Anje van TilKwartierstaat van Anje van Til





Generatie I



Anje van Til
Anje van Til
1 Anje van Til, geb. op 22-02-1896 te Oldehove, overl. op 04-10-1982 te Zuidhorn op 86-jarige leeftijd, begr. op 08-10-1982 te Noordhorn, dr. van Gerrit van Til (zie 2) en Jantje Rozema (zie 3).
Tr. op 28-jarige leeftijd op 15-05-1924 te Zuidhorn Geert de Vries, 29 jaar oud, veehouder, geb. op 12-11-1894 te Midwolde, overl. op 10-10-1979 te Zuidhorn op 84-jarige leeftijd, begr. op 15-10-1979 te Noordhorn, zn. van Jan [Durk] de Vries, landbouwer, arbeider (1891, 1899) en Froukje [Lieuwes] Wijnalda, naaister. Het gezin woonde achtereenvolgens in Aduard (ca. 1925-1929), Niekerk (ca. 1928-mei 1935), Noordhorn (Oosterweg: mei 1935-1960, van Starkenborghkanaal: ca. juli 1960-1970) en Zuidhorn (Westergast: ca. 1962-1970, Oosterburcht: ca. 1970-sept.1982).


Generatie II


Gerrit van Til en Jantje Rozema
Gerrit van Til en Jantje Rozema

2 Gerrit van Til, landbouwer, geb. op 13-04-1860 te Dorkwerd, overl. op 28-07-1944 te Noordhorn op 84-jarige leeftijd, begr. te Noordhorn. Gerrit van Til werd geboren op de boerderij aan het Reitdiep, tussen Dorkwerd en de Friesestraatweg. Hij ging in Dorkwerd naar school. Zn. van Marten Jacobs van Til (zie 4) en Stientje Hamming (zie 5).
Tr. op 24-jarige leeftijd op 14-05-1884 te Aduard. Getuigen bij het huwelijk: Pieter Huizinga, 49 jaar oud, landbouwer, wonende te Fransum, oom van de bruid; Pieter Themmen, 48 jaar oud, bakker, wonende te Aduard, onverwant; Johannes Gerhardus Hazeloop, 49 jaar oud, zonder beroep wonende te Aduard onverwant; en Mello Holsteimer, 28 jaar oud, veldwachter, wonende te Aduard onverwant.
3 Jantje Rozema, geb. op 19-12-1862 te Wierum, overl. op 19-08-1957 te Noordhorn op 94-jarige leeftijd, begr. op 22-08-1957 te Noordhorn. Jantje Rozema werd geboren te Wierum, in de gemeente Aduard, op de boerderij 't Nijland. De school waar zij heenging was in Aduard, in het gebouw (kloosterkerk) van de N.H. gemeente (ingang onder de toren). Dr. van Poppe Jans Rozema (zie 6) en Hilje Harms Huizinga (zie 7), (Uit Familieboek G.van Til): Ze zijn getrouwd in Aduard. Omdat het moeilijk was aan een boerderij te komen, zijn ze eerst klein begonnen op wat nu de "Lienhoeve" heet, dicht bij Steentil, gemeente Aduard. Na acht jaar gingen ze naar Oldehove. In 't laatst van mei kwam er door bijzondere omstandigheden een boerderij vrij. Daar hebben ze 12 jaar gewoond, en zijn ze naar Fransum, gemeente Aduard, verhuisd. Na 13 jaar gingen ze naar Noordhorn. Ze hadden de boerderij "Bennemaheerd" gekocht, en hebben daar 17 jaar gewoond.


Generatie III



Stientje Haming Marten Jacobs van Til
Stientje Hamming en Marten J. van Til
4 Marten Jacobs van Til, landbouwer, geb. op 22-10-1828 te Leegkerk, overl. op 12-04-1911 te Dorkwerd op 82-jarige leeftijd, begr. te Dorkwerd, zn. van Jacob Reinders van Til (zie 8) en Grietje Martens Rijkens (zie 9).
Tr. op 24-jarige leeftijd op 17-04-1853 te Ezinge.
5 Stientje Hamming, geb. op 19-09-1832 te Feerwerd, overl. op 30-03-1893 te Dorkwerd op 60-jarige leeftijd, begr. te Dorkwerd, dr. van Pieter Isebrands Hamming (zie 10) en Anje Hendriks Aalfs (zie 11).


Poppe Jans Rozema
Poppe Jans Rozema
6 Poppe Jans Rozema, landbouwer, geb. op 13-01-1819 te Wierum. Poppe is geboren in het huis getekend met no.3 te Wierum, gemeente Aduard. Overl. op 01-04-1905 te Aduard op 86-jarige leeftijd, begr. te Dorkwerd, zn. van Jan Jacobs Rozema (zie 12) en Jantje Roelfs Veldhuis (zie 13).
Tr. op 37-jarige leeftijd op 10-04-1856 te Aduard.
7 Hilje Harms Huizinga, geb. op 11-02-1835 te Garnwerd, overl. op 21-06-1870 te Wierum op 35-jarige leeftijd, begr. te Dorkwerd, dr. van Harm [Pieters] Huizinga (zie 14) en Aaltje Tonnis (Wieringa) (zie 15).


Generatie IV



8 Jacob Reinders van Til, landbouwer, geb. op 27-09-1794 te Wierum, overl. op 08-03-1847 te Hoogkerk op 52-jarige leeftijd, zn. van Reinder Derks van Til (zie 16) en Sijbge Jacobs Poelman (zie 17).
Tr. op 27-jarige leeftijd op 13-05-1822 te Hoogkerk.
9 Grietje Martens Rijkens, geb. 1786 te Hoogkerk, overl. op 07-12-1844 te Hoogkerk, dr. van Marten Daniels Richen (Rijkens) (zie 18) en Barbara Emanuels Lötscher (Lötscher) (zie 19).


10 Pieter Isebrands Hamming, landbouwer, geb. op 21-03-1802 te Oostwold, overl. op 13-01-1887 te Ezinge op 84-jarige leeftijd, "In januari 1832 heeft Pieter Hamming een boerderij met 29 ha gekocht voor f 7350 en in januari 1857 met bijna 28 ha voor f 23.400 weer verkocht aan Jan I. de Boer, terwijl hijzelf vlak daarnaast een voorbehuizing aan een schuur laat bouwen en nog 19 ha overhoudt, aangekocht in 1846. De kleine boerderij is later weer afgebroken.
Bij het huwelijk van [zoon] Ite, die de boerderij ging huren, is de vader [Pieter] in Ezinge gaan wonen. Daar heeft hij in de Chr. Geref. Gemeente jarenlang als ouderling gediend. Hij is met de Afscheiding meegegaan na de doop van Hinderika, later dan zijn broer Ite." (Uit: Genealogie Hamming p.42). Zn. van Izebrand Ites Hamming (zie 20) en Geertruid Pieters (Ploeg) (zie 21).
Tr. op 28-jarige leeftijd op 08-04-1830 te Leek.
11 Anje Hendriks Aalfs, geb. op 02-02-1807 te Hogemeeden, ged. op 22-03-1807 te Oostwold, overl. op 12-12-1858 te Feerwerd op 51-jarige leeftijd, ...Na het overlijden van Anje Aalfs wijdde Ds. J. Balhuizen te Ezinge een artikel aan haar gedachtenis in de Bazuin van 31 dec. 1858. Daarin lezen wij: "Van der jeugd aan vreesde zij den Heere. In haar leven gaf zij de klaarst blijken van God te kennen en te dienen. Zij had een bijzonder inzien in den weg der verlossing, zij moest, gelijk andere kinderen Gods wel bestrijdingen verduren, maar dan leidde het haar ook tot nadere bevestiging van haar geloof. Zij droeg haar kruis met onderworpenheid aan den Heere. Hare grootste smart was hare zonden en die van hare kinderen. Zij droeg hare kinderen niet alleen op het hart, maar ook voor de troon der genade, zoodat men in waarheid van haar kan zeggen, dat hare echtgenoot in haar verliest eene aangename medgezel, de kinderen eene zorgdragende en biddende moeder, de armen eene medelijdende en milde verzorgster, de gemeente een voorbeeld, de kerk een voorbidster, pijlaar en aangenaam lid." Aan het einde staat, dat "zij met blijdschap den dood tegemoet ging"... (Uit: Genealogie Hamming p.42). Dr. van Hendrik Aalfs (zie 22) en Stijntje Duurts (zie 23).


12 Jan Jacobs Rozema, landbouwer, geb. ca. 1774, overl. voor 1856, zn. van Jacob Jans Rozema (zie 24) en Grietje Louwes (zie 25).
Tr..
13 Jantje Roelfs Veldhuis, geb. ca. 1789, overl. voor 1856, dr. van Roelf Jans Velthuis (zie 26) en Hindrikje Hindriks (zie 27).


14 Harm [Pieters] Huizinga, boereknecht (1835), landbouwer, geb. op 03-07-1803 te Aduard, overl. op 07-12-1874 te Feerwerd op 71-jarige leeftijd. Toen Harm Huizinga trouwde was hij boerenknecht op de Hoogemeden. Daarna landbouwer op "Brillerij", Aduarderdiep, gem. Ezinge.

De Brillerij
De Brillerij
Zn. van Pieter Klasens (Huizinga) (zie 28) en Menstje Booijes (Boelens) (zie 29).
Tr. op 31-jarige leeftijd op 29-11-1834 te Aduard.

15
Aaltje Tonnis Wieringa
Aaltje Tonnis Wieringa
Aaltje Tonnis (Wieringa), dagloonersvrouw (1835), landbouwersche (1878), geb. op 29-11-1811 te Garnwerd, overl. op 05-05-1878 te Garnwerd op 66-jarige leeftijd, dr. van Tonnis Bartelds Wieringa (Tun van Beswerd) (zie 30) en Saakje Watzes (Noord) (zie 31). Harm en Aaltje kopen de boerderij De Brillerij van Tonnis B. Wieringa. In de achtergevel bevinden zich twee stenen, waarvan een met de initialen: H.P.H. A.T.W. 1852. In 1878 verkopen de erven H.P. Huizinga de plaats, groot 29-67-00 ha. voor f 45.000,- aan Tonnis en Sako Huizinga (zoons van Harm een Aaltje).


Generatie V



16 Reinder Derks van Til, landbouwer, geb. op 24-08-1758 te Obergum, overl. op 21-10-1837 te Aduard op 79-jarige leeftijd, zn. van Derk Cornelis (zie 32) en Aafke Reinders (zie 33).
Otr. (1) op 30-06-1792 te Wetsinge Sijbge Jacobs Poelman (zie 17). Reinder Derks en Sijbge Jacobs kopen in 1792 de boerderij aan de Gaaikemadijk onder Wierum van hun tantje Kunje Reinders, op welke hun grootouders Reinder Derks en Sijbge Jacobs indertijd hun eerste huwelijksjaren hadden doorgebracht [Gens Nostra nr.7/8 1994].
Otr. (2) op 11-06-1809 te Wierum, hc 18-6-1809 RA LXXIII-1 fol. 43 Scheltje Jans Boersema, 34 jaar oud, geb. op 21-02-1775 te Niehove, overl. op 10-01-1855 te Hoogemeeden op 79-jarige leeftijd, dr. van Jan Ekkes Boersema, landbouwer en Klaaske Ekkes.
17 Sijbge Jacobs Poelman, geb. ca. 1768, overl. op 02-08-1806 te Wierum. Sijbge is samen met een kraamkindje begraven (Gens Nostra nr.7/8 1994). Dr. van Jacob Derks (zie 34) en Zwaantje Reinders (zie 35). Reinder Derks en Sijbge Jacobs kopen in 1792 de boerderij aan de Gaaikemadijk onder Wierum van hun tantje Kunje Reinders, op welke hun grootouders Reinder Derks en Sijbge Jacobs indertijd hun eerste huwelijksjaren hadden doorgebracht [Gens Nostra nr.7/8 1994].


18 Marten Daniels Richen (Rijkens), geb. ca. 1749 te Kampen, overl. op 14-10-1799 te Hoogkerk, zn. van Daniël Martens Richen (zie 36) en Annigje Christiaans Stutsman (zie 37).
Tr. (1) op 19-10-1777 Annechien Hansen Uildriks.
Otr. (2) op 20-04-1783 te Hoogkerk Barbara Emanuels Lötscher (Lötscher) (zie 19). In 1784 kopen Marten Daniëls en Barbera een huis met de beklemming van 59 grazen land onder Hoogkerk van Trijntje Christiaans Uildriks, weduwe van Abraham Pieters Rijkens voor f 3350, een huur doende aan 'Juffrouw Iwema, weduwe van Ds. Copinga' van f 81=10 per jaar.
Marten en Barbera verklaren in 1768 schuldig te zijn aan de voogden over het minderjarige dochtertje van Marten Richen en zijn eerste vrouw voor een bedrag van f 200.
In 1799 overlijdt Marten Daniëls en in 1801 wordt zijn nalatenschap gescheiden. Hierbij behouden Barbera en haar twee minderjarige kinderen de gehele boedel en keren zij f 1000 uit aan de voogden over het dochtertje uit zijn eerste huwelijk (bron: Genealogie Leutscher blz. 96-97).
19 Barbara Emanuels Lötscher (Lötscher), geb. ca. 1749 te Zuidwolde, overl. op 05-09-1826 te Hoogkerk, dr. van Emanuel Manuels Lötscher (zie 38) en Grietje Daniëls Richen (zie 39). In 1784 kopen Marten Daniëls en Barbera een huis met de beklemming van 59 grazen land onder Hoogkerk van Trijntje Christiaans Uildriks, weduwe van Abraham Pieters Rijkens voor f 3350, een huur doende aan 'Juffrouw Iwema, weduwe van Ds. Copinga' van f 81=10 per jaar.
Marten en Barbera verklaren in 1768 schuldig te zijn aan de voogden over het minderjarige dochtertje van Marten Richen en zijn eerste vrouw voor een bedrag van f 200.
In 1799 overlijdt Marten Daniëls en in 1801 wordt zijn nalatenschap gescheiden. Hierbij behouden Barbera en haar twee minderjarige kinderen de gehele boedel en keren zij f 1000 uit aan de voogden over het dochtertje uit zijn eerste huwelijk (bron: Genealogie Leutscher blz. 96-97).


20 Izebrand Ites Hamming, landbouwer, geb. op 04-11-1759 te Oostwold, overl. op 13-07-1841 op 81-jarige leeftijd. Izebrand Hamming is als lidmaat aangenomen op 15 december 1786. Hij wordt ook genoemd als ouderling. In 1811 is hij lid geworden van de Municipale Raad (Gemeenteraad). Op 18 juni 1815 is hij benoemd in een commissie, bestaande uit enige der braafste en edelste lieden der gemeente, teneinde bijdragen der ingezetenen in te zamelen en te ontvangen om te voorzien in de behoeften onzer verminkte verdedigers en van de nageblevenen der gesneuvelden. (Uit: Genealogie Hamming p.39)
In de nacht tussen 8 en 9 maart 1808 is ingebroken bij Izebrand Hamming, woonachtig op de Dijkstreek onder Oostwold. Het volgende wordt vermist: Het zilveren horloge met zilveren wijzerplaat, kast en ket, waaraan hangende een platte zilveren sleutel, dito roskam en manekam, fabrikaat Simson te Londen; verder een ouderwets zilveren lepeltje. Van de kinderen een schoen met zilveren gesp en een tinnen horloge; van de knecht een lange blauwe broek, waarin diens koperen tabaksdoos. Van de inbraak wordt verdacht een zwerver, die de nacht tevoren daar overnacht heeft en zich toen zeer eigen gemaakt heeft met de hond. (Uit: Genealogie Hamming p.40)
Izebrand Hamming is niet met de Afscheiding meegegaan (Genealogie Hamming p.40). Zn. van Ite Pieters Hamming (zie 40) en Hilje Isebrants (zie 41).
Tr.
21 Geertruid Pieters (Ploeg), geb. op 16-04-1774, overl. op 25-06-1845 te Oostwold op 71-jarige leeftijd, dr. van Pieter Jukes (zie 42) en Willemke Jans (zie 43).


22 Hendrik Aalfs, landbouwer, geb. op 09-04-1781 te Lagemeeden, ged. op 06-05-1781 te Oostwold, overl. op 25-07-1858 te Hoogemeeden op 77-jarige leeftijd, zn. van Alef Hindriks (zie 44) en Zwaantje Reinders (zie 35).
Tr. op 23-jarige leeftijd op 09-09-1804, hc Oostwold 29-8-1804 RA LXXIIi-1, 52r.
23 Stijntje Duurts, geb. op 08-05-1786, overl. op 16-05-1846 op 60-jarige leeftijd, dr. van Duurt Klaassens (zie 46) en Anje Klaassens (zie 47).


24 Jacob Jans Rozema, overl. op 11-06-1781.
Tr. op 28-06-1767 te Wierum.
25 Grietje Louwes, overl. op 15-09-1804.


26 Roelf Jans Velthuis, timmerman, overl. op 07-03-1809.
Tr. op 28-05-1787 te Hoogkerk.
27 Hindrikje Hindriks. Hindrikje Hindriks neemt op 2-5-1812 te Hoogkerk als hoofd van het gezin de familienaam Veldhuis aan, zij kies als voornamen Hindrikje Hindrik, ondertekent als Hindriktien. (Naamsaanneming in Groningen).


28 Pieter Klasens (Huizinga), landbouwer te Wierum, geb. te Hoogkerk, overl. voor 1874.
Tr. op 12-11-1801 te Aduard.
29 Menstje Booijes (Boelens), ged. op 06-02-1780 te Fransum, overl. voor 1874, dr. van Booije Harms (zie 58) en Geertje Hilbrands (zie 59). Bij het huwelijk kwam Pieter Klasens van Aduard en Menstje Booijes van Wierum.


Geboortehuis Tun van Beswerd te Leegkerk
Geboortehuis Tun van Beswerd te Leegkerk

30 Tonnis Bartelds Wieringa (Tun van Beswerd), landbouwer, ged. op 30-06-1776 te Leegkerk, overl. op 20-01-1850 te Beskwerd/Ezinge op 73-jarige leeftijd, begr. te Garnwerd. Tonnis werd ook Tun van Beswerd genoemd. K. ter Laan schreef over hem een groninger overlevering (zie Genealogie Wieringa/Wierenga)

Uit Land en volk van Humsterland / J. Bierma, 1961, p. 243:
... Tunnis B. Wieringa was eerst boer te Oostum,
later op Klein-Beswerd, en weer later op Groot-Beswerd, ten n.o. van Fransum (gem. Ezinge), aan wie het door ondernemingsgeest, vlijt en spaarzaamheid, en onder begunstiging van de conjunctuur gelukt is, in het bezit te komen van 7 boerderijen in de gemeente Ezinge, klein en groot, samen 275 ha., in die jaren een waarde vertegenwoordigend van f 100.000. In 1795 was hij begonnen met een kleine boerderij van 20 ha. te Oostum. Hij kocht die met hulp van een rijke een k uit Garnwerd, die hem onder borgstelling van een ondernemende oomkoopman uit Garnwerd, die hem onder borgstelling van een ondernemende oom het nodige geld verschafte. Tevoren had hij met een vriend al 8 grazen land gekocht, voor geld, dat zij met vetweiderij op gehuurd weiland verdiend. Zodoende had hij zich al een spaarduitje vergaard.

Groot Beswerd
Groot Beswerd

In 1807 werd de boerderij Klein-Beswerd, groot 40 ha., verkocht. Er waren bijna geen liefhebbers (een gewoon verschijnsel in neergaande tijden); z.g. strijkgeldschrijvers bleven "er aan hangen" en hiervan profiteerde W. door de plaats van hen over te nemen. Daarvoor moest het bezit te Oostum worden verkocht. In 1823 kon hij met zijn toen overgespaard geld de beide reeds genoemde boerderijen Oostumer Tichelwerk en Brillerij kopen, vervolgens nog een kleine plaats met 4 1/2 ha. land onder Fransum en ook nog 17 1/2 ha. land te Feerwerdermeeden en bij Fransum. Het volgend jaar kocht hij Groot-Beswerd en tenslotte nog een plaats op Suttum onder Ezinge en de borg Piloursma. Zo was hij, ofschoon met vrijwel niets begonnen, grootgrondbezitter en één van de hoogst-aangeslagenen in de provincie geworden. Zn. van Berend Pieters (zie 60) en Hilje Hendriks (zie 61).
Tr. (1) op 22-jarige leeftijd op 19-05-1799 te Hoogkerk Aaltje Hendriks (Hoiting), overl. op 02-11-1802 te Oostum, dr. van Hendrik Geerts (Hoiting) en Geertruid Alberts.
Tr. (2) -11-1803 Saakje Watzes (Noord) (zie 31). In de kerkboeken is het huwelijk niet te vinden. Huwelijkscontract Zuidhorn 26-10-1803 [Genealogie Wieringa/Wierenga nr. 1].
31 Saakje Watzes (Noord), ged. op 05-01-1783 te Ezinge, overl. op 20-02-1856 te Ezinge op 73-jarige leeftijd, begr. te Ezinge, dr. van Watze Jans (Noord) (zie 62) en Grietje Freerks (zie 63). In de kerkboeken is het huwelijk niet te vinden. Huwelijkscontract Zuidhorn 26-10-1803 [Genealogie Wieringa/Wierenga nr. 1].


Generatie VI



32 Derk Cornelis, landbouwer, geb. ca. 1730 te Wehe, overl. v19-1-1764 te Obergum, zn. van Cornelis Aylkes (zie 64) en Luikje Derks (zie 65).
Tr. op 29-08-1756 te Den Horn.
33 Aafke Reinders, geb. ca. 1730 te Hoogemeeden, overl. v1-11-1779 te Obergum. De samenstelling van haar eerste gezin blijkt uit de afkoop tussen Aafke Reinders en de voorstanders over de drie minderjarige kinderen uit haar huwelijk met Derk Cornelis. Aafke zal elk kind de kost geven totdat het achttien jaar is, en vervolgens 300 car. guldens, een zilveren dukaton en drie goede bovenlakens [Gens Nostra nr.7/8 1994], dr. van Reinder Derks (zie 66) en Sijbge Jacobs (zie 67).
Tr. (1) op 29-08-1756 te Den Horn Derk Cornelis (zie 32).
Otr. (2) op 19-01-1764 te Bedum, tr. op 29-01-1764 te Winsum, hc Winsum 28-1-1764, RA XXXVIII-d-1 Egbert Freerks (Pot), 30 jaar oud, landbouwer, geb. op 06-09-1733 te Middelbert, overl. v 5-7-1806, zn. van Freerk Roelfs en Annechien Klasen.


34 Jacob Derks, landbouwer, overl. v17-2-1779.
Otr. op 25-03-1765 te Leegkerk, hc Leegkerk 18-3-1765.
35 Zwaantje Reinders, geb. ca. 1743, overl. op 04-01-1821 te Hoogemeeden, dr. van Reinder Derks (zie 66) en Sijbge Jacobs (zie 67).
Otr. (1) op 25-03-1765 te Leegkerk, hc Leegkerk 18-3-1765 Jacob Derks (zie 34).
Tr. (2) op 14-03-1779 te Oostwold, hc Hoogkerk 17-2-1779 RA LXXI-c-3 fol. 22 Alef Hindriks, 33 jaar oud (zie 44).
Otr. (3) op 05-09-1784 te Oostwold en Feerwerd, hc Lagemeeden 31-8-1784 Ite Klaassen, landbouwer, geb. ca. 1736 te Oldehove, overl. op 22-01-1801 te Lagemeeden, zn. van Klaas Alderts en Louwke Ites.


36 Daniël Martens Richen, zn. van Marten Martens Richen (zie 72).
Tr.
37 Annigje Christiaans Stutsman, dr. van Christiaan Stutsman (zie 74) en Madlena Stucky (zie 75).


38 Emanuel Manuels Lötscher, ged. op 04-02-1711 te Erlenbach, overl. 1796? te Zuidwolde (Gn), zn. van Emanuel Abrahams Lötscher (zie 76) en Anna Andrist (zie 77).
Otr. te Sappemeer. Attestatie afgegeven 9 mei 1745.
39 Grietje Daniëls Richen, dr. van Daniël Richen (zie 78) en Barbera Wenger (zie 79). Mei 1747 kopen Emanuel en Grietje een behuizing en de tijdelijke beklemming van 36 en 30 grazen land onder Beijum voor f 1800, met een jaarlijkse huur aan het St.Geertruids Gasthuis van f 113. Zij kopen deze beklemming van Jan Hendriks en zijn vrouw, die deze kort tevoren zelf gekocht hadden. Jan Hendriks had toen als 'angaade meijer' slechts een half jaar huur tot geschenk betaald 'wegens deze bekommerlijke tijden'. Hij moet nu alweer verkopen wegens 'overgekomen rampen' en hij dient dan een request in om teruggave te verkrijgen van het door hem betaalde geschenk en tevens om de koper (Emmanuel Leutscher) een half jaar huur tot geschenk te laten betalen bij overboeking. De Raad gaat accoord met de overboeking van 'Manuel Leutscher en vrouw mits af- en angaande meijers ieder een half jaar huur tot geschenk betalen'. In 1749 krijgt Grietje Richen f 184=20=3 1/2 toegewezen uit de erfenis van haar vader. In 1771 wordt de tijdelijke beklemming omgezet in een vaste altoos durende beklemming. Het Geertruids Gasthuis verzekert zich hierdoor van een constante bron van inkomsten. De periodieke zesjarige geschenken vervallen, alleen de geschenken blijven over die gegeven moeten worden door af- en aangaande meijers en door echtgenoten en kinderen die te boek gebracht worden. Voor deze nieuwe beklemming moet Emanuel f 500 betalen, wat hij in twee termijnen doet, op 4 februari 1772 en op 1 mei 1772. De jaarlijkse huur aan het Gasthuis wordt verhoogd tot f 120. Dan blijkt uit de rekeningen van het Gasthuis dat in 1797 'de kinderen' te boek worden gebracht en dat zij één jaar huur als geschenk betalen. Waarschijnlijk is dus Emanuel kort daarvoor overleden.
In 1802 worden de kinderen genoemd als afgaande meijers en betalen zij weer een jaar huur tot geschenk en worden Grietje Manuels en haar man Jannes Izaaks Leutscher met wie zij in 1799 gehuwd is, samen ingeboekt als aangaande meijers. Ook zij betalen weer een jaar huur tot geschenk aan de voogden van het Geertruids Gasthuis (Uit: Genealogie Leutscher blz. 96).


40 Ite Pieters Hamming, landbouwer, geb. op 12-03-1727 te Oostwold, overl. 1783/1784 te Oostwold. Ite is tussen mei 1783 en oktober 1784.Ite Hamming zal gestorven zijn voor 13 oktober 1784, want dan zit hij blijkbaar niet meer in de kerkeraad. (Genealogie Hamming p.34,26). Na zijn huwelijk in mei 1752 verhuist Ite naar 't Faan, daar wordt hij op 31 december 1752 tot lidmaat aangenomen na geloofsbelijdenis (Genealogie Hamming p.32)
...Op 14 juni 1751 wordt Ite Pieters Hamming door zijn zwager Hindrik Boelens nom. uxor. (namens de vrouw) gedaagd tot betaling van 175 gl met de rente verschuldigd wegens overname van een derde part van de behuising cum annexis en de beklemming der landerijen. Hij wordt veroordeeld tot betaling binne 21 dagen. Op 25 oktober 1751 tot betaling binnen 3 dagen. Op 24 januari 1752 wordt het setma (gerechtelijke beslaglegging) geaccordeerd en op 28 februari de afdrijving. Zo verkopen Ite en Geeske (zijn zus) op 29 februari de boerderij voor 3400 gl. Waar dit bedrag veel hoger is dan 3 maal 175 gl, zal wel een grote schuld op de boerderij gerust hebben, waarvan Ite meteen het derde part heeft overgenomen. Verhuur aan een man als Ekke Feddes deed het vermogen ook niet toenemen. [...] 30 mei 1753 kopen ze [Ite en zijn vrouw] dan de behuizing met de beklemming van het land terug voor 900 gl. Het grote prijsverschil zal hierin liggen, dat nu al het land beklemd is met een vaste huur van 120 gl... (Uit: Genealogie Hamming p.31,32)
In 1761 en 1764 treedt Ite Hamming op als diaken van Oostwold. (Genealogie Hamming p.32).
...Ite Hamming heeft gefungeerd als schatbeurder (ontvanger) voor het waterschap, dit blijkt uit een kwestie, die ontstond bij zijn aftreden. Hij is niet bereid de schatregisters aan zijn opvolger over te dragen, waarop deze zich tot het gericht wendt. Deze gelast nu overgave op 2 mei 1783. Waar Ite Hamming blijft weigeren, wordt hij op 17 juni veroordeeld tot een breuk van een pond (1 gl boete). Blijkbaar heeft hij toen toegegeven. (Uit: Genealogie Hamming p.33). Zn. van Pieter Arents Hamming (Peter Jans) (zie 80) en Grietje Sybrants (zie 81).
Tr. -05-1752 te Oostwold.
41 Hilje Isebrants. In 1769 wordt Hilje Isebrants, vrouw van den ouderling Ite Hamming, als lidmaat aangenomen (Genealogie Hamming p.32). Dr. van Isebrant Sijmens (zie 82) en Auckjen Alberts (Ploeg) (zie 83). Ze wonen eerst op 't Faan, later op de ouderlijke plaats [Oostwold] (Genealogie Hamming p.30).


42 Pieter Jukes, bakker en tapper, geb. op 10-11-1743 te Zuidhorn, overl. ca. 1784, "Pieter Jukes is bakker en tapper op de hoek van de Heereweg en de Trekweg te Enumatil. 11 mei 1779 kopen ze de eigendom van 28 1/2 gr. land onder Lettelbert, bij de koperen dusverre in beklemming gebruikt." (Uit: Genealogie Hamming p.39). Zn. van Juke Reinders (zie 84) en Corneliske Pieters (zie 85).
Tr. op 26-jarige leeftijd op 25-12-1769 te Enumatil. Kerkelijk hoort Enumatil onder Lettelbert.
43 Willemke Jans, geb. op 09-10-1742, overl. op 08-04-1808 te Enumatil op 65-jarige leeftijd, dr. van Jan Harms (zie 86) en Gertruit Jans (zie 87).
Tr. (1) op 27-jarige leeftijd op 25-12-1769 te Enumatil. Kerkelijk hoort Enumatil onder Lettelbert. Echtgenoot is Pieter Jukes, 26 jaar oud (zie 42).
Tr. (2) op 42-jarige leeftijd op 29-05-1785 Sijbrand Alberts Ploeg, schout gem. Leek, na 1811 lid Municipale Raad.


44 Alef Hindriks, landbouwer, geb. op 11-12-1745, overl. t4781-1784. Overleden tussen 6-5-1781 en 31-8-1784, zn. van Hindrik Alefs (zie 88) en Aeltien Derks (zie 89).
Tr. op 33-jarige leeftijd op 14-03-1779 te Oostwold, hc Hoogkerk 17-2-1779 RA LXXI-c-3 fol. 22.
45 = 35 Zwaantje Reinders.


46 Duurt Klaassens, overl. voor 1804.
Tr. op 12-01-1783 te Zuidhorn.
47 Anje Klaassens, geb. op 29-12-1754 te Noordhorn, overl. op 24-07-1826 te Hogemeden op 71-jarige leeftijd.


58 Booije Harms, zn. van Harm Boelens (zie 116) en Boijke Boijes (zie 117).
Tr.
59 Geertje Hilbrands.


60 Berend Pieters, landbouwer, geb. te Oostum, ged. op 27-12-1739 te Garnwerd, overl. op 15-03-1823 te Leegkerk op 83-jarige leeftijd, zn. van Berend Pieters (zie 120) en Aaltien Hendrixs (zie 121).
Otr. op 22-01-1769 te Garnwerd.
61 Hilje Hendriks, dr. van Hendrik Thies (zie 122). Het huwelijk van Berend Pieters van Oostum en Hilje Hendriks van Den Ham, werd geproclameerd te Garnswerd op 22 Januari 1769.


62 Watze Jans (Noord), ged. op 26-09-1749 te Noordhorn, overl. op 30-10-1824 te Ezinge op 75-jarige leeftijd. Watze Jans neemt op 15-4-1812 in Ezinge de familienaam Noort aan. (Naamsaanneming Groningen, blz. 35), zn. van Jan Uges (zie 124) en Saaktje Borgers (zie 125).
Tr.
63 Grietje Freerks, ged. op 16-04-1752 te Ezinge, overl. op 27-05-1820 te Ezinge op 68-jarige leeftijd, dr. van Freerk Gerrits (zie 126) en Elisabeth Tonnis (zie 127).


Generatie VII



64 Cornelis Aylkes.
Tr.
65 Luikje Derks.


66 Reinder Derks, landbouwer, geb. ca. 1695, overl. 1760-1764 te Hoogemeeden. Overleden tussen 20-5-1760 en 13-9-1764. Reinder Derks was landbouwer aan de Gaaikemadijk onder Wierum ter plaatse van de huidige 'Laanhoeve', later bij de Nieuwe Brug onder Hoogemeeden [Gens Nostra nr.7/8 1994]. Zn. van Derk Hoykes (zie 132) en Corneliske Reinders (zie 133).
Tr. v 3-6-1720.
67 Sijbge Jacobs, geb. ca. 1699 ? te Hoogkerk (?), overl. v15-8-1784 te Leegkerk, dr. van Jacob Harms (zie 134) en Jantje Hindriks (zie 135). Op 3 juni 1720 blijkt Derk Cornelis te Wierum 56 grasen provincieland overgedragen te hebben aan 'Reender Derks en Sijbenje sijn vr.'. Dit is de boerderij ter plaatse van de huidige 'Laanhoeve' aan de Gaaikemadijk.Vermoedelijk zijn de oudste kinderen te Wierum geboren. Later verhuizen Reinder en Sijbge naar de boerderij van zijn ouders bij de Nieuwe Brug tussen Hoogemeeden en Leegkerk, maar zij blijven de boerderij te Wierum exploiteren tot aan het huwelijk van hun dochter Kunje met Geert Jans. Op 13 en 20 september 1764 wordt de boerderij bij de Nieuwe Brug door de provincie verkocht aan Syben Jacobs, weduwe van Reinder Derks, voor 2970 gulden. Het land was in kaart gebracht in 1734. Op dat moment was de grootte 22 1/2 gras 58 roeden en 26 1/2 gras, waarvan 3 gras onder Lettelbert; in totaal 49 gras 58 roeden (ca. 20 hectare). Op 6 oktober 1778 verkoopt Sijbge Jacobs, weduwe van Reinder Derks, 3 grazen land te Lettelbert aan Jurjen Harms en Martje Geerts, voor 100 gulden. Nadat Sijbge Jacobs in 1784 is overleden, wordt de boedel afgewikkeld. Voor het gericht van Aduard worden op 18 juli 1786 aan de oudste zoon Jacob Rienders en zij vrouw Trijntje Derks de eigendom van 62 grazen land gelegen te Leegkerk, Hoogkerk, en Lagemeeden, de beklemming van deze plaats met het huis met een Friese schuur staande aan het Aduarderdiep, een plaats gelegen te Lagemeeden groot 29 en drievierde gras en 2 1/2 gras kerkeland te Lagemeeden overdragen. De eigendom van de eerste plaats wordt overgedragen voor f 5000,-, de beklemming van de diverse landerijen (in totaal 94 gras) voor f 5246-10-4. [Gens Nostra nr.7/8 1994]
Uit de Utrechtse Courant van 1784, nummer 101, van woensdag 25 augustus: Groningen, den 15 augustus. In het Wester-Quartier, digt bij Leegkerk, is onlangs een vrouw gestorven van 85 jaaren oud, zijnde genaamd Siebe Jans en weduwe van Reinder Dirks, welke lieden uit hunner egt gehad hebben 15 kinderen, 65 kindskinderen, en 23 agterkindskinderen, te samen een getal van 103 personen uitmakende. [Gens Nostra nr.7/8 1994].


70 = 66 Reinder Derks.
71 = 67 Sijbge Jacobs.


72 Marten Martens Richen, ged. op 20-01-1676 te Frutigen (Zwitserland), zn. van Marten (Peters ?) Richen (zie 144) en Cathrina German (zie 145).
Tr.


74 Christiaan Stutsman, geb. 1677/6.
Tr.
75 Madlena Stucky, geb. op 16-09-1677 te Spiez (Zwitserland). In 1711 zijn ze uit Zwitserland gekomen (Genealogie Leutscher blz. 96).


76 Emanuel Abrahams Lötscher, ged. op 16-09-1681 te Erlenbach (Zwitserland), overl. ca. 1721 te Sappemeer, zn. van Abraham Hansen Lötscher (zie 152) en Madlena Schmid (zie 153).
Tr. op 22-jarige leeftijd op 11-12-1703 te Erlenbach (Zwitserland).
77 Anna Andrist, ged. op 11-04-1680 te Erlenbach (Zwitserland), overl. na 1733 te Sappemeer (?), dr. van Bartlomé Andrist (zie 154) en Elsbeth Knütty (zie 155). Emanuel komt met zijn vrouw en vier kinderen in 1711 naar Nederland met het Oberländer schip, waarover hij met Daniël Richen opzichter was. In Groningen aangekomen wonen zij eerst bij Jan Wolters in Sappemeer blijkens een rekening van Albert Lubberts en Isaac Freriks te Groningen. Deze rekening is gedateerd 25 maart 1712 en vermeldt de uitgave van f 40,- aan Jan Wolters 'voor huijshuur wegens Madalena Smeets en Emanuel Lutscher, tot Maij'. Aannemelijk is dat Emanuel met zijn gezin verhuist naar Helpman en bij zijn moeder gaat inwonen totdat hij in 1713 naar het Noorderdiep in Sappemeer gaat, waar hij een huis en een plaats groenland op nr. 108 heeft gekocht voor f 1500. Later kopen Emanuel en Anna er stukken groenland bij resp. in de Borger-Compagnie-Wester Colonne nr. 8 voor f 340,-, Noorderdiep nrs. 112 en 113 voor f 327=10 en Noorderdiep nr. 113 voor f 875,-. Begin 1722 treffen wij dan een acte aan waarin Anna Andrist twee kampen groenland en dallen koopt bij het Noorderdiep nr. 113 voor f 125,-. In deze acte wordt zij genoemd 'weduwe van Manuel Loitscher'. Emanuel Abrahams is dus waarschijnlijk in 1721 overleden.
In 1723 wordt aan de weduwe Emanuel Leutscher een 'contumaciebreuk' van f 12,- opgelegd, dat is een boete voor het niet voldoen aan een gerechtelijk bevel. Een en ander blijkt uit een verzoek van haar om teruggave van de boete. Op haar verzoek wordt positief besloten en de boete zou haar binnen acht dagen worden terugbetaald.
In 1733 vindt de boedelscheiding van de nalatenschap van haar man plaats. Voordien worden eerst Abraham Abrahams L. en David Abrahams L. benoemd tot respectievelijk eerst en tweede voogd over de nog minderjarige kinderen van haar. Daarna verkoopt Anna Andrist haar onroerend goed BC-WC 8 aan Hans Furri voor f 265,-, Achterdiep (=Noorderdiep) 112 aan Abraham Abrahams L. voor f 233=6 st. Achterdiep 113 aan Peter Schabels voor f 483=3 st=4p. en huis en land Achterdiep 108 aan haar dochter en schoonzoon Peter Richen voor f 1730.-. (Uit: Genealogie Leutscher blz. 84).


78 Daniël Richen.
Tr.
79 Barbera Wenger.


80 Pieter Arents Hamming (Peter Jans), boer aan de Westerdijk (Oostwold), geb. op 14-06-1691 te Fransum. Pieter wordt ook wel Peter Jans genoemd, naar de eerste man van zijn moeder. (Genealogie Hamming p.21). Overl. -05-1733 te Oostwold. Pieter Hamming heeft de boerderij aan de Monneke- of Westerdijk onder Oostwold, op de hoek van de weg naar Oostwold (Kerklaan) laten bouwen. Dit bleek uit de gevelsteen in de zijmuur, waarop stond: P H 1725 G S.
Blijkens handtekeningen in het kerkeraadsboek was Pieter Hamming armenvoogt (diaken) te Oostwold van 1723 to 1727. Blijkens het Regeringsboek van Stad en Lande was hij in 1731 Rekenmeester, d.w.z. lid van de Provintiale Reekenkamer, die zes leden telde: drie voor de Stad en drie voor het Land. In 1733 blijkt hij Gedeputeerde Staat te zijn voor 't Land naast Gerh. Alberda, Hr. van Dijksterhuis; E.I. Lewe, Hr. van Hoogkerk, en Johan Piccardt, Hr. van Slogteren. Hij is beëdigd op 20 april 1733 en heeft slechts zes zittingen meegemaakt, het laatste op 11 mei 1733. Waarschijnlijk is Pieter Hamming kort na 11 mei overleden. (Bron: Genealogie Hamming p.27). Zn. van Arent Willems Hamming (Arnold) (zie 160) en Gesien Garbrants (zie 161).
Tr. op 25-jarige leeftijd op 16-08-1716 te Lage Meden.
81 Grietje Sybrants, geb. op 07-01-1699, overl., 12 december 1717 is Grietjen Sijbrants, de huisvrouw van Pieter Hamminck bij de Munnikedijk tot lidmaat aangenomen. (Genealogie Hamming p.26). Dr. van Sybrant Jannes (zie 162) en Sybrich Jansen (zie 163). Op 5 januari 1719 heeft de Gesworen Johan Elama aan Peter Hammingh en Grietien Sybrants echtelieden in waren eigendom overgedragen 30 gr. land onder Oostwolt an de Monnekedijk, dat meijerwijse wordt gebruikt door Jacob Jans. Koopprijs 1250 car.gl. In verband hiermee zal Pieter Hamming 750 gl geleend hebben. In 1752 blijken er bij de boerderij 100 1/2 grazen land te behoren. (Genealogie Hamming p.27).


82 Isebrant Sijmens. In maart 1725 vertrekt Isebrant Sijmens met attestatie naar Niekerk (Faan).
Bij de taxatie van 1730/31 wordt Isebrand Sijmens te Faan aangeslagen voor 5 gl. (Uit: Genealogie Hamming p.31).
Tr. (1) op 12-02-1699 te Zuidhorn Geeske Eelkes, overl. t1718-1724. In 1718 worden Isebrant Sijmens en Geeske Eelkes genoemd onder de lidmaten ten Enumatil.
Tr. (2) op 10-08-1722 te Enumatil Auckjen Alberts (Ploeg), 18 jaar oud (zie 83). Op 18 februari 1724 hebben Isebrant Symens en huisvrouw Auctien Alberts, woonachtig tot Faan, een heert Landes en Landerien tot Nijkerk gelegen, groot 55 gr., met de behuizing daarop staande, en een vluiscamp, gekocht voor 2000 gl. Hiervan liggen 4 gr. met de behuizing in één blok. De vluiscamp heeft ten N. het Olde diep. (Uit: Genealogie Hamming p.30).
83 Auckjen Alberts (Ploeg), ged. op 30-09-1703 te Midwolde, overl., dr. van Albert Jans (zie 166) en Roelfke Jan (zie 167). Op 18 februari 1724 hebben Isebrant Symens en huisvrouw Auctien Alberts, woonachtig tot Faan, een heert Landes en Landerien tot Nijkerk gelegen, groot 55 gr., met de behuizing daarop staande, en een vluiscamp, gekocht voor 2000 gl. Hiervan liggen 4 gr. met de behuizing in één blok. De vluiscamp heeft ten N. het Olde diep. (Uit: Genealogie Hamming p.30).


84 Juke Reinders, schipper, geb. op 29-10-1714 te Zuidhorn, overl., zn. van Reinder Jans (zie 168) en Trientje Juckes (zie 169).
Tr. op 24-jarige leeftijd op 17-05-1739 te Zuidhorn.
85 Corneliske Pieters.


86 Jan Harms.
Tr. op 27-03-1734 te Zuidhorn.
87 Gertruit Jans.


88 Hindrik Alefs.
Tr. op 03-02-1743.
89 Aeltien Derks.


116 Harm Boelens, provincie meier te Dorkwerd, overl. op 28-09-1736. Op de kaart van de "Provincieplaatsen tot Dorquert" van landmeter Henricus Teisinga uit 1731 staat als bewoner van boerderij E (langs de Reitdiepdijk) Harm Boelens vermeld [Dorkwerd : het verhaal van een gehucht / Evert Westra]. Zn. van Hendrik Boelens (zie 232) en Geepke (zie 233).
Tr. op 07-03-1723 te Dorkwerd.
117 Boijke Boijes, provincie meier te Dorkwerd.
Tr. (1) op 07-03-1723 te Dorkwerd Harm Boelens (zie 116).
Tr. (2) na 1736 Wolter Hendriks.


120 Berend Pieters, overl. v 12-1739.
Tr.
121 Aaltien Hendrixs.


122 Hendrik Thies. Zie p. 490 Genealogie Wieringa/Wierenga.
Tr.


124 Jan Uges, overl. v 5-1754, zn. van Uge Onnes (zie 248) en Trijntje Watses (zie 249).
Tr. 1740 te Noordhorn ?
125 Saaktje Borgers.
Tr. (1) 1740 te Noordhorn ? Echtgenoot is Jan Uges (zie 124).
Tr. (2) op 19-05-1754 te Noordhorn Elle Cornelis.


126 Freerk Gerrits.
Tr.
127 Elisabeth Tonnis, overl. v22-5-1757 te Ezinge.


Generatie VIII



132 Derk Hoykes, landbouwer, geb. < ca. 1670, overl. 1728-1731. Overleden tussen 3-5-1728 en 7-2-1731. Landbouwer laatstelijk bij de Nieuwe Brug onder Hoogemeeden.
Derk Hoykes koopt op 30 januari 1715 van de provincie de behuizing van de boerderij bij de Nieuwe brug onder Leegkerk, op de grens van Hoogemeeden en Lagemeeden, voor f 650, en huurt '22 gr. hoogland en 40 gr. leegland onder de vercofte behuijsinge beklemt'. Na zijn overlijden gaat deze boerderij over op zijn zoon Reinder Derks.
Derk Hoykes heeft als sibbevoogd voor de kinderen van zijn broer Peter Hoykes de administratie over hun goederen gevoerd.
Derks dochter Wisse Derks te Harderweer bij Ezinge overlijdt nog tijdens zijn leven, in 1723. Op hemelvaartsdag 1723 wordt Derk Hoikes voormond, Sijmen Derks van Ezinge sibbevoogd en Sipke Halbes van Noordhorn vreemde voogd over haar kinderen. Op 3 januari 1724 worden zij door het gericht van Hardeweer geautoriseerd om 'der pupillen beklemde plaatse onder Hardeweer' te verkopen. Op 27 maart 1725 worden zij vervolgens geautoriseerd om na de verkoop van boerderij en het land ook de levende have en het huisraad op een boeldag te verkopen. Op 3 mei 1728 is Derk Hoykes nog voogd over de kinderen van Peter Hoykes. Op 7 februari blijkt hij te zijn overleden: Reinder Derks legt tijdelijk zijn voormondschap over de kinderen van zijn zuster neer omdat hij de erfenis van zijn beide overleden ouders Derk Hoykes en Corneliske Reinders met hen moet scheiden en delen.[Gens Nostra nr.7/8 1994], zn. van Hoyke Cornelis (zie 264) en Geeske (zie 265).
Tr. ca. 1695.
133 Corneliske Reinders, geb. ca. 1670, overl. v 7-2-1731, dr. van Reinder Cornelis (zie 266) en Kunne (zie 267).


134 Jacob Harms.
Tr.
135 Jantje Hindriks.


144 Marten (Peters ?) Richen.
Tr. op 05-12-1670 te Frutigen (Zwitserland).
145 Cathrina German.


152 Abraham Hansen Lötscher, ged. op 30-08-1657 te Erlenbach (Zwitserland), overl. op 12-04-1701 te Erlenbach (Zwitserland) op 43-jarige leeftijd, zn. van Hans Lötscher (zie 304) en Anna Kammer (zie 305).
Tr. ca. 1680 te Erlenbach (Zwitserland).
153 Madlena Schmid, ged. op 14-06-1657 te Frutigen (Zwitserland), overl. na4-7-1726 te Haren (?), dr. van Jakob Schmid (zie 306) en Maria Trachsel (zie 307). Abraham heeft zich 23 juli 1693 in Erlenbach voor het "Chorgericht" te verantwoorden voor het feit dat hij en zijn vrouw lange tijd het Heilig Avondmaal niet hebben bijgewoond. Hen is een boekje van Georg Thormans over het Dopers-wezen gegeven om zich daarin te verdiepen en het te bestuderen, opdat zij komende herfst weer naar het Heilig Avondmaal zullen gaan. Is dat niet het geval dan zullen de rechters hen voor dopers houden en aan de overheid uitleveren. Blijkbaar zijn Abraham en zijn vrouw dan nog geen dopers, in ieder geval Abraham niet, want in het zelfde jaar op 19 oktober wordt Abraham tot "Chorrichter" gekozen en daarmede lid van dezelfde rechtbank waarvoor hij zich enige maanden eerder te verantwoorden had. Dit zou niet hebben kunnen gebeuren indien hij ook nog maar enigermate verdacht werd van doperij.
Bij de doop van zoon Hans Rudolf op 26 oktober 1699 staat in het doopboek: "Abraham Löttscher, dem Spendvogt zu Latterbach und seiner Matdlena Schmid ein Hans Rudolff taufft". Dan is Abraham dus diaken.
Als Matdlena in 1711 naar Nederland gaat, staat zij te boek als een doperse, haar kinderen zijn dan nog "reformiert".
Eerst wordt Madlena Schmid (in nederlandse stukken wel Madalena Smeets genoemd) met haar zoon Emanuel ondergebracht bij Jan Wolters in Sappemeer. Dit blijkt uit een rekening van 25 maart 1712 waarop de uitgave vermeld staat van f 40 voor huishuur tot mei. Kort daarop staat in een notitie vermeld: "Madalena Smeets een Plaats gekogt tot Helpen" (Helpman) voor f 1125.
Er is een schrijven van 1 maart 1726 in het Staatsarchief Bern waaruit volgt dat Christian Schmidt zonder echtelijke kinderen in Wimmis gestorven is en geen testament heeft nagelaten. Een doperse zuster Madlena heeft vanuit Holland naar de erfenis gevraagd. Men heeft een soortgelijk geval gehad in 1721. Toen vroeg Christian Barben om de erfenis van zijn in Holland overleden zuster Verena Barben. Men overweegt in Wimmis om deze beide vorderingen met elkaar te verrekenen en vraagt advies aan Bern. In juli 1726 verzoekt "Magdalena Schmied, wed. Lootscher tot Helpman woonaghtig" aan Burgermeesteren en Raad haar een "brief van voorschriven an de Heeren Schout en Raaden tot Bern" te verlenen, daar haar broer Christian Schmied in het Amt Wimmis is komen te overlijden. Zij heeft reeds een brief geschreven om de erfenis te mogen aanvaarden. Zij verzoekt om deze aanbeveling daar zij beducht is voor moeilijkheden en trainering nu zij niet aanwezig kan zijn. Burgemeesteren en Raad stemmen in met haar verzoek. (uit: Genealogie Leutscher blz. 77-78).


154 Bartlomé Andrist.
Tr. op 06-12-1678 te Erlenbach (Zwitserland).
155 Elsbeth Knütty.


160 Arent Willems Hamming (Arnold), boer op Nijenhuis onder Fransum, geb. op 08-11-1660 te Groningen, overl. te Fransum op 31-jarige leeftijd, begr. op 28-06-1692 te Fransum, 22 juni 1684 is Arent Hamming als lidmaat aangenomen (Genealogie Hamming p.21), zn. van Willem Arents Hamming (zie 320) en Catharina Jacobs Munningh (Trijntjen Monninck) (zie 321).
Tr. -05-1682 te Fransum.
161 Gesien Garbrants, geb. te Lagemeden, overl. n21-5-1721, dr. van Garbrant Derx (zie 322) en Trijntie (zie 323).
Tr. (1) ca. 1678 Pieter Jansen, geb. ca. 1639, overl. op 24-05-1680.
Tr. (2) -05-1682 te Fransum Arent Willems Hamming (Arnold) (zie 160). Omdat de aantekeningen van Fransum pas met 1684 aanvangen, staat het huwelijk nog niet te boek. De aankondiging heeft te Groningen plaats gevonden op 22 april 1682.
Tr. (3) 1694 Pieter Elses Secama, begr. op 30-06-1696.
Tr. (4) op 26-12-1701 Gerhardus Blencke, dominee, overl. op 26-04-1711.


162 Sybrant Jannes.
Tr.
163 Sybrich Jansen. Sybrandt Jannes en Sybrich Jansen hadden een provincieboerderij in huur, staande en gelegen aan de oostzij van het Aduarderdiep onder Leegkerk. (Genealogie Hamming p.26).


166 Albert Jans, overl. na 09-1713.
Tr.
167 Roelfke Jan, overl. na 09-1713.


168 Reinder Jans, geb. op 30-09-1683, overl., zn. van Jan Peters (zie 336) en Trijntje Horenborghs (zie 337).
Tr. op 24-jarige leeftijd op 04-05-1708.
169 Trientje Juckes.


232 Hendrik Boelens, provincie meier te Dorkwerd, ouderling, overl. op 05-01-1722. Op de kaart van de "Provincieplaatsen tot Dorquert" van landmeter Henricus Teisinga uit 1731 staat als bewoner van boerderij F, een boerderij die dicht bij het Hooihuis stond, Hendrik Boelens vermeld [Dorkwerd : het verhaal van een gehucht / Evert Westra].
Tr.
233 Geepke, provincie meier te Dorkwerd.


248 Uge Onnes.
Tr. op 29-11-1685 te Fransum/Den Ham.
249 Trijntje Watses.


Generatie IX



264 Hoyke Cornelis, landbouwer, geb. ca. 1635, overl. v30-7-1695.
Tr. ca. 1660.
265 Geeske, overl. n9-11-1696. In 1681 duiken Hoyke en Geeske in de bronnen op als provinciemeiers te Oostwold in het Westerkwartier. Zij krijgen dan ongeveer 40 grazen in gebruik. Mogelijk hebben zij daar dan al langer gewoond. De meeste van hun kinderen moeten voor 1680 zijn geboren. Echtgenote Geeske komt steeds zonder patroniem voor. Op 9 november 1696 draagt de weduwe van Hoyke Cornelis te Oostwold de provincieplaats over aan haar zoon Cornelis Hoykes en zijn vrouw Anje.


266 Reinder Cornelis.
Tr.
267 Kunne. Reinder Cornelis en Kunne huren vanaf 1651 een provincieboerderij te Hoogemeeden. [Gens Nostra nr.7/8 1994].


304 Hans Lötscher, geb. ca. 1601 te Wimmis (Zwitserland) (?). Het geboortejaar van Hans Lötscher is niet precies bekend. Het jaar 1601 is afgeleid van hetgeen vermeld staat in de 41e strofe van eht door hem gedichte "Lied", waar staat dat hij "geleefd heeft 61 jaar". Het lied is gedrukt in het jaar 1662. Hieruit volgt dat Hans in 1601 of eerder geboren is. Ten eerst is niet bekend of hij in het jaar 1662 reeds jarig was geweest in dat jaar toen hij het Lied schreef. Is dat niet het geval dan kan hij dus geboren zijn in 1600. Ten tweede is het in het geheel niet zeker dat het Lied in het zelfde jaar gedrukt werd als het gemaakt was, als zal dat waarschijnlijk niet veel gescheeld hebben. Het geboortejaar kan dus wel 1599 of 1598 geweest zijn. In de 41e strofe staat verder vermeld dat hij "van Latterbach" is, dat wil niet zeggen dat hij daar geboren is. Het wil alleen zeggen dat hij daar gevestigd was. Overl. ca. 1672 te Erlenbach (Latterbach).
Tr. op 21-01-1633 te Erlenbach (Zwitserland).
305 Anna Kammer, dr. van Marti Kammer (zie 610).


306 Jakob Schmid, geb. 1621 ?
Tr. op 23-09-1644 te Frutigen (Zwitserland).
307 Maria Trachsel, ged. op 23-12-1621 te Frutigen (Zwitserland), dr. van Gwehe Trachsel (zie 614) en Lena Studer (zie 615).


320 Willem Arents Hamming, slager, vaandrich (1675), lieutenant (1678), hopman (1679), geb. voor 1640, overl. 1692/1693. De rekeningen van het Aduarder Gasthuis zijn in 1692 nog getekend door Willem Hamming als Voogd, in 1693 niet meer, hij is dus vermoedelijk gestorven in 1692 of 1693. (Genealogie Hamming p.21). Willem Hamming wordt in maart 1661 als lidmaat aangenomen. (Genealogie Hamming p.18)
Van 1668 tot 1692 was hij Voogd van het Aduarder-gasthuis in de Munnikeholm. Aanvankelijk ondertekende hij de rekeningen als Willem Hamminck de Junge, terwijl hij na de dood van zijn oom deze toevoeging weglaat. (Genealogie Hamming p.18)
In 1666 heeft hij zich inlaten schrijven als groot-burger, tezamen met zijn zonen Arent en Jan. Hopman Hamming komt echter in geldnood te verkeren. Aan de gedwongen lening in 1672 neemt hij nog deel voor 30 gl, wat een bezit van 3000 gl onderstelt. In 1680 begint hij echter geld te lenen ondanks het feit, dat hij in 1678 nog behoorlijk geërfd heeft. Hij leent zo lang, tot 21 maart 1689 op 's Heeren Wijnhuis opentlyck an de meestbiedende bij brander keerse uitganck wordt verkocht Hopman Willem Hamminghs behuisinge ten noorden van de A-Kercke. Koper wordt Rotger Cornelis voor 2150 gl. Verkoper is blijkbaar wel in het huis blijven wonen. (Genealogie Hamming p.18). Zn. van Arent Willems Hamming (zie 640) en Jantien Michels (zie 641).
Tr. op 22-01-1660 te Noordlaren. Deftige families huwden graag in Noordlaren of Sappemeer op attestatie van de Weeskamer te Groningen (Genealogie Hamming p.16).
321 Catharina Jacobs Munningh (Trijntjen Monninck), geb. voor 1640 te Groningen, overl. 1685-1692. Op 21 januari 1692 treedt Arent Hamming (zoon van Catharina) bij een boedelscheiding in de familie Munningh op voor zichzelf en in qualitate. Hieruit blijkt, dat zijn moeder dus reeds overleden is. Zij leefde nog op 3 juli 1685. (Genealogie Hamming p.18). Trijntjen Monninck j.d. bij dra kerk in maart 1657 als lidmaat aangenomen. (Genealogie Hamming p.18). Dr. van Jacob Munningh (zie 642) en Grietje Vuust (zie 643). Ze wonen eerst in de Brugstraat bij de A-kerk in Groningen, later in het huis van zijn ouders, gekocht bij de boedelscheiding.


322 Garbrant Derx, geb. ca. 1622, overl. op 07-10-1680.
Tr.
323 Trijntie.


336 Jan Peters, wever.
Tr. op 07-08-1681 te Winsum.
337 Trijntje Horenborghs.


Generatie X



610 Marti Kammer.


614 Gwehe Trachsel.
Tr. op 17-07-1620 te Frutigen (Zwitserland).
615 Lena Studer.


640 Arent Willems Hamming, slachter, geb. te Gasselte, overl. v 6-2-1668 te Groningen. Dat het slagersvak zijn strubbelingen meebrengt, merken we uit de Sententien van Burgemeesters en Raad. Nu eens laat Arent Hamming beslag leggen op schapen in Beerster Hamrick; dan vordert hij geld terug van een koe, die hem ziek verkocht zou zijn, wat de verkoper natuurlijk ontkent; dan weer heeft hij een kwestie over de verkoop van 25 schapen. Ook blijkt hij 12 gr. land in huur te hebben. (Genealogie Hamming p.12), zn. van Willem Hamming (zie 1280).
Tr. op 17-05-1634 te Groningen.
641 Jantien Michels, overl. v16-1-1672. Jantien Michaels wordt in 1627 bij de Wage als lidmate aangenomen.(Genealogie Hamming p.12), dr. van Michel Jacobs (zie 1282) en Annechien (zie 1283). In oktober 1663 en in januari 1664 verkopen de Olderman Arent Hammink en Jantien Michels bij de A-kerk enkele kamers in de Lamme Huiningestraat. (Genealogie Hamming p.12).


642 Jacob Munningh, lieutenant (1649), hopman (1661), overl. op 12-06-1670. In 1631 laat Jacob Munningh zich inschrijven als kramer, waarbij staat aangetekend, dat hij met een gildebroeder-dochter is getrouwd. In het Regeringsboek komt zijn naam herhaaldelijk voor: in de Gezworen Meente 1652-1662, in 't Gilderecht 1652, als Busheer 1659, als Kluftsheer 1655 en als Weesheer 1660. Ook blijkt hij Olderman te zijn. (Genealogie Hamming p.17).
Hij laat zich in 1666 inschrijven als groot-burger, tezamen met zijn zonen Jan, Albertus en Jacobus. (Genealogie Hamming p.17). Zn. van Johan Munningh (zie 1284).
Tr. (1) op 13-02-1631 Trijntjen Eisens, overl. -07-1636.
Tr. (2) op 27-01-1638 Grietje Vuust (zie 643).
643 Grietje Vuust, overl. 1678. Grietje leeft nog op 10 januari 1678, maar 16 november 1678 vindt de boedelscheiding plaats. Er blijkt heel wat aanwezig, te verdelen onder Catharina, Jan, Alagunda en Jacobus. Jan is nog ongehuwd en verkrijgt het ouderlijk huis bij de A-kerk met de kamer in de Lamhuiningestraat, een gerechte part der huizen aan de Nieuwe Ebbinge Strate en aan het Boterdiep, de gerechte helft in zekere ackeren veen in Focko Luijes verlatene heert tot Noordbroek gelegen. Ook behoort nog tot de boedel het recht van beklemming voor de helft van 24 gr. provincieland in vier stukken met het halve huis, heem, plantagien tot Borgham buiten d'Ebbingepoorte gelegen. Voorts nog een aantal waardepapieren. (Genealogie Hamming p.17). Dr. van Johan Fuust (zie 1286) en Aeltien Jans Crans (zie 1287).


Generatie XI



1280 Willem Hamming. Plm. 1600 woonde Willem Hamming in Gasselte, van hem zijn vier kinderen bekend, van geen van deze kinderen is de doop bekend, noch van zijn vrouw, noch van Willem Hamming zijn verdere gegevens bekend. (Genealogie Hamming p.5).
Tr.


1282 Michel Jacobs.
Tr.
1283 Annechien.


1284 Johan Munningh.
Tr.


1286 Johan Fuust, luitenant (1621), hopman (1632), overl. 1640-1642. Johan Fuust is overleden tussen 11 juni 1640 en 7 januari 1642. In 1620 heeft Johan Fuust 12 gr. provincieland gehuurd voor zes jaar, vrij van behuizing, en wed. Johan Meijnts 24 gr., die hij dus in huur krijgt. In 1626 huurt hij voor zes jaar 18 gr. land, vrij van behuizing, onder Adorp. (Genealogie Hamming p.17). Zn. van Barolt Fuest (zie 2572).
Tr. (1) na 05-1603 Aeltien Jans Crans (zie 1287).
Tr. (2) op 27-05-1621 Annetien Siddebuiren.
1287 Aeltien Jans Crans. Op 25 mei 1603 wordt Aleyt Cransiens tot lidmaat aangenomen, zij woont dan nog "mett hare moeder". (Genealogie Hamming p.17). Dr. van Jan Crans (Johan Harmens) (zie 2574) en Jantyn (zie 2575).


Generatie XII



2572 Barolt Fuest. Barolt Fuest wordt 11 maart 1579 te Groningen vermeld. (Genealogie Hamming p.17). Zn. van Johannes Fuest (zie 5144).
Tr.


2574 Jan Crans (Johan Harmens), brouwer, overl. 10-1592/94. Overleden tussen 17 oktober 1592 en 1594 (Genealogie Hamming p.9). Hij was brouwer ten noorden van de A-kerk in Groningen.
Tr.
2575 Jantyn, overl. t11-2-1623. Overleden tegen 11 februari 1623 (Genealogie Hamming p.9). Op 11 februari 1623 vindt een arffcoop plaats, waardoor Lubbert Lubberts und Annetien Krantzes echteluiden de ouderlijke woning van de overige erfgenamen kopen. Deze behuisinge, met de kelder daeronder, is staende und gelegen an de nooder sijdt van der A Kercke, mit een vrije poorte in 't nije straetien (Lutkenieuwstraat). (Genealogie Hamming p.9).


Generatie XIII



5144 Johannes Fuest. De weduwe van Dr.Johannes Fuest, Grete wordt genoemd in juni 1570 en juli 1592. (Genealogie Hamming p.17).
Tr.


Bestand : C:\PG23\NL\DATA\VAN-ZWOL
Datum : 22-05-1999

Terug naar AC's Genealogie pagina
Voor vragen/opmerkingen etc. acvzwol@acroots.com