| overzicht staatshoofden | historisch overzicht | Naar homepage

Keizer Didius Julianus

Klik hier voor een kaart van het Romeinse rijk (Romani Imperii imago, Antwerpen: Plantijn, 1579).

Marcus Didius Severus Julianus wordt op 29 januari 137, geboren, waarschijnlijk in Milaan. Hij is, zoals dat in deze periode vaker gebeurt, een kind uit een multicultureel huwelijk. De familie van zijn vader komt uit Milaan, zijn moeder komt uit Hadrumetum in Afrika (het moderne Sousse in Tunesië). Didius Julianus wordt grootgebracht in het huishouden van Domitia Lucilla, de moeder van keizer Marcus Aurelius.

Didius Julianus maakt snel carrière via diverse bestuurlijke functies in de provincies. Hij is onder meer assistent gouverneur in Azië en in Africa. In 171 is hij commandant van de troepen aan de Rijn en de Main. Daarna wordt hij benoemd tot gouverneur van Gallia Belgica. De Chauci, Germanen die rond de Waddenzee leven en berucht zijn wegens piraterij, vallen in 173 het huidige Vlaanderen binnen. In tegenstelling tot de gebruikelijke ongeregeldheden gaat het hier om een serieuze invasie. Rond Tournai ontvluchten mensen hun boerderijen, hetzelfde gebeurt in het dorp Velzeke (bij Gent). Arras wordt platgebrand en de steden Thérouanne and Bavay worden grotendeels vernield. Didius Julianus treedt daadkrachtig op, recruteert troepen en richt legerkampen in bij onder meer Maldegem. Hij weet de indringers te verslaan en we moeten aannemen dat hij dat de man is die Marcus Aurelius adviseert om forten te bouwen langs de Noordzeekust. Dit resulteert in een een reeks verdedigingswerken langs de kust van het Kanaal die bekend zullen worden als de litis Saxonicum.

In 175 wordt hij, op 42-jarige leeftijd, consul en vervolgens gouverneur van Dalmatië en Germania Inferior. In Germania Inferior krijgt hij twee legioenen onder zijn bevel en wordt daarmee één van de belangrijkste generaals van het rijk. Intussen is Marcus Aurelius gestorven en is Commodus keizer geworden. Commodus roept Didius Julianus terug naar Rome waar hij tot prefect wordt benoemd en verantwoordelijk wordt gemaakt voor de steun aan weeskinderen. Mogelijk als straf voor een (vermeende) samenzwering of anders om Didius Julianus van zijn troepen te scheiden zodat hij geen gevaar vormt voor Commodus. Later komen we hem weer tegen als gouverneur van Bithyniae en Pontus. Ondanks zijn schitterende carrière krijgt Didius Julianus weinig respect van zijn mede-senatoren. Ze vinden hem te genotzuchtig, te spilziek en te weinig charismatisch. Toekomstige gebeurtenissen zullen hem bovendien aan de kaak stellen als een geboren opportunist.

Na de dood van Pertinax gaat diens schoonvader, de prefect Flavius Sulpicianus, naar het kamp van de praetorianen om zichzelf tot keizer te laten uitroepen. De soldaten tonen weinig enthousiasme voor zijn kandidatuur en besluiten om zelf op zoek te gaan naar een geschikte opvolger. De meeste senatoren hebben zich echter in hun huizen opgesloten in afwachting van het einde van de crisis. Didius Julianus daarentegen, toont zich bereid om mee te gaan naar het kamp waar vervolgens één van de meest onterende vertoningen uit de Romeinse geschiedenis plaatsvindt. Didius Julianus wordt niet toegelaten tot het kamp maar begint vanachter de muur beloftes te doen aan de soldaten. Flavius Sulpicianus, die daar ook nog aanwezig is, biedt vervolgens meer. Zo wordt het keizerrijk als het ware bij opbod verkocht aan de hoogste bieder. Als Flavius Sulpicianus 20.000 sestertiën per soldaat heeft geboden, overtreft Didius Julianus dit bod met 25.000 sestertiën. Daarmee is hij koopman. Hij wordt in het kamp toegelaten en tot keizer uitgeroepen.

De senaat bevestigt (onder bedreiging van de soldaten) zijn benoeming. Zijn vrouw en dochter krijgen beiden de titel Augusta. Als bekend wordt hoe Didius Julianus keizer is geworden, breken er overal in het rijk onlusten uit. In de provincies geven drie gouverneurs, onafhankelijk van elkaar, gehoor aan de oproep van het Romeinse volk en roepen zichzelf tot keizer uit. Het gaat om Pescennius Niger in Syrië, Clodius Albinus in Brittannië en Septimius Severus in Boven Pannonië. Septimius Severus vormt het grootste gevaar omdat hij zich het dichtst bij Rome bevindt. Didius Julianus probeert hem te laten vermoorden, echter zonder succes. Severus' troepen trekken zonder noemenswaardige problemen Italië binnen en rukken op naar Rome.

In Rome tracht Didius Julianus zijn tanende gezag te herstellen door Laetus, de prefect van de praetorianen, te executeren. Hij probeert de stad in staat van verdediging te brengen, maar met weinig succes. Tenslotte sluit hij zich op zijn paleis en de senaat maakt van de gelegenheid gebruik om Septimus Severus uit te roepen tot keizer. De praetoriaanse garde, die wel inziet dat ze anders in een lastig parket zullen geraken, besluit de aanspraak van Septimus Severus te steunen en Didius Julianus ter dood te brengen. Op 1 juni 193 wordt Didius Julianus in zijn keizerlijk paleis door zijn eigen gardisten onthoofd. Hij heeft dan precies 66 dagen geregeerd. Septimius Severus wordt keizer en zet de gehele praetoriaanse garde af. Hij laat de groep soldaten die Pertinax hebben vermoord executeren maar spaart de rest.

Bronnen: