| | overzicht staatshoofden | | historisch overzicht | | Naar homepage |
Keizer Otho
Klik hier voor een kaart van het Romeinse rijk (Romani Imperii imago, Antwerpen: Plantijn, 1579).
Marcus
Salvius Otho werd geboren te Ferentium op 28 april 32 als zoon van Lucius
Otho en Albia Terentia. Zijn vader was consul in 33 en een betrouwbaar administrator
onder de keizers Tiberius, Caligula en Claudius. Otho was getrouwd met Sabina
Poppaea, een losbandig type dat het niet zo nauw neemt met de huwelijkstrouw.
In de jaren 50 is Otho bevriend met keizer Nero en
pocht over de bijzondere charmes van zijn vrouw. Dat heeft als (ongewenst)
gevolg dat Nero een verhouding met haar begint. In 58 benoemt Nero Otho tot
gouverneur van Lusitania (Portugal) zodat hij Otho's aantrekkelijke vrouw,
voor zichzelf alleen kan hebben. In 62 verstoot Nero zijn echtgenote Claudia
Octavia en neemt Poppaea officieel tot zijn tweede vrouw. Drie jaar later,
in 65 sterft Poppaea, die zwanger was, aan de gevolgen van een trap in haar
buik door Nero.
Als in 68 de opstand van Gaius Julius Vindex tegen Nero uitbreekt, zit Otho nog steeds in Lusitania. Door wat er was voorgevallen rondom zijn ex-vrouw, was hij Nero gaan haten. Otho besluit daarom om de opstand te steunen en spant samen met de opstandige Galba, gouverneur van het aangrenzende Hispania Tarraconensis(Zuid Spanje). Hij ziet in zijn alliantie met Galba bovendien een grote kans om keizer te worden. Hij neemt namelijk aan dat Galba, eenmaal keizer, hem zeker als opvolger zal adopteren. Gezien de leeftijd van de 70-jarige Galba, zou Otho waarschijnlijk niet lang op het keizerschap hoeven wachten. Na de zelfmoord van Nero op 9 juni 68 slaagt Galba er inderdaad in om keizer te worden.
Op 1 januari 69 echter, komen de legioenen onder het commando van Vitellius in opstand tegen Galba en beginnen naar Rome op te rukken. Dit nieuws bereikte Rome ruim een week later en Galba benoemt haastig Lucius Calpurnius Piso Frugi Licianus (kortweg Piso) tot zijn opvolger. Otho voelt zich zo gepasseerd dat hij besluit een coup de plegen en Galba te laten vermoorden. Hij koopt diezelfde week, voor grote geldbedragen, de twaalf sleutelfiguren van de praetoriaanse garde om en op 15 januari wordt Galba door zijn eigen lijfwacht vermoord. De moord ontaardt in een bloedbad waarbij ook Piso en talloze anderen, zowel aanhangers als onschuldige burgers, vermoord worden. Otho roept zichzelf tot keizer uit en temidden van de verwarring en de angst voor de oprukkende legers van Vitellius, heeft de vertwijfelde senaat geen andere keus dan Otho te erkennen als de nieuwe keizer.
Eenmaal keizer weet Otho de steun te winnen van de legers in Afrika en in het oosten van het Romeinse rijk, door bonussen te beloven en hervormingen door te voeren. Ondanks de grote overmacht van deze legers, vormt de troepenmacht van Vitellius toch een ernstige dreiging. Immers, Otho's legers bevinden zich voornamelijk in Noord Afrika, Egypte, bij de Eufrraat en de Donau en ze zullen nooit op tijd in Rome kunnen zijn om de zeven opstandige legioenen uit Germanië een halt toe te roepen. Op dat moment is er maar een legioen paraat in Rome. Daarom wordt er naarstig gezocht naar versterkingen. Drie legioenen uit de Balkan haasten zich naar Rome maar zullen waarschijnlijk ook niet op tijd in Rome zijn. In paniek worden er legers geïmproviseerd. Er worden zelfs 2.000 gladiatoren ingezet om de stad te verdedigen.
Na een aantal inleidende schermutselingen vindt de grote slag tussen de troepen van Vitellius en die van Otho plaats op 16 april 69. Deze slag staat bekend als de Eerste Slag bij Bedriacum. Otho's legers worden in de pan gehakt en ongeveer 40.000 soldaten sneuvelen. Als Otho de omvang van de nederlaag ziet, besluit hij om een einde te maken aan zijn leven teneinde verder bloedvergieten te voorkomen. Zelfs het nieuws dat een aantal van zijn legioenen in aantocht zijn, kan hem niet meer op andere gedachten brengen. Op 17 april 69 pleegt hij, in aanwezigheid van zijn troepen, zelfmoord. Hij is dan zegge drie maanden aan de macht geweest. Twee dagen later, op 19 april, erkent de senaat Vitellius als keizer.
Bronnen: