| | overzicht staatshoofden | | historisch overzicht | | Naar homepage |
Stadhouder Willem IV.
Willem
Karel Hendrik Friso van Oranje Nassau (de latere stadhouder Willem IV) wordt
op 1 september 1711 geboren. Hij is de zoon van Johan Willem Friso van Oranje-Nassau
en Maria Louise von Hessen-Kassel. Zijn vader, Johan Willem Friso, heeft de
titel 'Prins van Oranje', samen met een aanzienlijk vermogen, geërfd van
zijn verre neef stadhouder Willem III die kinderloos
stierf. De erfenis wordt echter aangevochten door Frederik van Pruisen. Als
Johan Willem Friso in 1711 naar Den Haag komt voor de definitieve regeling van
de erfeniskwestie, verdrinkt hij bij Moerdijk in het Hollands Diep wanneer de
veerschuit, waarin hij de oversteek wil maken, door een plotselinge rukwind
kapseist.
In 1713 komt er, met de vrede van Utrecht, een einde aan de Spaanse successie oorlog. Deze oorlog kostte de Republiek handenvol met geld vanwege de schade aan de scheepvaart. Bij de vrede van Utrecht krijgt Oostenrijk de Zuidelijke Nederlandse Staten toegewezen. De Fransen worden gedwongen het kapersnest in Duinkerken op te ruimen. Keizer Karel VI van Oostenrijk fungeert jarenlang als buffer tussen Frankrijk en de Republiek der Nederlanden. Als hij in 1740 overlijdt, is dit de aanzet voor een nieuwe Europese oorlog. Deze wordt grotendeels in de kolonieën uitgevochten en de handel komt daardoor in een diep dal terecht.
In 1734 trouwt Willem IV met Anna van Engeland. Een minder gelukkige keuze vanwege de tegenstellingen tussen Engeland en de Republiek. Hierdoor zijn Willem en zijn echtgenote niet erg gezien bij de Staten in Holland. Als hij, na zijn huwelijk, samen met zijn vrouw een bezoek brengt aan Amsterdam, is er dan ook geen enkele burgemeester aanwezig om hen welkom te heten.
In 1746 trekken de Fransen op tegen de Republiek. Ze veroveren Vlaanderen en rukken verder op naar Brabant. Willem IV moet toezien hoe ook Maastricht en Breda door de Fransen onder de voet gelopen worden. In 1747 zijn de Staten van de Republiek der Nederlanden ten einde raad als er vanuit Vlaanderen grote stromen met vluchtelingen naar Zeeland en Holland komen. De gruwelijke verhalen van deze oorlogsvluchtelingen brengen het land in rep en roer. In Zierikzee stellen predikanten, om het volk gerust te stellen, uit het naam van de bevolking nieuwe regenten aan. Dit is de start van een nieuw begin. De Zeeuwse Statenvergadering benoemt op 28 april 1747 Willem IV tot Stadhouder.
De Fransen trekken zich hier weinig van aan en nemen Ieper, Namen, Sluis en Hulst zonder slag of stoot in. Het bericht over deze nederlaag wakkert de volkswoede flink aan, relletjes groeien uit tot een opstand tegen het weifelende gezag. In maart 1748 breekt er een oproer uit in Groningen als de geboorte van een nieuwe 'Prins van Oranje', de latere Prins Willem V, wordt afgekondigd. Het huis van de burgemeester wordt vernield, en boeren, die al enige tijd in onmin leven met het stadsbestuur, trekken met knotsen en stokken de stad in. Ze eisen dat het Stadhouderschap weer erfelijk wordt verklaard. Onrust is er ook in Friesland, daar moeten de controleurs van de belastingpachters het ontgelden. In Harlingen komen de schippers in opstand, zij trekken onder begeleiding van tamboers naar Leeuwarden. De Prins verrast vriend en vijand door er drie regimenten uit Overijssel op af te sturen teneinde de rust te herstellen.
Overal in het land, van noord tot zuid, breken er opstanden en relletjes uit. Uit angst voor het volk, wordt overal de Prins van Oranje erkend als Stadhouder. Willem IV wordt daarmee, qua bevoegdheden, de machtigste stadhouder uit de Nederlandse geschiedenis. Hij mist echter het leiderschap van zijn voorgangers waardoor hij de grootste problemen heeft om de losgeslagen krachten binnen de Republiek onder controle te krijgen. Hij zoekt hulp bij Hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbuttel, die voor 60.000 gulden, het gouverneurschap van 's Hertogenbosch op zich neemt. Hoe negatief deze hertog ook vaak beschreven wordt, toch is hij degene die de fakkel van het Oranjegezag brandend houdt als Willem IV op 22 oktober 1751, slechts 40 jaar oud, overlijdt.
Acht jaar later, in 1759, overlijdt ook Anne van Engeland, een gebeurtenis waar het Nederlandse volk niet bepaald rouwig om is. Haar lichaam wordt, met veel pracht en praal, bijgezet in de Nieuwe Kerk te Delft. De dan 11-jarige Prins van Oranje, de latere stadhouder Willem V, komt onder voogdij van de Hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel, de gouverneur van 's Hertogenbosch die hiervoor een honderdduizend gulden per jaar opstrijkt.