| overzicht staatshoofden | historisch overzicht | Naar homepage

Keizer Antoninus Pius

Klik hier voor een kaart van het Romeinse rijk (Romani Imperii imago, Antwerpen: Plantijn, 1579).

Titus Aurelius Fulvus Boionius Arrius Antoninus wordt op 19 september 86 geboren te Lanuvium (zuidoostelijk van Rome). Zijn vader is Aurelius Fulvus en zijn moeder is Arria Fadilla. De familie van zijn vader is afkomstig van Nemausus (Nîmes) in Gallië. Zowel zijn grootvader, Titus Aurelius Fulvus, als zijn vader waren consuls. Ook zijn grootvader van moederszijde, Arrius Antoninus, was tweemaal consul. Antoninus groeit op in Lorium aan de Via Aurelia waar hij later een paleis zal bouwen. Omstreeks 110-115 trouwt hij met Annia Galeria Faustina (Faustina de Oudere om haar te onderscheiden van hun dochter Faustina de Jongere die later met Marcus Aurelius zal trouwen). Het is een gelukkig huwelijk. Zij sterft echter vrij jong, drie jaar nadat hij Antoninus keizer is geworden. Antoninus eert haar onder meer door een grote hoeveelheid munten te laten slaan met haar portret.

Over zijn leven voordat hij keizer werd, is niet veel bekend. In 120 wordt hij, op 34-jarige leeftijd, consul. Onder Hadrianus vervult Antoninus diverse belangrijke functies in Italië. Van 130 tot 135 is hij proconsul van Azië waar zijn bestuurlijke capaciteiten de aandacht trekken van de keizer. Na de dood op 1 januari 138 van Lucius Aelius Commodus Verus, de beoogde troonopvolger, adopteert Hadrianus op 25 februari de 52-jarige Antoninus als zijn zoon, zodat deze hem kan opvolgen. Voorwaarde is echter dat Antoninus Pius twee jonge mannen adopteert: de ene is de dan 7 jaar oude Lucius Aelius Aurelius Commodus (de latere Lucius Verus). De andere is de 17 jaar oude Marcus Annius Verus (de latere Marcus Aurelius). Antoninus verandert zijn naam in Titus Aelius Hadrianus Antoninus en deelt, tot diens overlijden, de keizerlijke macht met Hadrianus.

Als Hadrianus op 10 juli 138 overlijdt, volgt Antoninus hem op als keizer. Direct na zijn benoeming staat hij erop Hadrianus de eretitel Divus (goddelijk) toe te kennen. Aangezien de Senaat de laatste jaren niet op goede voet stond met Hadrianus, wijzen zij het voorstel af. Antoninus dreigt af te treden als de Senaat zijn voorstel niet aanvaardt. Onder de indruk van zijn loyaliteit geeft de Senaat uiteindelijk toe. Ook maakt hij indruk door degenen die aan het einde van het bewind van Hadrianus ter dood zijn veroordeeld, gratie te verlenen. Om deze redenen besloot de Senaat hem de titel Pius (de "Vrome") toe te kennen. Later stelt de Senaat voor de maand september naar Antoninus Pius te noemen vanwege zijn uitmuntende leiderschap (de maand juli was al genoemd naar Julius Caesar en de maand augustus naar keizer Augustus). Hij weigert deze eer echter pertinent en vanaf die tijd zijn dat soort voorstellen niet meer gedaan en hebben alle maanden vanaf september hun oorspronkelijke namen behouden.

Er is relatief weinig geschreven over deze periode omdat er vrijwel geen oorlogen zijn gevoerd met uitzondering van enkele opstanden in Noord Brittania. Naar aanleiding daarvan wordt de muur van Antoninus gebouwd op zo'n 120 km ten noorden van de muur van Hadrianus. Dit is de enige uitbreiding van het rijk gedurende de regering van Antoninus. Er doen zich ook nog enkele problemen van kleinere omvang voor in onder andere Egypte, Judea en Mauretanië. De belangrijkste gebeurtenis uit deze periode is de viering van de 900ste verjaardag van Rome in de jaren 147 en 148. Het hoogtepunt valt op 21 april 147. Er worden grootse spektakels georganiseerd met wilde dieren waarvan de olifanten wel de meeste indruk maken. Zij worden zelfs als symbool gebruikt voor de viering.

Antoninus gebruikt een deel van zijn eigen vermogen om olie, graan en wijn aan het volk te verstrekken tijdens een hongersnood en geeft hulp bij de diverse rampen die Rome tijdens zijn regering treffen: een grote brand, een overstroming en het instorten van de tribunes in het Circus Maximus. Ook bij branden en aardbevingen in de provincies helpt hij de slachtoffers. Ten aanzien van de Christenen voert hij hetzelfde tolerante beleid als zijn voorganger Trajanus. Hoewel er tijdens zijn regering veel Christenen ter dood gebracht zijn, waaronder de bisschop van Smyrna in 155 of 156, is er geen sprake van openlijke vervolging.

In tegenstelling tot zijn voorgangers Trajanus en Hadrianus, die veel grote bouwwerken hebben opgericht, besluit Antoninus niet zo verkwistend te zijn. Hij vindt echter wel dat hij moreel verplicht is om de werken die zijn opgestart of toegezegd door Hadrianus, af te maken. Zo bouwt hij het Mausoleum van Hadrianus aan de Tiber af en laat hij tempels bouwen voor de vergoddelijkte Hadrianus in de Campus Martius en voor zijn vrouw Faustina op het forum. Ook laat hij de oudste brug van Rome, de Pons Sublicus, het Graecostadium en het Colosseum restaureren.

In maart van het jaar 161 steft Antoninus Pius een natuurlijke dood op 74-jarige leeftijd in zijn paleis in Etruria. Sommige verhalen spreken over voedselvergiftiging door bedorven kaas, maar er is onvoldoende historisch bewijs voor deze bewering. Hij wordt opgevolgd door zijn geadopteerde zonen Lucius Verus en Marcus Aurelius. Kort na zijn dood wordt hij vergoddelijkt door de senaat. Zijn opvolgers richten ter ere van zijn nagedachtenis een kolom van rood graniet op in de Campus Martius. Antoninus Pius was een van de bekwaamste keizers uit de geschiedenis van het Romeinse rijk. Zijn lange regeringsperiode van ruim 22 jaar was een tijd van vrede en welvaart en het keizerrijk kwam tot grote bloei.

 

Bronnen: