Kwartierstaat
van Anje van Til
|
| Anje van Til |
|
| Gerrit van Til en Jantje Rozema |
|
| Stientje Hamming en Marten J. van Til |
|
| Poppe Jans Rozema |
Generatie IV
8 Jacob Reinders van Til, landbouwer, geb.
op 27-09-1794 te Wierum, overl. op 08-03-1847 te Hoogkerk op 52-jarige leeftijd,
zn. van Reinder Derks van Til (zie 16)
en Sijbge Jacobs Poelman (zie 17).
Tr. op 27-jarige leeftijd op 13-05-1822 te Hoogkerk.
9 Grietje Martens Rijkens, geb. 1786 te Hoogkerk,
overl. op 07-12-1844 te Hoogkerk, dr. van Marten Daniels
Richen (Rijkens) (zie 18) en Barbara
Emanuels Lötscher (Lötscher) (zie 19).
10 Pieter Isebrands Hamming, landbouwer, geb.
op 21-03-1802 te Oostwold, overl. op 13-01-1887 te Ezinge op 84-jarige leeftijd,
"In januari 1832 heeft Pieter Hamming een boerderij met 29 ha gekocht
voor f 7350 en in januari 1857 met bijna 28 ha voor f 23.400 weer verkocht aan
Jan I. de Boer, terwijl hijzelf vlak daarnaast een voorbehuizing aan een schuur
laat bouwen en nog 19 ha overhoudt, aangekocht in 1846. De kleine boerderij
is later weer afgebroken.
Bij het huwelijk van [zoon] Ite, die de boerderij ging huren, is de vader
[Pieter] in Ezinge gaan wonen. Daar heeft hij in de Chr. Geref. Gemeente jarenlang
als ouderling gediend. Hij is met de Afscheiding meegegaan na de doop van Hinderika,
later dan zijn broer Ite." (Uit: Genealogie Hamming p.42). Zn. van
Izebrand Ites Hamming (zie 20)
en Geertruid Pieters (Ploeg) (zie 21).
Tr. op 28-jarige leeftijd op 08-04-1830 te Leek.
11 Anje Hendriks Aalfs, geb. op 02-02-1807 te
Hogemeeden, ged. op 22-03-1807 te Oostwold, overl. op 12-12-1858 te Feerwerd
op 51-jarige leeftijd, ...Na het overlijden van Anje Aalfs wijdde Ds. J.
Balhuizen te Ezinge een artikel aan haar gedachtenis in de Bazuin van 31 dec.
1858. Daarin lezen wij: "Van der jeugd aan vreesde zij den Heere. In haar
leven gaf zij de klaarst blijken van God te kennen en te dienen. Zij had een
bijzonder inzien in den weg der verlossing, zij moest, gelijk andere kinderen
Gods wel bestrijdingen verduren, maar dan leidde het haar ook tot nadere bevestiging
van haar geloof. Zij droeg haar kruis met onderworpenheid aan den Heere. Hare
grootste smart was hare zonden en die van hare kinderen. Zij droeg hare kinderen
niet alleen op het hart, maar ook voor de troon der genade, zoodat men in waarheid
van haar kan zeggen, dat hare echtgenoot in haar verliest eene aangename medgezel,
de kinderen eene zorgdragende en biddende moeder, de armen eene medelijdende
en milde verzorgster, de gemeente een voorbeeld, de kerk een voorbidster, pijlaar
en aangenaam lid." Aan het einde staat, dat "zij met blijdschap den
dood tegemoet ging"... (Uit: Genealogie Hamming p.42). Dr. van Hendrik
Aalfs (zie 22) en Stijntje
Duurts (zie 23).
12 Jan Jacobs Rozema, landbouwer, geb. ca. 1774,
overl. voor 1856, zn. van Jacob Jans Rozema
(zie 24) en Grietje Louwes
(zie 25).
Tr..
13 Jantje Roelfs Veldhuis, geb. ca. 1789, overl.
voor 1856, dr. van Roelf Jans Velthuis (zie
26) en Hindrikje Hindriks
(zie 27).
14 Harm [Pieters] Huizinga, boereknecht (1835),
landbouwer, geb. op 03-07-1803 te Aduard, overl. op 07-12-1874 te Feerwerd op
71-jarige leeftijd.
Toen Harm Huizinga trouwde was hij boerenknecht op de Hoogemeden. Daarna landbouwer
op "Brillerij", Aduarderdiep, gem. Ezinge.
Zn. van Pieter Klasens (Huizinga) (zie 28)
en Menstje Booijes (Boelens) (zie 29).
De
Brillerij
Tr. op 31-jarige leeftijd op 29-11-1834 te Aduard.
15
|
| Aaltje Tonnis Wieringa |
16 Reinder Derks van Til, landbouwer, geb.
op 24-08-1758 te Obergum, overl. op 21-10-1837 te Aduard op 79-jarige leeftijd,
zn. van Derk Cornelis (zie 32)
en Aafke Reinders (zie 33).
Otr. (1) op 30-06-1792 te Wetsinge Sijbge Jacobs Poelman
(zie 17). Reinder Derks en Sijbge Jacobs kopen in 1792
de boerderij aan de Gaaikemadijk onder Wierum van hun tantje Kunje Reinders,
op welke hun grootouders Reinder Derks en Sijbge Jacobs indertijd hun eerste
huwelijksjaren hadden doorgebracht [Gens Nostra nr.7/8 1994].
Otr. (2) op 11-06-1809 te Wierum, hc 18-6-1809 RA LXXIII-1 fol. 43 Scheltje
Jans Boersema, 34 jaar oud, geb. op 21-02-1775 te Niehove, overl.
op 10-01-1855 te Hoogemeeden op 79-jarige leeftijd, dr. van Jan Ekkes
Boersema, landbouwer en Klaaske Ekkes.
17 Sijbge Jacobs Poelman, geb. ca. 1768, overl.
op 02-08-1806 te Wierum. Sijbge is samen met een kraamkindje begraven (Gens
Nostra nr.7/8 1994). Dr. van Jacob Derks (zie
34) en Zwaantje Reinders (zie
35). Reinder Derks en Sijbge Jacobs kopen in 1792 de
boerderij aan de Gaaikemadijk onder Wierum van hun tantje Kunje Reinders, op
welke hun grootouders Reinder Derks en Sijbge Jacobs indertijd hun eerste huwelijksjaren
hadden doorgebracht [Gens Nostra nr.7/8 1994].
18 Marten Daniels Richen (Rijkens), geb. ca.
1749 te Kampen, overl. op 14-10-1799 te Hoogkerk, zn. van Daniël
Martens Richen (zie 36) en Annigje
Christiaans Stutsman (zie 37).
Tr. (1) op 19-10-1777 Annechien Hansen Uildriks.
Otr. (2) op 20-04-1783 te Hoogkerk Barbara Emanuels Lötscher
(Lötscher) (zie 19). In 1784 kopen Marten Daniëls
en Barbera een huis met de beklemming van 59 grazen land onder Hoogkerk van
Trijntje Christiaans Uildriks, weduwe van Abraham Pieters Rijkens voor f 3350,
een huur doende aan 'Juffrouw Iwema, weduwe van Ds. Copinga' van f 81=10 per
jaar.
Marten en Barbera verklaren in 1768 schuldig te zijn aan de voogden over
het minderjarige dochtertje van Marten Richen en zijn eerste vrouw voor een
bedrag van f 200.
In 1799 overlijdt Marten Daniëls en in 1801 wordt zijn nalatenschap
gescheiden. Hierbij behouden Barbera en haar twee minderjarige kinderen de gehele
boedel en keren zij f 1000 uit aan de voogden over het dochtertje uit zijn eerste
huwelijk (bron: Genealogie Leutscher blz. 96-97).
19 Barbara Emanuels Lötscher (Lötscher),
geb. ca. 1749 te Zuidwolde, overl. op 05-09-1826 te Hoogkerk, dr. van Emanuel
Manuels Lötscher (zie 38) en Grietje
Daniëls Richen (zie 39). In 1784
kopen Marten Daniëls en Barbera een huis met de beklemming van 59 grazen
land onder Hoogkerk van Trijntje Christiaans Uildriks, weduwe van Abraham Pieters
Rijkens voor f 3350, een huur doende aan 'Juffrouw Iwema, weduwe van Ds. Copinga'
van f 81=10 per jaar.
Marten en Barbera verklaren in 1768 schuldig te zijn aan de voogden over
het minderjarige dochtertje van Marten Richen en zijn eerste vrouw voor een
bedrag van f 200.
In 1799 overlijdt Marten Daniëls en in 1801 wordt zijn nalatenschap
gescheiden. Hierbij behouden Barbera en haar twee minderjarige kinderen de gehele
boedel en keren zij f 1000 uit aan de voogden over het dochtertje uit zijn eerste
huwelijk (bron: Genealogie Leutscher blz. 96-97).
20 Izebrand Ites Hamming, landbouwer, geb. op
04-11-1759 te Oostwold, overl. op 13-07-1841 op 81-jarige leeftijd. Izebrand
Hamming is als lidmaat aangenomen op 15 december 1786. Hij wordt ook genoemd
als ouderling. In 1811 is hij lid geworden van de Municipale Raad (Gemeenteraad).
Op 18 juni 1815 is hij benoemd in een commissie, bestaande uit enige der braafste
en edelste lieden der gemeente, teneinde bijdragen der ingezetenen in te zamelen
en te ontvangen om te voorzien in de behoeften onzer verminkte verdedigers en
van de nageblevenen der gesneuvelden. (Uit: Genealogie Hamming p.39)
In de nacht tussen 8 en 9 maart 1808 is ingebroken bij Izebrand Hamming,
woonachtig op de Dijkstreek onder Oostwold. Het volgende wordt vermist: Het
zilveren horloge met zilveren wijzerplaat, kast en ket, waaraan hangende een
platte zilveren sleutel, dito roskam en manekam, fabrikaat Simson te Londen;
verder een ouderwets zilveren lepeltje. Van de kinderen een schoen met zilveren
gesp en een tinnen horloge; van de knecht een lange blauwe broek, waarin diens
koperen tabaksdoos. Van de inbraak wordt verdacht een zwerver, die de nacht
tevoren daar overnacht heeft en zich toen zeer eigen gemaakt heeft met de hond.
(Uit: Genealogie Hamming p.40)
Izebrand Hamming is niet met de Afscheiding meegegaan (Genealogie Hamming
p.40). Zn. van Ite Pieters Hamming (zie
40) en Hilje Isebrants (zie 41).
Tr.
21 Geertruid Pieters (Ploeg), geb. op 16-04-1774,
overl. op 25-06-1845 te Oostwold op 71-jarige leeftijd, dr. van Pieter
Jukes (zie 42) en Willemke Jans
(zie 43).
22 Hendrik Aalfs, landbouwer, geb. op 09-04-1781
te Lagemeeden, ged. op 06-05-1781 te Oostwold, overl. op 25-07-1858 te Hoogemeeden
op 77-jarige leeftijd, zn. van Alef Hindriks (zie
44) en Zwaantje Reinders (zie
35).
Tr. op 23-jarige leeftijd op 09-09-1804, hc Oostwold 29-8-1804 RA LXXIIi-1,
52r.
23 Stijntje Duurts, geb. op 08-05-1786, overl. op
16-05-1846 op 60-jarige leeftijd, dr. van Duurt Klaassens
(zie 46) en Anje Klaassens (zie
47).
24 Jacob Jans Rozema, overl. op 11-06-1781.
Tr. op 28-06-1767 te Wierum.
25 Grietje Louwes, overl. op 15-09-1804.
26 Roelf Jans Velthuis, timmerman, overl. op
07-03-1809.
Tr. op 28-05-1787 te Hoogkerk.
27 Hindrikje Hindriks. Hindrikje Hindriks
neemt op 2-5-1812 te Hoogkerk als hoofd van het gezin de familienaam Veldhuis
aan, zij kies als voornamen Hindrikje Hindrik, ondertekent als Hindriktien.
(Naamsaanneming in Groningen).
28 Pieter Klasens (Huizinga), landbouwer te
Wierum, geb. te Hoogkerk, overl. voor 1874.
Tr. op 12-11-1801 te Aduard.
29 Menstje Booijes (Boelens), ged. op 06-02-1780
te Fransum, overl. voor 1874, dr. van Booije Harms
(zie 58) en Geertje Hilbrands (zie
59). Bij het huwelijk kwam Pieter Klasens van Aduard en
Menstje Booijes van Wierum.
|
| Geboortehuis Tun van Beswerd te Leegkerk |
30 Tonnis Bartelds Wieringa (Tun van Beswerd), landbouwer, ged. op 30-06-1776 te Leegkerk, overl. op 20-01-1850 te Beskwerd/Ezinge op 73-jarige leeftijd, begr. te Garnwerd. Tonnis werd ook Tun van Beswerd genoemd. K. ter Laan schreef over hem een groninger overlevering (zie Genealogie Wieringa/Wierenga)
Uit Land en volk van Humsterland / J. Bierma,
1961, p. 243:
... Tunnis B. Wieringa was eerst boer te Oostum, later
op Klein-Beswerd, en weer later op Groot-Beswerd, ten n.o. van Fransum (gem.
Ezinge), aan wie het door ondernemingsgeest, vlijt en spaarzaamheid, en onder
begunstiging van de conjunctuur gelukt
is, in het bezit te komen van 7 boerderijen in de gemeente Ezinge, klein en
groot, samen 275 ha., in die jaren een waarde vertegenwoordigend van f 100.000.
In 1795 was hij begonnen met een
kleine boerderij van 20 ha. te Oostum. Hij kocht die met hulp van een rijke
een k uit Garnwerd, die hem onder borgstelling van een ondernemende oomkoopman
uit Garnwerd, die hem onder borgstelling van een ondernemende oom het nodige
geld verschafte. Tevoren had hij met een vriend al 8 grazen land gekocht, voor
geld, dat zij met vetweiderij op gehuurd weiland verdiend. Zodoende had hij
zich al een spaarduitje vergaard.
|
| Groot Beswerd |
32 Derk Cornelis, landbouwer, geb. ca. 1730 te Wehe,
overl. v19-1-1764 te Obergum, zn. van Cornelis Aylkes
(zie 64) en Luikje Derks (zie
65).
Tr. op 29-08-1756 te Den Horn.
33 Aafke Reinders, geb. ca. 1730 te Hoogemeeden, overl.
v1-11-1779 te Obergum. De samenstelling van haar eerste gezin blijkt uit
de afkoop tussen Aafke Reinders en de voorstanders over de drie minderjarige
kinderen uit haar huwelijk met Derk Cornelis. Aafke zal elk kind de kost geven
totdat het achttien jaar is, en vervolgens 300 car. guldens, een zilveren dukaton
en drie goede bovenlakens [Gens Nostra nr.7/8 1994], dr. van Reinder
Derks (zie 66) en Sijbge Jacobs
(zie 67).
Tr. (1) op 29-08-1756 te Den Horn Derk Cornelis (zie
32).
Otr. (2) op 19-01-1764 te Bedum, tr. op 29-01-1764 te Winsum, hc Winsum 28-1-1764,
RA XXXVIII-d-1 Egbert Freerks (Pot), 30 jaar oud, landbouwer,
geb. op 06-09-1733 te Middelbert, overl. v 5-7-1806, zn. van Freerk Roelfs
en Annechien Klasen.
34 Jacob Derks, landbouwer, overl. v17-2-1779.
Otr. op 25-03-1765 te Leegkerk, hc Leegkerk 18-3-1765.
35 Zwaantje Reinders, geb. ca. 1743, overl. op 04-01-1821
te Hoogemeeden, dr. van Reinder Derks (zie 66)
en Sijbge Jacobs (zie 67).
Otr. (1) op 25-03-1765 te Leegkerk, hc Leegkerk 18-3-1765 Jacob
Derks (zie 34).
Tr. (2) op 14-03-1779 te Oostwold, hc Hoogkerk 17-2-1779 RA LXXI-c-3 fol.
22 Alef Hindriks, 33 jaar oud (zie 44).
Otr. (3) op 05-09-1784 te Oostwold en Feerwerd, hc Lagemeeden 31-8-1784
Ite Klaassen, landbouwer, geb. ca. 1736 te Oldehove, overl. op 22-01-1801
te Lagemeeden, zn. van Klaas Alderts en Louwke Ites.
36 Daniël Martens Richen, zn. van Marten
Martens Richen (zie 72).
Tr.
37 Annigje Christiaans Stutsman, dr. van Christiaan
Stutsman (zie 74) en Madlena
Stucky (zie 75).
38 Emanuel Manuels Lötscher, ged. op 04-02-1711
te Erlenbach, overl. 1796? te Zuidwolde (Gn), zn. van Emanuel
Abrahams Lötscher (zie 76) en Anna
Andrist (zie 77).
Otr. te Sappemeer. Attestatie afgegeven 9 mei 1745.
39 Grietje Daniëls Richen, dr. van Daniël
Richen (zie 78) en Barbera
Wenger (zie 79). Mei 1747 kopen Emanuel en
Grietje een behuizing en de tijdelijke beklemming van 36 en 30 grazen land onder
Beijum voor f 1800, met een jaarlijkse huur aan het St.Geertruids Gasthuis van
f 113. Zij kopen deze beklemming van Jan Hendriks en zijn vrouw, die deze kort
tevoren zelf gekocht hadden. Jan Hendriks had toen als 'angaade meijer' slechts
een half jaar huur tot geschenk betaald 'wegens deze bekommerlijke tijden'.
Hij moet nu alweer verkopen wegens 'overgekomen rampen' en hij dient dan een
request in om teruggave te verkrijgen van het door hem betaalde geschenk en
tevens om de koper (Emmanuel Leutscher) een half jaar huur tot geschenk te laten
betalen bij overboeking. De Raad gaat accoord met de overboeking van 'Manuel
Leutscher en vrouw mits af- en angaande meijers ieder een half jaar huur tot
geschenk betalen'. In 1749 krijgt Grietje Richen f 184=20=3 1/2 toegewezen uit
de erfenis van haar vader. In 1771 wordt de tijdelijke beklemming omgezet in
een vaste altoos durende beklemming. Het Geertruids Gasthuis verzekert zich
hierdoor van een constante bron van inkomsten. De periodieke zesjarige geschenken
vervallen, alleen de geschenken blijven over die gegeven moeten worden door
af- en aangaande meijers en door echtgenoten en kinderen die te boek gebracht
worden. Voor deze nieuwe beklemming moet Emanuel f 500 betalen, wat hij in twee
termijnen doet, op 4 februari 1772 en op 1 mei 1772. De jaarlijkse huur aan
het Gasthuis wordt verhoogd tot f 120. Dan blijkt uit de rekeningen van het
Gasthuis dat in 1797 'de kinderen' te boek worden gebracht en dat zij één
jaar huur als geschenk betalen. Waarschijnlijk is dus Emanuel kort daarvoor
overleden.
In 1802 worden de kinderen genoemd als afgaande meijers en betalen zij weer
een jaar huur tot geschenk en worden Grietje Manuels en haar man Jannes Izaaks
Leutscher met wie zij in 1799 gehuwd is, samen ingeboekt als aangaande meijers.
Ook zij betalen weer een jaar huur tot geschenk aan de voogden van het Geertruids
Gasthuis (Uit: Genealogie Leutscher blz. 96).
40 Ite Pieters Hamming, landbouwer, geb. op
12-03-1727 te Oostwold, overl. 1783/1784 te Oostwold. Ite is tussen mei 1783
en oktober 1784.Ite Hamming zal gestorven zijn voor 13 oktober 1784, want dan
zit hij blijkbaar niet meer in de kerkeraad. (Genealogie Hamming p.34,26).
Na zijn huwelijk in mei 1752 verhuist Ite naar 't Faan, daar wordt hij op
31 december 1752 tot lidmaat aangenomen na geloofsbelijdenis (Genealogie Hamming
p.32)
...Op 14 juni 1751 wordt Ite Pieters Hamming door zijn zwager Hindrik Boelens
nom. uxor. (namens de vrouw) gedaagd tot betaling van 175 gl met de rente verschuldigd
wegens overname van een derde part van de behuising cum annexis en de beklemming
der landerijen. Hij wordt veroordeeld tot betaling binne 21 dagen. Op 25 oktober
1751 tot betaling binnen 3 dagen. Op 24 januari 1752 wordt het setma (gerechtelijke
beslaglegging) geaccordeerd en op 28 februari de afdrijving. Zo verkopen Ite
en Geeske (zijn zus) op 29 februari de boerderij voor 3400 gl. Waar dit bedrag
veel hoger is dan 3 maal 175 gl, zal wel een grote schuld op de boerderij gerust
hebben, waarvan Ite meteen het derde part heeft overgenomen. Verhuur aan een
man als Ekke Feddes deed het vermogen ook niet toenemen. [...] 30 mei 1753 kopen
ze [Ite en zijn vrouw] dan de behuizing met de beklemming van het land terug
voor 900 gl. Het grote prijsverschil zal hierin liggen, dat nu al het land beklemd
is met een vaste huur van 120 gl... (Uit: Genealogie Hamming p.31,32)
In 1761 en 1764 treedt Ite Hamming op als diaken van Oostwold. (Genealogie
Hamming p.32).
...Ite Hamming heeft gefungeerd als schatbeurder (ontvanger) voor het waterschap,
dit blijkt uit een kwestie, die ontstond bij zijn aftreden. Hij is niet bereid
de schatregisters aan zijn opvolger over te dragen, waarop deze zich tot het
gericht wendt. Deze gelast nu overgave op 2 mei 1783. Waar Ite Hamming blijft
weigeren, wordt hij op 17 juni veroordeeld tot een breuk van een pond (1 gl
boete). Blijkbaar heeft hij toen toegegeven. (Uit: Genealogie Hamming p.33).
Zn. van Pieter Arents Hamming (Peter Jans)
(zie 80) en Grietje Sybrants
(zie 81).
Tr. -05-1752 te Oostwold.
41 Hilje Isebrants. In 1769 wordt Hilje Isebrants,
vrouw van den ouderling Ite Hamming, als lidmaat aangenomen (Genealogie Hamming
p.32). Dr. van Isebrant Sijmens (zie 82)
en Auckjen Alberts (Ploeg) (zie 83).
Ze wonen eerst op 't Faan, later op de ouderlijke plaats [Oostwold] (Genealogie
Hamming p.30).
42 Pieter Jukes, bakker en tapper, geb. op 10-11-1743
te Zuidhorn, overl. ca. 1784, "Pieter Jukes is bakker en tapper op de
hoek van de Heereweg en de Trekweg te Enumatil. 11 mei 1779 kopen ze de eigendom
van 28 1/2 gr. land onder Lettelbert, bij de koperen dusverre in beklemming
gebruikt." (Uit: Genealogie Hamming p.39). Zn. van Juke
Reinders (zie 84) en Corneliske
Pieters (zie 85).
Tr. op 26-jarige leeftijd op 25-12-1769 te Enumatil. Kerkelijk hoort Enumatil
onder Lettelbert.
43 Willemke Jans, geb. op 09-10-1742, overl. op 08-04-1808
te Enumatil op 65-jarige leeftijd, dr. van Jan Harms
(zie 86) en Gertruit Jans (zie
87).
Tr. (1) op 27-jarige leeftijd op 25-12-1769 te Enumatil. Kerkelijk hoort
Enumatil onder Lettelbert. Echtgenoot is Pieter Jukes,
26 jaar oud (zie 42).
Tr. (2) op 42-jarige leeftijd op 29-05-1785 Sijbrand Alberts Ploeg,
schout gem. Leek, na 1811 lid Municipale Raad.
44 Alef Hindriks, landbouwer, geb. op 11-12-1745,
overl. t4781-1784. Overleden tussen 6-5-1781 en 31-8-1784, zn. van Hindrik
Alefs (zie 88) en Aeltien Derks
(zie 89).
Tr. op 33-jarige leeftijd op 14-03-1779 te Oostwold, hc Hoogkerk 17-2-1779
RA LXXI-c-3 fol. 22.
45 = 35 Zwaantje Reinders.
46 Duurt Klaassens, overl. voor 1804.
Tr. op 12-01-1783 te Zuidhorn.
47 Anje Klaassens, geb. op 29-12-1754 te Noordhorn,
overl. op 24-07-1826 te Hogemeden op 71-jarige leeftijd.
58 Booije Harms, zn. van Harm Boelens
(zie 116) en Boijke Boijes (zie
117).
Tr.
59 Geertje Hilbrands.
60 Berend Pieters, landbouwer, geb. te Oostum,
ged. op 27-12-1739 te Garnwerd, overl. op 15-03-1823 te Leegkerk op 83-jarige
leeftijd, zn. van Berend Pieters (zie 120)
en Aaltien Hendrixs (zie 121).
Otr. op 22-01-1769 te Garnwerd.
61 Hilje Hendriks, dr. van Hendrik
Thies (zie 122). Het huwelijk van Berend Pieters
van Oostum en Hilje Hendriks van Den Ham, werd geproclameerd te Garnswerd op
22 Januari 1769.
62 Watze Jans (Noord), ged. op 26-09-1749 te
Noordhorn, overl. op 30-10-1824 te Ezinge op 75-jarige leeftijd. Watze Jans
neemt op 15-4-1812 in Ezinge de familienaam Noort aan. (Naamsaanneming Groningen,
blz. 35), zn. van Jan Uges (zie 124)
en Saaktje Borgers (zie 125).
Tr.
63 Grietje Freerks, ged. op 16-04-1752 te Ezinge, overl.
op 27-05-1820 te Ezinge op 68-jarige leeftijd, dr. van Freerk
Gerrits (zie 126) en Elisabeth
Tonnis (zie 127).
Generatie VII
64 Cornelis Aylkes.
Tr.
65 Luikje Derks.
66 Reinder Derks, landbouwer, geb. ca. 1695, overl.
1760-1764 te Hoogemeeden. Overleden tussen 20-5-1760 en 13-9-1764. Reinder
Derks was landbouwer aan de Gaaikemadijk onder Wierum ter plaatse van de huidige
'Laanhoeve', later bij de Nieuwe Brug onder Hoogemeeden [Gens Nostra nr.7/8
1994]. Zn. van Derk Hoykes (zie 132)
en Corneliske Reinders (zie 133).
Tr. v 3-6-1720.
67 Sijbge Jacobs, geb. ca. 1699 ? te Hoogkerk (?),
overl. v15-8-1784 te Leegkerk, dr. van Jacob Harms
(zie 134) en Jantje Hindriks
(zie 135). Op 3 juni 1720 blijkt Derk Cornelis te Wierum
56 grasen provincieland overgedragen te hebben aan 'Reender Derks en Sijbenje
sijn vr.'. Dit is de boerderij ter plaatse van de huidige 'Laanhoeve' aan de
Gaaikemadijk.Vermoedelijk zijn de oudste kinderen te Wierum geboren. Later verhuizen
Reinder en Sijbge naar de boerderij van zijn ouders bij de Nieuwe Brug tussen
Hoogemeeden en Leegkerk, maar zij blijven de boerderij te Wierum exploiteren
tot aan het huwelijk van hun dochter Kunje met Geert Jans. Op 13 en 20 september
1764 wordt de boerderij bij de Nieuwe Brug door de provincie verkocht aan Syben
Jacobs, weduwe van Reinder Derks, voor 2970 gulden. Het land was in kaart gebracht
in 1734. Op dat moment was de grootte 22 1/2 gras 58 roeden en 26 1/2 gras,
waarvan 3 gras onder Lettelbert; in totaal 49 gras 58 roeden (ca. 20 hectare).
Op 6 oktober 1778 verkoopt Sijbge Jacobs, weduwe van Reinder Derks, 3 grazen
land te Lettelbert aan Jurjen Harms en Martje Geerts, voor 100 gulden. Nadat
Sijbge Jacobs in 1784 is overleden, wordt de boedel afgewikkeld. Voor het gericht
van Aduard worden op 18 juli 1786 aan de oudste zoon Jacob Rienders en zij vrouw
Trijntje Derks de eigendom van 62 grazen land gelegen te Leegkerk, Hoogkerk,
en Lagemeeden, de beklemming van deze plaats met het huis met een Friese schuur
staande aan het Aduarderdiep, een plaats gelegen te Lagemeeden groot 29 en drievierde
gras en 2 1/2 gras kerkeland te Lagemeeden overdragen. De eigendom van de eerste
plaats wordt overgedragen voor f 5000,-, de beklemming van de diverse landerijen
(in totaal 94 gras) voor f 5246-10-4. [Gens Nostra nr.7/8 1994]
Uit de Utrechtse Courant van 1784, nummer 101, van woensdag 25 augustus:
Groningen, den 15 augustus. In het Wester-Quartier, digt bij Leegkerk, is onlangs
een vrouw gestorven van 85 jaaren oud, zijnde genaamd Siebe Jans en weduwe van
Reinder Dirks, welke lieden uit hunner egt gehad hebben 15 kinderen, 65 kindskinderen,
en 23 agterkindskinderen, te samen een getal van 103 personen uitmakende. [Gens
Nostra nr.7/8 1994].
70 = 66 Reinder Derks.
71 = 67 Sijbge Jacobs.
72 Marten Martens Richen, ged. op 20-01-1676
te Frutigen (Zwitserland), zn. van Marten (Peters ?)
Richen (zie 144) en Cathrina
German (zie 145).
Tr.
74 Christiaan Stutsman, geb. 1677/6.
Tr.
75 Madlena Stucky, geb. op 16-09-1677 te Spiez
(Zwitserland). In 1711 zijn ze uit Zwitserland gekomen (Genealogie Leutscher
blz. 96).
76 Emanuel Abrahams Lötscher, ged. op
16-09-1681 te Erlenbach (Zwitserland), overl. ca. 1721 te Sappemeer, zn. van
Abraham Hansen Lötscher (zie 152)
en Madlena Schmid (zie 153).
Tr. op 22-jarige leeftijd op 11-12-1703 te Erlenbach (Zwitserland).
77 Anna Andrist, ged. op 11-04-1680 te Erlenbach
(Zwitserland), overl. na 1733 te Sappemeer (?), dr. van Bartlomé
Andrist (zie 154) en Elsbeth
Knütty (zie 155). Emanuel komt met zijn
vrouw en vier kinderen in 1711 naar Nederland met het Oberländer schip,
waarover hij met Daniël Richen opzichter was. In Groningen aangekomen wonen
zij eerst bij Jan Wolters in Sappemeer blijkens een rekening van Albert Lubberts
en Isaac Freriks te Groningen. Deze rekening is gedateerd 25 maart 1712 en vermeldt
de uitgave van f 40,- aan Jan Wolters 'voor huijshuur wegens Madalena Smeets
en Emanuel Lutscher, tot Maij'. Aannemelijk is dat Emanuel met zijn gezin verhuist
naar Helpman en bij zijn moeder gaat inwonen totdat hij in 1713 naar het Noorderdiep
in Sappemeer gaat, waar hij een huis en een plaats groenland op nr. 108 heeft
gekocht voor f 1500. Later kopen Emanuel en Anna er stukken groenland bij resp.
in de Borger-Compagnie-Wester Colonne nr. 8 voor f 340,-, Noorderdiep nrs. 112
en 113 voor f 327=10 en Noorderdiep nr. 113 voor f 875,-. Begin 1722 treffen
wij dan een acte aan waarin Anna Andrist twee kampen groenland en dallen koopt
bij het Noorderdiep nr. 113 voor f 125,-. In deze acte wordt zij genoemd 'weduwe
van Manuel Loitscher'. Emanuel Abrahams is dus waarschijnlijk in 1721 overleden.
In 1723 wordt aan de weduwe Emanuel Leutscher een 'contumaciebreuk' van f
12,- opgelegd, dat is een boete voor het niet voldoen aan een gerechtelijk bevel.
Een en ander blijkt uit een verzoek van haar om teruggave van de boete. Op haar
verzoek wordt positief besloten en de boete zou haar binnen acht dagen worden
terugbetaald.
In 1733 vindt de boedelscheiding van de nalatenschap van haar man plaats.
Voordien worden eerst Abraham Abrahams L. en David Abrahams L. benoemd tot respectievelijk
eerst en tweede voogd over de nog minderjarige kinderen van haar. Daarna verkoopt
Anna Andrist haar onroerend goed BC-WC 8 aan Hans Furri voor f 265,-, Achterdiep
(=Noorderdiep) 112 aan Abraham Abrahams L. voor f 233=6 st. Achterdiep 113 aan
Peter Schabels voor f 483=3 st=4p. en huis en land Achterdiep 108 aan haar dochter
en schoonzoon Peter Richen voor f 1730.-. (Uit: Genealogie Leutscher blz. 84).
78 Daniël Richen.
Tr.
79 Barbera Wenger.
80 Pieter Arents Hamming (Peter Jans), boer
aan de Westerdijk (Oostwold), geb. op 14-06-1691 te Fransum. Pieter wordt
ook wel Peter Jans genoemd, naar de eerste man van zijn moeder. (Genealogie
Hamming p.21). Overl. -05-1733 te Oostwold. Pieter Hamming heeft de boerderij
aan de Monneke- of Westerdijk onder Oostwold, op de hoek van de weg naar Oostwold
(Kerklaan) laten bouwen. Dit bleek uit de gevelsteen in de zijmuur, waarop stond:
P H 1725 G S.
Blijkens handtekeningen in het kerkeraadsboek was Pieter Hamming armenvoogt
(diaken) te Oostwold van 1723 to 1727. Blijkens het Regeringsboek van Stad en
Lande was hij in 1731 Rekenmeester, d.w.z. lid van de Provintiale Reekenkamer,
die zes leden telde: drie voor de Stad en drie voor het Land. In 1733 blijkt
hij Gedeputeerde Staat te zijn voor 't Land naast Gerh. Alberda, Hr. van Dijksterhuis;
E.I. Lewe, Hr. van Hoogkerk, en Johan Piccardt, Hr. van Slogteren. Hij is beëdigd
op 20 april 1733 en heeft slechts zes zittingen meegemaakt, het laatste op 11
mei 1733. Waarschijnlijk is Pieter Hamming kort na 11 mei overleden. (Bron:
Genealogie Hamming p.27). Zn. van Arent Willems Hamming
(Arnold) (zie 160) en Gesien Garbrants
(zie 161).
Tr. op 25-jarige leeftijd op 16-08-1716 te Lage Meden.
81 Grietje Sybrants, geb. op 07-01-1699, overl., 12
december 1717 is Grietjen Sijbrants, de huisvrouw van Pieter Hamminck bij de
Munnikedijk tot lidmaat aangenomen. (Genealogie Hamming p.26). Dr. van Sybrant
Jannes (zie 162) en Sybrich Jansen
(zie 163). Op 5 januari 1719 heeft de Gesworen Johan
Elama aan Peter Hammingh en Grietien Sybrants echtelieden in waren eigendom
overgedragen 30 gr. land onder Oostwolt an de Monnekedijk, dat meijerwijse wordt
gebruikt door Jacob Jans. Koopprijs 1250 car.gl. In verband hiermee zal Pieter
Hamming 750 gl geleend hebben. In 1752 blijken er bij de boerderij 100 1/2 grazen
land te behoren. (Genealogie Hamming p.27).
82 Isebrant Sijmens. In maart 1725 vertrekt Isebrant
Sijmens met attestatie naar Niekerk (Faan).
Bij de taxatie van 1730/31 wordt Isebrand Sijmens te Faan aangeslagen voor
5 gl. (Uit: Genealogie Hamming p.31).
Tr. (1) op 12-02-1699 te Zuidhorn Geeske Eelkes, overl. t1718-1724. In
1718 worden Isebrant Sijmens en Geeske Eelkes genoemd onder de lidmaten ten
Enumatil.
Tr. (2) op 10-08-1722 te Enumatil Auckjen Alberts (Ploeg),
18 jaar oud (zie 83). Op 18 februari 1724 hebben Isebrant
Symens en huisvrouw Auctien Alberts, woonachtig tot Faan, een heert Landes en
Landerien tot Nijkerk gelegen, groot 55 gr., met de behuizing daarop staande,
en een vluiscamp, gekocht voor 2000 gl. Hiervan liggen 4 gr. met de behuizing
in één blok. De vluiscamp heeft ten N. het Olde diep. (Uit: Genealogie
Hamming p.30).
83 Auckjen Alberts (Ploeg), ged. op 30-09-1703
te Midwolde, overl., dr. van Albert Jans (zie 166)
en Roelfke Jan (zie 167). Op
18 februari 1724 hebben Isebrant Symens en huisvrouw Auctien Alberts, woonachtig
tot Faan, een heert Landes en Landerien tot Nijkerk gelegen, groot 55 gr., met
de behuizing daarop staande, en een vluiscamp, gekocht voor 2000 gl. Hiervan
liggen 4 gr. met de behuizing in één blok. De vluiscamp heeft
ten N. het Olde diep. (Uit: Genealogie Hamming p.30).
84 Juke Reinders, schipper, geb. op 29-10-1714 te
Zuidhorn, overl., zn. van Reinder Jans (zie 168)
en Trientje Juckes (zie 169).
Tr. op 24-jarige leeftijd op 17-05-1739 te Zuidhorn.
85 Corneliske Pieters.
86 Jan Harms.
Tr. op 27-03-1734 te Zuidhorn.
87 Gertruit Jans.
88 Hindrik Alefs.
Tr. op 03-02-1743.
89 Aeltien Derks.
116 Harm Boelens, provincie meier te Dorkwerd, overl.
op 28-09-1736. Op de kaart van de "Provincieplaatsen tot Dorquert"
van landmeter Henricus Teisinga uit 1731 staat als bewoner van boerderij E (langs
de Reitdiepdijk) Harm Boelens vermeld [Dorkwerd : het verhaal van een gehucht
/ Evert Westra]. Zn. van Hendrik Boelens (zie
232) en Geepke (zie 233).
Tr. op 07-03-1723 te Dorkwerd.
117 Boijke Boijes, provincie meier te Dorkwerd.
Tr. (1) op 07-03-1723 te Dorkwerd Harm Boelens (zie
116).
Tr. (2) na 1736 Wolter Hendriks.
120 Berend Pieters, overl. v 12-1739.
Tr.
121 Aaltien Hendrixs.
122 Hendrik Thies. Zie p. 490 Genealogie Wieringa/Wierenga.
Tr.
124 Jan Uges, overl. v 5-1754, zn. van Uge
Onnes (zie 248) en Trijntje Watses
(zie 249).
Tr. 1740 te Noordhorn ?
125 Saaktje Borgers.
Tr. (1) 1740 te Noordhorn ? Echtgenoot is Jan Uges
(zie 124).
Tr. (2) op 19-05-1754 te Noordhorn Elle Cornelis.
126 Freerk Gerrits.
Tr.
127 Elisabeth Tonnis, overl. v22-5-1757 te Ezinge.
Generatie VIII
132 Derk Hoykes, landbouwer, geb. < ca. 1670, overl.
1728-1731. Overleden tussen 3-5-1728 en 7-2-1731. Landbouwer laatstelijk
bij de Nieuwe Brug onder Hoogemeeden.
Derk Hoykes koopt op 30 januari 1715 van de provincie de behuizing van de
boerderij bij de Nieuwe brug onder Leegkerk, op de grens van Hoogemeeden en
Lagemeeden, voor f 650, en huurt '22 gr. hoogland en 40 gr. leegland onder de
vercofte behuijsinge beklemt'. Na zijn overlijden gaat deze boerderij over op
zijn zoon Reinder Derks.
Derk Hoykes heeft als sibbevoogd voor de kinderen van zijn broer Peter Hoykes
de administratie over hun goederen gevoerd.
Derks dochter Wisse Derks te Harderweer bij Ezinge overlijdt nog tijdens
zijn leven, in 1723. Op hemelvaartsdag 1723 wordt Derk Hoikes voormond, Sijmen
Derks van Ezinge sibbevoogd en Sipke Halbes van Noordhorn vreemde voogd over
haar kinderen. Op 3 januari 1724 worden zij door het gericht van Hardeweer geautoriseerd
om 'der pupillen beklemde plaatse onder Hardeweer' te verkopen. Op 27 maart
1725 worden zij vervolgens geautoriseerd om na de verkoop van boerderij en het
land ook de levende have en het huisraad op een boeldag te verkopen. Op 3 mei
1728 is Derk Hoykes nog voogd over de kinderen van Peter Hoykes. Op 7 februari
blijkt hij te zijn overleden: Reinder Derks legt tijdelijk zijn voormondschap
over de kinderen van zijn zuster neer omdat hij de erfenis van zijn beide overleden
ouders Derk Hoykes en Corneliske Reinders met hen moet scheiden en delen.[Gens
Nostra nr.7/8 1994], zn. van Hoyke Cornelis (zie
264) en Geeske (zie 265).
Tr. ca. 1695.
133 Corneliske Reinders, geb. ca. 1670, overl. v 7-2-1731,
dr. van Reinder Cornelis (zie 266)
en Kunne (zie 267).
134 Jacob Harms.
Tr.
135 Jantje Hindriks.
144 Marten (Peters ?) Richen.
Tr. op 05-12-1670 te Frutigen (Zwitserland).
145 Cathrina German.
152 Abraham Hansen Lötscher, ged. op 30-08-1657
te Erlenbach (Zwitserland), overl. op 12-04-1701 te Erlenbach (Zwitserland)
op 43-jarige leeftijd, zn. van Hans Lötscher
(zie 304) en Anna Kammer
(zie 305).
Tr. ca. 1680 te Erlenbach (Zwitserland).
153 Madlena Schmid, ged. op 14-06-1657 te Frutigen
(Zwitserland), overl. na4-7-1726 te Haren (?), dr. van Jakob
Schmid (zie 306) en Maria
Trachsel (zie 307). Abraham heeft zich 23
juli 1693 in Erlenbach voor het "Chorgericht" te verantwoorden voor
het feit dat hij en zijn vrouw lange tijd het Heilig Avondmaal niet hebben bijgewoond.
Hen is een boekje van Georg Thormans over het Dopers-wezen gegeven om zich daarin
te verdiepen en het te bestuderen, opdat zij komende herfst weer naar het Heilig
Avondmaal zullen gaan. Is dat niet het geval dan zullen de rechters hen voor
dopers houden en aan de overheid uitleveren. Blijkbaar zijn Abraham en zijn
vrouw dan nog geen dopers, in ieder geval Abraham niet, want in het zelfde jaar
op 19 oktober wordt Abraham tot "Chorrichter" gekozen en daarmede
lid van dezelfde rechtbank waarvoor hij zich enige maanden eerder te verantwoorden
had. Dit zou niet hebben kunnen gebeuren indien hij ook nog maar enigermate
verdacht werd van doperij.
Bij de doop van zoon Hans Rudolf op 26 oktober 1699 staat in het doopboek:
"Abraham Löttscher, dem Spendvogt zu Latterbach und seiner Matdlena
Schmid ein Hans Rudolff taufft". Dan is Abraham dus diaken.
Als Matdlena in 1711 naar Nederland gaat, staat zij te boek als een doperse,
haar kinderen zijn dan nog "reformiert".
Eerst wordt Madlena Schmid (in nederlandse stukken wel Madalena Smeets genoemd)
met haar zoon Emanuel ondergebracht bij Jan Wolters in Sappemeer. Dit blijkt
uit een rekening van 25 maart 1712 waarop de uitgave vermeld staat van f 40
voor huishuur tot mei. Kort daarop staat in een notitie vermeld: "Madalena
Smeets een Plaats gekogt tot Helpen" (Helpman) voor f 1125.
Er is een schrijven van 1 maart 1726 in het Staatsarchief Bern waaruit volgt
dat Christian Schmidt zonder echtelijke kinderen in Wimmis gestorven is en geen
testament heeft nagelaten. Een doperse zuster Madlena heeft vanuit Holland naar
de erfenis gevraagd. Men heeft een soortgelijk geval gehad in 1721. Toen vroeg
Christian Barben om de erfenis van zijn in Holland overleden zuster Verena Barben.
Men overweegt in Wimmis om deze beide vorderingen met elkaar te verrekenen en
vraagt advies aan Bern. In juli 1726 verzoekt "Magdalena Schmied, wed.
Lootscher tot Helpman woonaghtig" aan Burgermeesteren en Raad haar een
"brief van voorschriven an de Heeren Schout en Raaden tot Bern" te
verlenen, daar haar broer Christian Schmied in het Amt Wimmis is komen te overlijden.
Zij heeft reeds een brief geschreven om de erfenis te mogen aanvaarden. Zij
verzoekt om deze aanbeveling daar zij beducht is voor moeilijkheden en trainering
nu zij niet aanwezig kan zijn. Burgemeesteren en Raad stemmen in met haar verzoek.
(uit: Genealogie Leutscher blz. 77-78).
154 Bartlomé Andrist.
Tr. op 06-12-1678 te Erlenbach (Zwitserland).
155 Elsbeth Knütty.
160 Arent Willems Hamming (Arnold), boer op
Nijenhuis onder Fransum, geb. op 08-11-1660 te Groningen, overl. te Fransum
op 31-jarige leeftijd, begr. op 28-06-1692 te Fransum, 22 juni 1684 is Arent
Hamming als lidmaat aangenomen (Genealogie Hamming p.21), zn. van Willem
Arents Hamming (zie 320) en Catharina
Jacobs Munningh (Trijntjen Monninck) (zie 321).
Tr. -05-1682 te Fransum.
161 Gesien Garbrants, geb. te Lagemeden, overl. n21-5-1721,
dr. van Garbrant Derx (zie 322)
en Trijntie (zie 323).
Tr. (1) ca. 1678 Pieter Jansen, geb. ca. 1639, overl. op 24-05-1680.
Tr. (2) -05-1682 te Fransum Arent Willems Hamming
(Arnold) (zie 160). Omdat de aantekeningen van Fransum
pas met 1684 aanvangen, staat het huwelijk nog niet te boek. De aankondiging
heeft te Groningen plaats gevonden op 22 april 1682.
Tr. (3) 1694 Pieter Elses Secama, begr. op 30-06-1696.
Tr. (4) op 26-12-1701 Gerhardus Blencke, dominee, overl. op 26-04-1711.
162 Sybrant Jannes.
Tr.
163 Sybrich Jansen. Sybrandt Jannes en Sybrich
Jansen hadden een provincieboerderij in huur, staande en gelegen aan de oostzij
van het Aduarderdiep onder Leegkerk. (Genealogie Hamming p.26).
166 Albert Jans, overl. na 09-1713.
Tr.
167 Roelfke Jan, overl. na 09-1713.
168 Reinder Jans, geb. op 30-09-1683, overl., zn.
van Jan Peters (zie 336) en Trijntje
Horenborghs (zie 337).
Tr. op 24-jarige leeftijd op 04-05-1708.
169 Trientje Juckes.
232 Hendrik Boelens, provincie meier te Dorkwerd, ouderling,
overl. op 05-01-1722. Op de kaart van de "Provincieplaatsen tot Dorquert"
van landmeter Henricus Teisinga uit 1731 staat als bewoner van boerderij F,
een boerderij die dicht bij het Hooihuis stond, Hendrik Boelens vermeld [Dorkwerd
: het verhaal van een gehucht / Evert Westra].
Tr.
233 Geepke, provincie meier te Dorkwerd.
248 Uge Onnes.
Tr. op 29-11-1685 te Fransum/Den Ham.
249 Trijntje Watses.
Generatie IX
264 Hoyke Cornelis, landbouwer, geb. ca. 1635, overl.
v30-7-1695.
Tr. ca. 1660.
265 Geeske, overl. n9-11-1696. In 1681 duiken Hoyke
en Geeske in de bronnen op als provinciemeiers te Oostwold in het Westerkwartier.
Zij krijgen dan ongeveer 40 grazen in gebruik. Mogelijk hebben zij daar dan
al langer gewoond. De meeste van hun kinderen moeten voor 1680 zijn geboren.
Echtgenote Geeske komt steeds zonder patroniem voor. Op 9 november 1696 draagt
de weduwe van Hoyke Cornelis te Oostwold de provincieplaats over aan haar zoon
Cornelis Hoykes en zijn vrouw Anje.
266 Reinder Cornelis.
Tr.
267 Kunne. Reinder Cornelis en Kunne huren vanaf
1651 een provincieboerderij te Hoogemeeden. [Gens Nostra nr.7/8 1994].
304 Hans Lötscher, geb. ca. 1601 te Wimmis
(Zwitserland) (?). Het geboortejaar van Hans Lötscher is niet precies
bekend. Het jaar 1601 is afgeleid van hetgeen vermeld staat in de 41e strofe
van eht door hem gedichte "Lied", waar staat dat hij "geleefd
heeft 61 jaar". Het lied is gedrukt in het jaar 1662. Hieruit volgt dat
Hans in 1601 of eerder geboren is. Ten eerst is niet bekend of hij in het jaar
1662 reeds jarig was geweest in dat jaar toen hij het Lied schreef. Is dat niet
het geval dan kan hij dus geboren zijn in 1600. Ten tweede is het in het geheel
niet zeker dat het Lied in het zelfde jaar gedrukt werd als het gemaakt was,
als zal dat waarschijnlijk niet veel gescheeld hebben. Het geboortejaar kan
dus wel 1599 of 1598 geweest zijn. In de 41e strofe staat verder vermeld dat
hij "van Latterbach" is, dat wil niet zeggen dat hij daar geboren
is. Het wil alleen zeggen dat hij daar gevestigd was. Overl. ca. 1672 te
Erlenbach (Latterbach).
Tr. op 21-01-1633 te Erlenbach (Zwitserland).
305 Anna Kammer, dr. van Marti
Kammer (zie 610).
306 Jakob Schmid, geb. 1621 ?
Tr. op 23-09-1644 te Frutigen (Zwitserland).
307 Maria Trachsel, ged. op 23-12-1621 te Frutigen
(Zwitserland), dr. van Gwehe Trachsel (zie
614) en Lena Studer (zie
615).
320 Willem Arents Hamming, slager, vaandrich
(1675), lieutenant (1678), hopman (1679), geb. voor 1640, overl. 1692/1693.
De rekeningen van het Aduarder Gasthuis zijn in 1692 nog getekend door Willem
Hamming als Voogd, in 1693 niet meer, hij is dus vermoedelijk gestorven in 1692
of 1693. (Genealogie Hamming p.21). Willem Hamming wordt in maart 1661
als lidmaat aangenomen. (Genealogie Hamming p.18)
Van 1668 tot 1692 was hij Voogd van het Aduarder-gasthuis in de Munnikeholm.
Aanvankelijk ondertekende hij de rekeningen als Willem Hamminck de Junge, terwijl
hij na de dood van zijn oom deze toevoeging weglaat. (Genealogie Hamming p.18)
In 1666 heeft hij zich inlaten schrijven als groot-burger, tezamen met zijn
zonen Arent en Jan. Hopman Hamming komt echter in geldnood te verkeren. Aan
de gedwongen lening in 1672 neemt hij nog deel voor 30 gl, wat een bezit van
3000 gl onderstelt. In 1680 begint hij echter geld te lenen ondanks het feit,
dat hij in 1678 nog behoorlijk geërfd heeft. Hij leent zo lang, tot 21
maart 1689 op 's Heeren Wijnhuis opentlyck an de meestbiedende bij brander keerse
uitganck wordt verkocht Hopman Willem Hamminghs behuisinge ten noorden van de
A-Kercke. Koper wordt Rotger Cornelis voor 2150 gl. Verkoper is blijkbaar wel
in het huis blijven wonen. (Genealogie Hamming p.18). Zn. van Arent
Willems Hamming (zie 640) en Jantien
Michels (zie 641).
Tr. op 22-01-1660 te Noordlaren. Deftige families huwden graag in Noordlaren
of Sappemeer op attestatie van de Weeskamer te Groningen (Genealogie Hamming
p.16).
321 Catharina Jacobs Munningh (Trijntjen Monninck),
geb. voor 1640 te Groningen, overl. 1685-1692. Op 21 januari 1692 treedt
Arent Hamming (zoon van Catharina) bij een boedelscheiding in de familie Munningh
op voor zichzelf en in qualitate. Hieruit blijkt, dat zijn moeder dus reeds
overleden is. Zij leefde nog op 3 juli 1685. (Genealogie Hamming p.18).
Trijntjen Monninck j.d. bij dra kerk in maart 1657 als lidmaat aangenomen.
(Genealogie Hamming p.18). Dr. van Jacob Munningh
(zie 642) en Grietje Vuust
(zie 643). Ze wonen eerst in de Brugstraat bij de A-kerk
in Groningen, later in het huis van zijn ouders, gekocht bij de boedelscheiding.
322 Garbrant Derx, geb. ca. 1622, overl. op 07-10-1680.
Tr.
323 Trijntie.
336 Jan Peters, wever.
Tr. op 07-08-1681 te Winsum.
337 Trijntje Horenborghs.
Generatie X
610 Marti Kammer.
614 Gwehe Trachsel.
Tr. op 17-07-1620 te Frutigen (Zwitserland).
615 Lena Studer.
640 Arent Willems Hamming, slachter, geb. te
Gasselte, overl. v 6-2-1668 te Groningen. Dat het slagersvak zijn strubbelingen
meebrengt, merken we uit de Sententien van Burgemeesters en Raad. Nu eens laat
Arent Hamming beslag leggen op schapen in Beerster Hamrick; dan vordert hij
geld terug van een koe, die hem ziek verkocht zou zijn, wat de verkoper natuurlijk
ontkent; dan weer heeft hij een kwestie over de verkoop van 25 schapen. Ook
blijkt hij 12 gr. land in huur te hebben. (Genealogie Hamming p.12), zn.
van Willem Hamming (zie 1280).
Tr. op 17-05-1634 te Groningen.
641 Jantien Michels, overl. v16-1-1672. Jantien
Michaels wordt in 1627 bij de Wage als lidmate aangenomen.(Genealogie Hamming
p.12), dr. van Michel Jacobs (zie 1282)
en Annechien (zie 1283). In
oktober 1663 en in januari 1664 verkopen de Olderman Arent Hammink en Jantien
Michels bij de A-kerk enkele kamers in de Lamme Huiningestraat. (Genealogie
Hamming p.12).
642 Jacob Munningh, lieutenant (1649), hopman
(1661), overl. op 12-06-1670. In 1631 laat Jacob Munningh zich inschrijven
als kramer, waarbij staat aangetekend, dat hij met een gildebroeder-dochter
is getrouwd. In het Regeringsboek komt zijn naam herhaaldelijk voor: in de Gezworen
Meente 1652-1662, in 't Gilderecht 1652, als Busheer 1659, als Kluftsheer 1655
en als Weesheer 1660. Ook blijkt hij Olderman te zijn. (Genealogie Hamming p.17).
Hij laat zich in 1666 inschrijven als groot-burger, tezamen met zijn zonen
Jan, Albertus en Jacobus. (Genealogie Hamming p.17). Zn. van Johan
Munningh (zie 1284).
Tr. (1) op 13-02-1631 Trijntjen Eisens, overl. -07-1636.
Tr. (2) op 27-01-1638 Grietje Vuust (zie 643).
643 Grietje Vuust, overl. 1678. Grietje
leeft nog op 10 januari 1678, maar 16 november 1678 vindt de boedelscheiding
plaats. Er blijkt heel wat aanwezig, te verdelen onder Catharina, Jan, Alagunda
en Jacobus. Jan is nog ongehuwd en verkrijgt het ouderlijk huis bij de A-kerk
met de kamer in de Lamhuiningestraat, een gerechte part der huizen aan de Nieuwe
Ebbinge Strate en aan het Boterdiep, de gerechte helft in zekere ackeren veen
in Focko Luijes verlatene heert tot Noordbroek gelegen. Ook behoort nog tot
de boedel het recht van beklemming voor de helft van 24 gr. provincieland in
vier stukken met het halve huis, heem, plantagien tot Borgham buiten d'Ebbingepoorte
gelegen. Voorts nog een aantal waardepapieren. (Genealogie Hamming p.17).
Dr. van Johan Fuust (zie 1286)
en Aeltien Jans Crans (zie 1287).
Generatie XI
1280 Willem Hamming. Plm. 1600 woonde Willem
Hamming in Gasselte, van hem zijn vier kinderen bekend, van geen van deze kinderen
is de doop bekend, noch van zijn vrouw, noch van Willem Hamming zijn verdere
gegevens bekend. (Genealogie Hamming p.5).
Tr.
1282 Michel Jacobs.
Tr.
1283 Annechien.
1284 Johan Munningh.
Tr.
1286 Johan Fuust, luitenant (1621), hopman
(1632), overl. 1640-1642. Johan Fuust is overleden tussen 11 juni 1640 en
7 januari 1642. In 1620 heeft Johan Fuust 12 gr. provincieland gehuurd
voor zes jaar, vrij van behuizing, en wed. Johan Meijnts 24 gr., die hij dus
in huur krijgt. In 1626 huurt hij voor zes jaar 18 gr. land, vrij van behuizing,
onder Adorp. (Genealogie Hamming p.17). Zn. van Barolt
Fuest (zie 2572).
Tr. (1) na 05-1603 Aeltien Jans Crans (zie
1287).
Tr. (2) op 27-05-1621 Annetien Siddebuiren.
1287 Aeltien Jans Crans. Op 25 mei 1603
wordt Aleyt Cransiens tot lidmaat aangenomen, zij woont dan nog "mett hare
moeder". (Genealogie Hamming p.17). Dr. van Jan
Crans (Johan Harmens) (zie 2574) en Jantyn
(zie 2575).
Generatie XII
2572 Barolt Fuest. Barolt Fuest wordt 11
maart 1579 te Groningen vermeld. (Genealogie Hamming p.17). Zn. van Johannes
Fuest (zie 5144).
Tr.
2574 Jan Crans (Johan Harmens), brouwer, overl.
10-1592/94. Overleden tussen 17 oktober 1592 en 1594 (Genealogie Hamming
p.9). Hij was brouwer ten noorden van de A-kerk in Groningen.
Tr.
2575 Jantyn, overl. t11-2-1623. Overleden tegen
11 februari 1623 (Genealogie Hamming p.9). Op 11 februari 1623 vindt
een arffcoop plaats, waardoor Lubbert Lubberts und Annetien Krantzes echteluiden
de ouderlijke woning van de overige erfgenamen kopen. Deze behuisinge, met de
kelder daeronder, is staende und gelegen an de nooder sijdt van der A Kercke,
mit een vrije poorte in 't nije straetien (Lutkenieuwstraat). (Genealogie Hamming
p.9).
Generatie XIII
5144 Johannes Fuest. De weduwe van Dr.Johannes
Fuest, Grete wordt genoemd in juni 1570 en juli 1592. (Genealogie Hamming p.17).
Tr.