| overzicht staatshoofden | historisch overzicht | Naar homepage

Keizer Macrinus

Klik hier voor een kaart van het Romeinse rijk (Romani Imperii imago, Antwerpen: Plantijn, 1579).

Marcus Opellius Macrinus is geboren in 164 na Chr. in Caesarea, een havenstad in de Romeinse provincie Mauretania Caesariensis. Dus hij was van Noord-Afrikaanse oorsprong. Met betrekking tot zijn afkomst doen twee verhalen de ronde. Het ene zegt dat hij afkomstig was uit een arme familie en dat hij, toen hij nog jong was, zijn kost moest verdienen als jager, koerier en zelfs als gladiator. De andere lezing is dat hij als jongeman rechten studeerde. Dit lijkt een stuk waarschijnlijker gezien zijn benoeming tot rechtskundig adviseur van Gaius Fulvius Plautianus, de machtige prefect van de Praetoriaanse garde onder keizer Septimius Severus.Na de terechtstelling van Plautianus in 205 houdt hij zich onder meer bezig met het financiële beheer van de privé landgoederen van Septimius Severus.

In 212 na Chr. wordt Macrinus door Caracalla (de zoon van Septimius Severus) benoemd tot prefect van de Praetoriaanse garde. In 216 vergezelt hij Caracalla op diens veldtocht tegen de Parthen. Een jaar later in 217, terwijl de strijd nog aan de gang is, krijgt hij de status van consul (ornamenta consularia). Macrinus wordt beschreven als een harde en strenge man. Als rechtsgeleerde gaat hij nauwgezet en grondig te werk. Bij zijn acties als prefect van de Praetoriaanse garde geeft hij blijk van veel inzicht. In zijn privé leven is hij echter overdreven streng en laat hij zijn personeel regelmatig, om het minste of geringste, afranselen.

In het voorjaar van 217 onderschept Macrinus een brief aan Caracalla waarin hij wordt genoemd als een mogelijke verrader. Als hij niet het volgende slachtoffer wil worden van deze gestoorde en moorddadige keizer, dan moet hij iets doen. Hij vindt, in de vorm van Julius Martialis, al snel een geschikte moordenaar. Martialus koestert een wrok tegen Caracalla. Hetzij omdat deze hem een promotie tot Centurion geweigerd had, hetzij omdat Caracalla zijn broer geëxecuteerd zou hebben (de eerste lezing is van de geschiedschrijver Cassius Dio, de tweede van Herodian). Hoe het ook zij, Caracalla wordt op 8 april 217 door Martialis gedood. Als Martialis na de moord probeert te ontsnappen, wordt hij zelf gedood door de wachten van Caracalla. Daarmee verdwijnt de enige getuige van het complot. Macrinus doet alsof hij van niets weet en rouwt om de dood van zijn keizer.

Caracalla sterft zonder erfgenaam. Er is dus geen opvolger. De troon wordt eerst aangeboden aan Oclatinius Adventus die net als Macrinus prefect van de praetorisaanse garde is. Deze vindt zichzelf echter te oud voor de functie. Dan, slechts drie dagen na de moord, wordt de troon aan Macrinus aangeboden. Macrinus zeg "ja" en wordt door de soldaten op 11 april 217 tot keizer van Rome uitgeroepen. Macrinus beseft dat hij, als hij keizer, geheel en al afhankelijk is van het leger aangezien hij aanvankelijk geen enkele steun krijgt van de senaat. Hij is de eerste keizer die daarvoor niet eerst senator is geweest! Omdat Caracalla populair was bij de soldaten, laat hij hem daarom vergoddelijken. De senaat heeft verder weinig keus, en accepteert Macrinus als keizer. Feitelijk zijn ze ook blij dat de zozeer gehate Caracalla het veld heeft moeten ruimen. Macrinus vergroot vervolgens zijn draagvlak in de senaat door enkele van Caracalla's belastingen terug te draaien en amnestie af te kondigen voor politieke ballingen.

