| overzicht staatshoofden | historisch overzicht | Naar homepage

Keizer Vespasianus

Klik hier voor een kaart van het Romeinse rijk (Romani Imperii imago, Antwerpen: Plantijn, 1579).

Titus Flavius Vespasianus werd in 9 n.Chr. geboren in Rieti in Midden-Italië. Zijn vader is van relatief lage komaf, hij is namelijk geen senator maar wel ridder (eques) en werkzaam in de financiële sector. Vespasianus is een geharde soldaat. Hij onderscheidt zich tijdens de veldslag met de Britten in het jaar 43, waarna hij belangrijke bestuursposten bekleedt, onder andere in Afrika. In 67 krijgt Vespasianus van keizer Nero de opdracht om de Joodse opstand in Galilea neer te slaan. In de herfst van 67 vertrekt Vespasianus met 60.000 legionairs, hulptroepen en geallieerden onder zijn bevel. Hij was daarbij zeer succesvol en in oktober was de rust in Galilea weergekeerd. Tijdens deze Joodse Oorlog wordt Vespasianus door zijn troepen tot keizer uitgeroepen.

Ondertussen veroorzaken, aan het andere uiteinde van het keizerrijk, Gaius Julius Vindex, Servius Sulpicus Galba en Marcus Salvius Otho de ondergang van keizer Nero. Hij pleegt zelfmoord in juni 68. Hierdoor ontstaat er een chaos waarbij eerst Galba, vervolgens Otho en tenslotte Vitellius de macht grijpen. Kort nadat Vitellius aan de macht komt, in de lente van 69, ontmoet Vespasianus, op de grens tussen Judea en Syrië, Gaius Licinius Mucianus de gouverneur van Syrië. Na ampel beraad besluiten ze samen in opstand te komen. Op 1 juli 69 sluiten de legioenen van Tiberius Alexander, prefect van Egypte, zich bij Vespasianus aan. Twee dagen later doen de legioenen van Judea hetzelfde.Ook legioenen uit oost Europa, onder leiding van Marcus Antoninus Primus, oorspronkelijk door Otho ingeroepen om te hulp te komen voor de slag bij Bedriacum maar die niet op tijd konden komen, scharen zich achter Vespasianus. Vespasianus stuurt Mucianus met 20.000 man naar Rome terwijl hij zelf uit Syrië vertrekt naar Alexandrië om de graanschepen te controleren. Zodoende kan hij Rome desnoods uithongeren en op die manier onderwerpen aan zijn wil.

Ondertussen beginnen de Donau-legioenen, onder leiding van Primus, aan hun opmars tegen Vitellius' troepen zonder daarbij te wachten op Mucianus. Op 24-25 oktober 69 vindt de Tweede slag bij Bedriacum plaats (de Eerste slag bij Bediacrum vond plaats toen Otho nog keizer was). Het leger van Vitellius, dat zowel discipline als training mist, wordt verslagen en vlucht naar Cremona. Half december bereiken de troepen van Vespasianus Carsulae 95 km ten noorden van Rome waar de aanhangers van Vitellius, zonder enige hoop op versterkingen, zich al snel overgeven. De weg naar Rome ligt nu open. Op 20 december 69 trekken de troepen van Primus (uit naam van Vespasianus) Rome binnen. Het leger plundert Rome en richt een bloedbad aan onder de aanhangers van Vitellius. Tegen de avond is Vitellius vermoord en wordt Vespasianus uitgeroepen tot keizer. Mucianus arriveert kort daarna met het Syrische leger en herstelt de orde in de stad. Met Vespasianus begint het tijdperk van de Flavische keizers.

Vespasianus reorganiseert de oostelijke provincies van het Romeinse rijk en maakt een einde aan de opstand van de Bataven. De Batavieren, een Germaanse stam in het midden van Nederland, komen, onder leiding van Julius Civilis in het jaar 70 in opstand tegen de Romeinse bezetter. Civilis verovert de Betuwe en omringende plaatsen. Naburige stammen sluiten zich bij hem aan, gevolgd in september door de hulptroepen van Bataven en Caninefaten. In het voorjaar van 70 sluiten ook Gallische stammen zich bij hem aan, met name de machtige Treviri (uit de omgeving van Trier). De opstandelingen stoten door naar Keulen (Colonia Agrippina) en Mainz (Moguntiacum). In april 70 stuurt Vespasianus verscheidene legioenen en slaagt erin om de opstand neer te slaan.

Onder Vespasianus' bewind wordt het leger gereorganiseerd en wordt de financiële staat van het rijk verbeterd door radicale belastingmaatregelen. Het Romeinse rijk wordt aan de noordkant (Engeland, Nederland en Duitsland) uitgebreid. In Rome zorgt Vespasianus voor de wederopbouw. Dit was hard nodig omdat onder Nero de stad voor een groot deel was afgebrand en nog slechts gedeeltelijk herbouwd. Het Domus Aurea (gouden paleis) van Nero wordt ontmanteld: een klein deel blijft gespaard als woning voor Titus (de zoon van Vespasianus), de rest wordt teruggegeven aan de Romeinen. De kunstmatig aangelegde vijver wordt drooggelegd en op deze plaats verrijst het imposante Amphitheatrum Flavium, dat later bekend zal worden als het Colosseum. Met de bouw ervan wordt begonnen tijdens de regering van Vespasianus. Het werk wordt afgemaakt door zijn zonen Titus en Domitianus.

Tijdens zijn regering benadrukt Vespasianus voortdurend het principe van de dynastie en de erfopvolging. Op die manier maakt hij de weg vrij voor zijn zoon Titus die hem, bij zijn dood in 79, opvolgt. Vespasianus was een goede keizer. Hij was barmhartig, slim, en had een groot gevoel voor humor. Het was gebruikelijk dat een keizer na zijn overlijden werd vergoddelijkt, en op zijn sterfbed in juni 79 schijnt Vespianus gezegd te hebben "o jee, ik vrees dat ik nu ga veranderen in een god".

Bronnen: