer dan 400 jaar bestaat. DE WERKWIJZE VAN HET AUTOMATISCH BEIAARDSPEELWERK Wanneer de trommel vanuit de moederklok op de aangegeven tijden het signaal krijgt om te gaan draaien, kamer de verschillende noten op de trommel ("de speeldoos") in aanraking met zogenaamde lichters erboven; daardoor worden draden aangetrokken, die vervolgens de hamers (aan de buitenzijde van de klokken) oplichten en op de klokken doen vallen. Een veer brengt ze dan weer in de ruststand. Omdat alle hamers met eenzelfde snelheid op de klokken terechtkomen kent automatische beiaardmuziek geen onderscheid in dynamiek- "alles klinkt even sterk!'. Dit in tegenstelling met de muziek die elke dinsdag- en vrijdagmorgen wordt gemaakt door de beiaardier vanaf zijn beiaardklavier: die muziek heeft alle eigenschappen van levende muziek, heeft dynamische en agogische verschillen en klinkt geen tweemaal hetzelfde. HET "VERSTEKEN" Het bewerken en versteken van de melodieën behoort tot de taak van de stadsbeiaardier. Voor de keuze ervan maakt hij gebruik van eventueel ingediende verzoeken. Versteken is puur handwerk. Nadat de beiaardier de muziek thuis heeft gearrangeerd volgt het eigenlijke karwei in de toren. Dit neemt doorgaans twee dagen in beslag. In totaal worden ongeveer 550 noten met de hand in De gietijzeren trommel geschroefd. Tezamen produceren deze noten ongeveer 3 minuten muziek, te verdelen in vier muziekstukjes. IETS OVER DE HISTORIE VAN HET SPEELWERK TE BREDA Hoewel reeds in 1504 gesproken wordt van klokken die dat jaar door de Mechelse gieter Symon Waghevens in de toren zijn geïnstalleerd, duurt het tot 1513 voor we iets lezen over het bestaan van een VOORSLAG. Onder een voorslag verstaan we een aantal klokjes die direct voor de uurslag enkele tonen laten horen. Gaande weg ontstaan dan (in de loop van de 16e eeuw) het trommelspeelwerk: een ronddraaiende ijzeren cilinder waarop nokken (noten) zijn bevestigd. Wanneer het precies is gebeurd blijft onduidelijk, maat dat er een automatisch speetwerk was bewijzen bij voorbeeld de rekening van 1586/87. Daarin lezen we dat de zangmeester van de Grote Kerk extra honorarium krijgt omdat hij hymnen heeft uitgezocht om op de voorslag te plaatsen. Beter ingelicht zijn we over de trommel die in 1723 wordt aangeschaft. Aangezien de brand van 1694 alle klokkei in de toren heeft verwoest wil men een nieuw carillon installeren. Dit moet, zoals het vorige klokkenspel, met d( hand en automatisch bespeeld kunnen worden. Maart 1723 wordt in de Raad een voorstel gelanceerd cm de trommel van Den Haag te kopen. De bedoelde trommel was reeds in 1541 in de Haagse St. Jacobstoren geplaatst, en had daar tot 1689 dienst gedaan. De afmetingen waren breedte 40 cm., middellijn 146 cm.. Nadat deze trommel in 1723 te Breda was geïnstalleerd, heeft hij gefunctioneerd tot in het begin van de 20ste eeuw. Een en ander was inmiddels zo verouderd dat men, op initiatief van e toenmalige stadsbeiaardier Petrus Oomen, besloot over te gaan tot de aankoop van een nieuw automatisch speelwerk. De inmiddels meer dan drie en een halve eeuw oude trommel van Vabrie werd uit de Grote Toren gehaald en in het Stedelijk Museum geplaatst. Thans bevindt hij zich in het Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum te Schoonhoven. Omdat het een van de oudste nog overgebleven speelwerken in Nederland is, geldt het als een pronkstuk van de Nederlandse beiaardcultuur. DE HUIDIGE TROMMEL De trommel die in 1907 in de toren werd geplaatst was afkomstig uit de fabriek voor toreninrichting van de firma Addicks te Amsterdam, heeft een middellijn van 130 cm bij een breedte van 125 cm. en is ingericht voor 60 speelhamers. Het totaal gewicht bedraagt 1600 kg. Dit speelwerk staat nog steeds in de ruimte direct onder de beiaard, op ongeveer 60 m. hoogte. In dezelfde ruimte bevindt zich ook het restant van een uurwerk dat in 1695 door Pieter van Roy te Gent werd geleverd. In het kader van de huidige torenrestauratie is ook dit speelwerk geheel gereviseerd.
Breda, mei 1997 |