Hij maakt echter ook een onverzoenlijke vijand: Julia Domna de vrouw van Septimius Severus en moeder van Caracalla. Ze zal waarschijnlijk wel vermoed hebben welke rol Macrinus speelde bij de dood van haar zoon. Toen Caracalla werd vermoord (zij verbleef toen in Syrië), was ze wanhopig en overwoog zelfmoord. Ze zag daar vanaf toen Macrinus haar liet weten dat ze haar titels kon behouden. Daarna begint ze echter een campagne tegen Macrinus die haar dan opdracht geeft Syrië te verlaten. Ze wordt verbannen naar Rome. Daar aangekomen met de as van haar zoon, pleegt ze zelfmoord door in hongerstaking te gaan. Haar zuster, Julia Maesa, vindt dat Macrinus verantwoordelijk is voor haar dood en zweert wraak.

Ondertussen verliest Macrinus geleidelijk de steun van het leger als hij probeert een einde te maken aan de oorlog met de Parthen die Caracalla ooit begon. Als hij Armenië aan koning Tiridates II (wiens vader Caracalla gevangen had gezet) schenkt, maakt hij geen vrienden onder de soldaten. In 217 valt de Parthische koning Artebanus V Mesopotamië binnen. De legers van Artebanus en Macrinus ontmoeten elkaar bij Nisibis. De slag duurt lang en eindigt onbeslist. In deze periode van militaire tegenslagen maakt Macrinus de onvergeeflijke fout om het soldij van de soldaten te verlagen.

Ondertussen heeft Julia Maesa niet stilgezeten. Zij heeft ervoor gezorgd dat haar 14 jaar oude kleinzoon, Elagabalus, op 16 mei 218 in Phoenicië tot keizer wordt uitgeroepen. Het gerucht, dat Elagabalus in werkelijkheid de zoon van Caracalla was, verspreid zich als een lopend vuurtje. Steeds meer soldaten lopen over van Macrinus naar het leger van zijn uitdager, Elagabalus. Aangezien beide keizers zich op dat moment in het oosten bevinden, heeft Macrinus niets aan zijn sterke legers in het gebied van de Donau en de Rijn. Macrinus probeert zijn tegenstander te verslaan door de cavalerie te sturen onder leiding van zijn praetoriaanse prefect Ulpius Julianus. Ulpius Julianus wordt echter door z'n troepen vermoord en de soldaten sluiten zich aan bij het leger van Elagabalus. Teneinde enige stabiliteit te scheppen, roept Macrinus zijn negen jaar oude zoon Diadumenianus uit tot "Augustus" (medekeizer). In de hoop de steun het leger terug te winnen, draait hij de eerdere verlagingen van het soldij terug en looft hij fikse bonussen uit.

Het tij is echter niet meer te keren en al snel lopen hele legioenen over naar Elagabalus. Uiteindelijk ziet Macrinus zich door de deserties en muiterij in zijn kamp gedwongen om zich terug te trekken. De gouverneurs van Phoenicië en Egypte blijven hem trouw, maar ze kunnen hem niet helpen aan voldoende troepen. Macrinus vecht voor een verloren zaak. Op 8 juni 218 worden zijn legers in Syrië verslagen door een grote troepenmachtonder leiding van generaal Gannys. In de steek gelaten door zijn soldaten probeert Macrinus in vermomming (hij had zijn haar en baard afgeschoren) naar Rome te ontsnappen. Bij Chalcedon aan de Bosporus wordt hij echter herkend door een centurion en gearresteerd. Macrinus wordt teruggebracht naar Antiochië waar hij, 53 jaar oud, ter dood wordt gebracht. Zijn zoon Diadumenianus wordt kort erna ook vermoord. Zolang hij geregeerd heeft, heeft Macrinus Rome niet gezien. Zijn hele regeringsperiode van iets meer dan twee jaar bracht hij door in het midden oosten. Hij wordt opgevolgd door Elagabalus. Daarmee wordt de Severiaanse dynastie in ere hersteld.

 

Bronnen: