| | overzicht staatshoofden | | historisch overzicht | | Naar homepage |
Keizer Maximinus I "Thrax"
Klik
hier voor een kaart van het Romeinse rijk (Romani Imperii imago,
Antwerpen: Plantijn, 1579).
Gaius Julius Verus Maximinus is de eerste der soldatenkeizers. Door de oude geschiedschrijvers wordt aangenomen dat hij omstreeks 172-173 na Chr. geboren is. Moderne historici gaan er echter vanuit dat het ook wel een decennium later geweest zou kunnen zijn. Ook rondom de plaats van zijn geboorte bestaan meningsverschillen. Hij zou afkomstig zijn uit Thracië (het grensgebied tussen het huidige Bulgarije en Turkije), vandaar zijn bijnaam "Thrax" (of "de Thraciër"). Anderen geloven dat hij feitelijk afkomstig is van Moesia. Een ding is zeker: Maximinus was een boom van een vent. Hoewel de "Historia Augusta", waarin geschreven staat dat hij 2.60 meter lang is en in zijn eentje een ossenkar kan trekken, wellicht wat overdreven heeft.
Als jongeman van eenvoudige komaf (zijn familie waren veehoeders)
meldt hij zich aan als soldaat bij Thracische hulptroepen van het Romeinse
leger. Hij maakt daar snel promotie. Septimius
Severus is zo onder de indruk van zijn prestaties als worstelaar in Thracië
dat hij hem benoemt tot zijn persoonlijk lijfwacht. Caracalla
ook onder de indruk van de man maakt hem centurion. Rond 232 krijgt hij in
Egypte het bevel over een legioen bij de strijd van Alexander Severus tegen
de Parthen. Hij is zelfs korte tijd gouverneur geweest van de veroverde provincie
Mesopotamië. In 235, is Maximinus gelegerd bij de Rijn. Hij voert daar
het commando over een leger met recruten uit Pannonië. Hun aanvoerder,
keizer Alexander Severus, wordt door het
leger gezien als een zwakkeling omdat hij de Alemannen wil "afkopen".
In Maximinus zien de soldaten, misschien wel vanwege zijn enorme lichamelijke
kracht en afmeting, een sterke leider. Daarom vermoorden ze Alexander Severus
en zijn moeder Julia Mamaea en roepen Maximinus uit tot keizer. De senaat
verkeert op dat moment niet in een positie om nee te zeggen en accepteert
de benoeming. Ze zijn er echter verre van gelukkig mee. Niet alleen omdat
ze niets te zeggen gehad hebben in de kwestie, maar ook omdat ze Maximinus
zien als een lompe boer zonder beschaving. Dit in tegenstelling tot zijn voorganger
Alexander Severus die door de senaat werd gewaardeerd vanwege zijn wijsheid
en zijn zachtmoedige aard.
Maximinus begrijpt dat de strijd tegen de Alemannen van doorslaggevend belang
is. Zijn voorganger is per slot van rekening vermoord vanwege deze kwestie.
Maar eerst moet hij korte metten maken met diverse interne strubbelingen.
Zo probeert een groep officieren, gesteund door de senaat, om Maximinus van
zijn troepen af te snijden door een brug over de Rijn achter zijn rug te vernietigen
zodat hij niet meer terug kan. Het complot wordt echter op tijd ontdekt en
Maximinus laat de samenzweerders executeren. Dan volgt er een confrontatie
met troepen uit het Oosten (Mesopotamiërs) die de nagedachtenis van Alexander
Severus trouw zijn gebleven en naar de Rijn zijn gekomen om Maximinus te vermoorden.
Zij willen Alexander's vriend Quartinus tot keizer uitroepen. Hun leider,
Macedo, besluit echter op het laatste moment om over te lopen naar de tegenpartij
en doodt Quartinus in plaats van Maximinus.
Beide bedreigingen zijn succesvol uit de weg geruimd, maar ze hebben van Maximinus een wantrouwige ziel gemaakt die niemand meer vertrouwt. Maximinus beseft dat de senatoren zijn grootste bedreiging vormen en laat ze daarom allemaal uit het leger verwijderen. Hij vervangt ze door loyale soldaten die hem veel dank verschuldigd zijn voor deze promotie. Als de interne problemen onder controle zijn, kan hij eindelijk oprukken tegen de Alemannen. Zijn troepen steken de Rijn over en trekken al plunderend en rovend verder tot ver in Duitsland. Een beslissende veldslag vindt plaats in een moeras in het huidige Baden Württemberg. Tijdens de gevechten zou de keizer zelf, tot aan zijn borst, in het water hebben gestaan om zijn soldaten te leiden en aan te moedigen. Ondanks hevige verliezen aan Romeinse zijde, wordt de Alemannen een verpletterende nederlaag toegebracht. Ter ere van zijn overwinning roept Maximinus zijn zoon, die ook Maximinus heet, uit tot Caesar (troonopvolger) en laat hij zijn overleden echtgenote Paulina vergoddelijken.
Zijn volgende stap is om de verdediging langs de Germaanse grens te versterken maar hij wordt al snel weggeroepen vanwege problemen met Dacische en Sarmatische stammen in het Donaugebied. De winter van 235-236 brengt hij door in Sirmium (het huidige Servië) waar hij enkele succesvolle campagnes tegen deze stammen leidt. Je mag dan ook stellen dat Maximinus uitblonk in militair leiderschap. Als keizer was hij echter geen succes. Zijn manier van regeren was teveel teveel gericht op militaire successen en te zeer gefocust op de korte termijn. Om zijn militaire campagnes te financieren, voerde hij de belastingdruk enorm op en confisceerde hij goederen van de bezittende klasse. Hij legde zelfs beslag op de armenfondsen (alimenta). Het mag duidelijk zijn dat dergelijke acties hem onder de bevolking bepaald niet populair maakten.
In het voorjaar van 238, Maximinus verblijft dan nog steeds in Sirmium, bereikt hem het nieuws van een opstand. In Carthago zijn Marcus Antonius Gordianus Sempronianus (Gordianus I) en zijn zoon (Gordianus II) tot keizer uitgeroepen. Maximinus brengt snel een troepenmacht op de been en rukt op naar Italië. De opstand van de Gordianen duurt niet lang, al na 22 dagen, wordt deze neergeslagen door Capellianus, de gouverneur van Numidië. Daarmee was de crisis nog niet bezworen. De senaat, die zich openlijk achter de Gordianen had geschaard, was vastbesloten om een einde te maken aan het keizerschap van Maximinus. Ze benoemen daarom niet minder dan twee nieuwe keizers, Pupienus en Balbinus. De jonge Gordianus III roepen ze uit tot Caesar (troonopvolger). Maximinus moet dus nog steeds vechten voor zijn troon. Met de krachtige Donau legioenen onder zijn commando lijkt hij in het voordeel. Als hij echter arriveert in Emona (Noord Italië), is deze stad volledig verlaten. Alle bewoners zijn, met medeneming van de voedselvoorraden, vertrokken. Het moreel van de troepen daalt op dat moment dramatisch.
Niettemin zet Maximinus de mars voort naar de stad Aquileia. Daar stuit hij op gesloten stadspoorten. Ondanks beloften van amnestie en beloning, weigert de stad hem de toegang. Hij besluit vervolgens de stad te bestormen, de aanval wordt echter afgeslagen en zijn leger leidt zware verliezen. Omdat er geen voedsel is, kan hij niet verder trekken. De volgende stap is daarom een beleg van de stad. Ondertussen is zijn tegenstander Balbienus in Ravenna druk bezig om een leger op de been te brengen. Veel van Maximinus soldaten hebben familie in het gebied dat door de vijand gecontroleerd wordt. Bovendien krijgen ze geen voedsel. De hierdoor zwaar gedemoraliseerde troepen komen op 10 mei 238 in opstand en doden Maximinus en zijn zoon. Hun afgehakte hoofden worden op staken naar Rome gebracht en hun verminkte lichamen achtergelaten voor de wilde dieren. Maximinus is drie jaar keizer geweest, maar heeft gedurende zijn regering Rome niet gezien. Het bericht van zijn dood wordt door de senaat met grote opluchting ontvangen. Enkele maanden later (in de zomer van 238) worden ook Pupienus en Balbienus vermoord en wordt Gordianus III tot keizer uitgeroepen.
Bronnen: