| overzicht staatshoofden | historisch overzicht | Naar homepage

Keizer Vitellius

Klik hier voor een kaart van het Romeinse rijk (Romani Imperii imago, Antwerpen: Plantijn, 1579).

Aulus Vitellius wordt op 24 september 15 n. Chr. geboren als zoon van Lucius Vitellius en Sestilia. Zijn vader een succesvol politicus. Gedurende de regering van de Julisch-Claudische dynastie was hij driemaal consul. Ook Aulus Vitellius beweegt zich met opmerkelijk gemak in aristocratische kringen. Door zijn politieke vaardigheden en vooral door veel gevlei, weet hij de aandacht te krijgen van achtereenvolgens Caligula, Claudius en Nero. Vitellius doet zich voor als een groot bewonderaar van Nero, en vergezelt hem regelmatig op zijn "zangtournees". Als dank benoemt Nero hem hem tot gouverneur van Afrika (van 55 tot 57). Later, eind 68, benoemt Galba hem tot gouverneur van Neder-Germanië en Vitellius reist af naar Keulen.

Op 1 januari 69, de eerste dag van het beruchte vierkeizersjaar, rebelleren de Rijnlegioenen tegen Galba. Op 2 januari 69 roepen ze hun generaal, Aulus Vitellius, tot keizer uit en besluiten naar Rome op te trekken. In Rome is ondertussen keizer Galba vermoord en heeft Otho zichzelf tot diens opvolger uitgeroepen. De legioenen van Vitellius en Otho raken slaags op 16 april 69 in de Po vallei bij Bedriacum (de Eerste slag bij Bediacrum). Vitellius triomfeert en Otho pleegt zelfmoord. Drie dagen later, op 19 april, erkent de senaat Vitellius als keizer. Nu hij de onbetwiste keizer is, begeeft hij zich op zijn gemak naar Rome waar hij pas in juli aankomt. Op 18 juli 69 krijgt hij officieel de titel Augustus van de senaat. De heerschappij van Vitellius zal echter (net als die van zijn voorganger) geen lang leven beschoren zijn.

Begin juli 69 roepen de troepen in het oosten Vespasianus tot keizer uit. Alle legioenen die Otho gesteund hebben, scharen zich nu aan zijn zijde. Van alle Vespasianusgezinde troepen bevinden de Donaulegioenen het dichtst bij Rome. Zonder op versterkingen uit het oosten te wachten, zetten die zich in beweging en in snelle marsen stoten ze in korte tijd door tot aan de Po. Daar wacht Vitellius' Rijnleger hen op. Door een zorgeloos leventje in Rome hebben de troepen echter veel aan gevechtskracht ingeboet. In een beslissende slag (de Tweede slag bij Bediacrum) leidt het leger van Vitellius dan ook een verpletterende nederlaag. Vitellius, die in Rome gebleven was, besluit te capituleren. Dat zou een einde maken aan de strijd en bovendien was Vespasianus bereid hem vorstelijk te belonen voor zijn aftreden. Maar de pretorianen, die nu bestaan uit het puik van de Rijnlegioenen, willen van geen wijken weten en dwingen Vitellius om de strijd aan te gaan.

In de achtste maand van zijn regering breken de legers in Moesia, Pannonië, Judea en Syrië met Vitellius om trouw te zweren aan Vespasianus. Tegen de vijand, die hem nu ter land en ter zee in het nauw drijft, stelt hij enerzijds zijn broer op met een vloot, rekruten en een groep gladiatoren, en anderzijds de troepen en aanvoerders van Bedriacum. Als hij op alle fronten verslagen of verraden wordt, bedingt hij bij Flavius Sabinus (de broer van Vespasianus) garanties af voor zijn persoonlijke veiligheid en een som van honderd miljoen sestertiën. Onmiddellijk daarop maakt hij op de trappen van het paleis zijn aftreden bekend ten overstaan van talrijke soldaten. Omdat die luid protesteren, stelt hij zijn beslissing uit. Nadat er een nacht is voorbijgegaan, daalt hij bij zonsopgang in rouwkleding af naar het spreekgestoelte en leest in tranen een tekst voor waarin hij hetzelfde verklaart. Maar als de soldaten en het volk hem opnieuw aansporen om niet op te geven, vat hij weer moed. Met een verrassingsaanval drijft hij Flavius Sabinus en de andere aanhangers van Vespasianus samen op het Capitool en vermoordt hen terwijl de tempel van Jupiter Optimus Maximus in brand wordt gestoken.

Als kort daarna door een verkenner gemeld wordt dat de vijand nadert, verbergt hij zich in een draagstoel en begeeft zich incognito naar zijn ouderlijk huis op de Aventijn, met de bedoeling om vandaar naar Campanië te vluchten. Op basis van een vaag gerucht dat er een vredesakkoord bereikt zou zijn, besluit hij echter terug te keren naar het paleis. Als hij het paleis verlaten aantreft, zoekt hij zijn toevlucht in het kamertje van de portier. De voorhoede van het oprukkende leger is inmiddels in het paleis binnengedrongen en doorzoekt kamer na kamer. Hij wordt door soldaten uit zijn schuilplaats tevoorschijn gesleept. Als ze hem herkennen, wordt hij, de handen op de rug gebonden, met een strop om de nek, halfnaakt naar het Forum gesleept. Over de hele lengte van de Via Sacra wordt hij zwaar gemolesteerd en bespot. Tenslotte wordt hij bij de Gemoniae langdurig gemarteld, gedood en vandaar aan een vleeshaak de Tiber in gesleept. Hij sterft op 20 december 69. De senaat erkent Vespasianus onmiddellijk als de nieuwe keizer.

Bronnen: