| | overzicht staatshoofden | | historisch overzicht | | Naar homepage |
Keizer Septimius Severus
Klik
hier voor een kaart van het Romeinse rijk (Romani Imperii imago,
Antwerpen: Plantijn, 1579).
Severus wordt op 11 April 145 geboren in de Afrikaanse stad Lepcis Magna in het huidige Lybië ongeveer 130 km ten oosten van Tripoli. De ruïnes van de stad zijn nog daar nog steeds te bezichtigen. Als jonge man besluit hij dienst te nemen in het Romeinse leger waar hij al snel een hoge rang bereikt. Hij is een bijgelovig man en raadpleegt vaak astrologen om zijn toekomst te voorspellen. Bijkens de Historia Augusta waren er vanaf het begin gunstige voortekenen die voorspelden dat hij op een dag keizer zou worden.
De carrière van Severus ontwikkelt zich gunstig. Zijn neven, die consul zijn in Rome, helpen hem aan een benoeming tot senator. Hij dient als praetor op Sardinië (omdat de Moren de beoogde post te Baetica in Zuid Spanje belegerden). Vervolgens dient hij in Spanje, voert hij een legioen aan in Syrië en wordt hij gouverneur in Gallia Lugdunensis (Lyon), Sicilië, en Opper Pannonia (het oosten van Oostenrijk en Hongarije). In 187 trouwt hij in Gallia Lugdunensis met de rijke Syrische prinses Julia Domna (zijn tweede huwelijk, hij was eerder gehuwd met Paccia Marciana die van Afrikaanse afkomst was). Julia is een ambitieuze en ontwikkelde vrouw die veel invloed op Serverus heeft. Ze krijgen samen twee zonen: Bassianus (beter bekend als Caracalla) en Geta.
Het nieuws van de moord op Pertinax bereikt al snel Pannonia waar Severus op dat moment verblijft. Amper 12 dagen na de moord, op 9 april 193 wordt hij door zijn troepen uitgeroepen tot nieuwe keizer. Septimius Severus krijgt de onvoorwaardelijke steun van de troepen langs de Rijn en de Donau maar de steun van Clodius Albinus in Brittannië is nog twijfelachtig. Severus stuurt daarom een afgezant naar Clodius om hem de titel van caesar (troonopvolger) aan te bieden wat deze accepteert. Ondertussen heeft in Rome Didius Julianus het keizerschap "gekocht". Severus begrijpt dat hij geen keizer kan zijn zolang zijn benoeming niet door de senaat is bevestigd en start met zijn troepen een snelle opmars naar de hoofdstad. Onderweg ontmoet hij vrijwel geen tegenstand. De aanhangers van Didius Julianus lopen massaal over naar Severus. Begin juni, als hij Rome op 50 kilometer is genaderd, loopt zelfs de praetoriaanse garde over. Ze executeren Didius Julianus en Severus trekt, zonder strijd te hoeven leveren, de stad in.
De burgeroorlog is hiermee echter nog niet voorbij. In Byzantium maakt Pescennius Niger, die door de oostelijke provincies is uitgeroepen tot keizer, zich op voor de strijd. Hij wordt in het voorjaar van 194 verslagen bij Nicaea en vlucht naar het zuiden waar hij in Antiochië uiteindelijk vermoord wordt. Asië, Bithynia en Egypte geven zich al snel over. Byzantium, het hoofdkwartier van Pescennius Niger, biedt echter hardnekkig weerstand. Severus laat Niger's hoofd naar de stad sturen om zo de overgave af te dwingen. Dit heeft geen effect en de belegering gaat nog een jaar door. Als straf voor hun koppigheid laat Severus na de overgave de stadsmuren van Byzantium afbreken.
Tijdens de gevechten komen er in Mesopotamië twee volken in opstand: de Osrhoeni en de Adiabeni. Ze nemen enkele garnizoenen gevangen en vallen de Romeinse stad Nisibis aan. Overigens zonder veel succes. Na de nederlaag van Pescennius Niger bieden de Mesopotamiërs aan om de krijgsgevangenen terug te geven als de Romeinen in ruil daarvoor hun garnizoenen terugtrekken. Severus weigert. In het voorjaar van 195 stuurt hij een leger door de woestijn naar Mesopotamië om de Orsrhoeni, de Adiabeni en een Arabische stam die Pescennius Niger heeft gesteund, af te straffen. De locale bevolking geeft zich al snel over en Severus voegt aan zijn naam de titels Arabicus en Adiabenicus toe. Een groot deel van Mesopotamië wordt als provincie aan het Romeinse Rijk toegevoegd.
Na verloop van tijd verkiest Severus zijn afspraak met Clodius Albinus te vergeten. In 195 kent hij de titel Caesar aan zijn oudste zoon toe en verklaart hij Albinus tot staatsvijand. Severus verslaat Albinus in een van de grootste veldslagen uit de Romeinse geschiedenis bij Lugdunum (Lyon) op 19 februari 197. Albinus moet vluchten en pleegt zelfmoord. Septimius Severanus geeft orders om zijn hoofd af te snijden en naar Rome te brengen. Veel van Albinus' aanhangers worden gedood, waaronder een groot aantal Spaanse en Gallische aristrocraten. Ook Albinus' vrouw en kinderen worden gedood evenals de echtgenotes van veel van zijn aanhangers. Lijken worden verminkt en de slachtoffers wordt een fatsoenlijke begrafenis onthouden. Deze hang van de keizer naar gruwelijkheden stuit zelfs zijn meest toegewijde aanhangers tegen de borst. Wat volgt is een "zuivering" van de senaat. Onder de slachtoffers vinden we Flavius Sulpicianus, de schoonvader van Pertinax. Aldus heeft Septimius Severanus in minder dan vijf jaar tijd al zijn tegenstanders uit de weg geruimd.
Vervolgens
verovert Severus in 198, samen met zijn zoons, Parthia en de hoofdstad Ctesiphon,
waarbij de stad wordt leeggeroofd, alle mannen worden gedood en de ongeveer
honderdduizend overlevende vrouwen en kinderen als slaaf afgevoerd. Ter ere
van zijn overwinning op de Ararbieren en de Parthen schenkt de senaat hem
in 203, het jaar dat hij 10 jaar keizer is, een triomfboog. Deze is tot op
de dag van heden bewaard gebleven. De boog eert zowel de keizer als zijn beide
zonen Caracalla en Geta. Na de dood van Septimius Severus doodt Caracalla
in 212 zijn broer en probeert vervolgens diens naam van de triomfboog te verwijderen.
De woorden "et Getae nobilissimo Caesari" kunnen nog gereconstrueerd
worden aan de hand van de gaten waarin de letters van zijn naam waren vastgezet.
Hoewel Septimius Severus heel goed in staat is om de orde in het keizerrijk te bewaren, geldt dit niet voor de vrede in de huiselijke kring. Zijn zonen, die inmiddels tieners zijn, leven op voet van oorlog met elkaar. De ruzies hebben dermate vormen aangenomen dat ze elkaar regelmatig lichamelijk verwonden. Septimius Severanus meent dat dit veroorzaakt wordt door een gebrek aan verantwoordelijkheid. Daarom benoemt hij zijn oudste zoon tot augustus en medekeizer. Zijn jongste zoon krijgt de vrijgekomen titel caesar. In 209 benoemt hij ook Geta tot medekeizer. In 208 besluit Septimius Severus de beide jongens en zijn echtgenote mee te nemen naar Britannië. Dit ondanks het feit dat de kou in dat land funest is voor zijn reuma.
In Brittannië drijft hij de Schotse invallers terug en herstelt hij de muur van Hadrianus. Op 4 februari 211 overlijdt hij op 65-jarige leeftijd te Eboracum (het huidige York). Hij heeft dan bijna 18 jaar geregeerd. Deze regeringstermijn zal pas 100 jaar later door Diocletianus geëvenaard worden. Hij wordt opgevolgd door zijn beide zonen: Caracalla en Geta. Septimus Severus zag zijn regering graag als een voortzetting van de Antonijnse dynastie (de dynastie die begon met Antoninus Pius). Zo riep hij zichzelf uit tot zoon van Marcus Aurelius en gaf hij zijn vrouw Julia Domna de titel mater castrorum (moeder van het kamp), een eer die daarvoor alleen Faustina de Jongere te beurt was gevallen. In werkelijkheid heeft hij echter, door het leger privileges te schenken ten koste van de burgers, het zaad gezaaid voor de latere "soldatenkeizers". Het laatste advies aan zijn zonen luidde "zorg dat je het samen eens bent, betaal de soldaten en besteed geen aandacht aan de rest". Het eerste was aan dovemansoren.....
Bronnen: