| overzicht staatshoofden | historisch overzicht | Naar homepage

Koningin Wilhelmina.

Foto van Koningin Wilhelmina.Wilhelmina Helena Pauline Maria van Oranje Nassau, geboren te 's-Gravenhage op 31 augustus 1880, is het enige kind uit het tweede huwelijk van Koning Willem III met Emma van Waldeck-Pyrmont. Ze wordt in streng isolement opgevoed. Het hof heeft zij in haar memoires gekarakteriseerd als 'de kooi'.

Door het overlijden van haar halfbroer Alexander d.d. 21 juni 1884, wordt ze troonopvolgster. Bij de dood van haar vader, op 23 november 1890, wordt ze koningin. Aangezien ze dan nog minderjarig is, wordt haar moeder, Koningin Emma, aangewezen als regentes. Wilhelmina wordt gekroond op 6 september 1898 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Op 7 februari 1901 trouwde Wilhelmina met hertog Hendrik van Mecklenburg-Schwerin. Dit gebeurde na nogal wat diplomatieke onderhandelingen. Men was bang dat een huwelijk met een al te hoge Duitse prins gevaarlijk zou kunnen zijn voor de onafhankelijkheid van Nederland. Toen al stond Nederland in de schaduw van Duitsland en de Duitse keizer Wilhelm II betreurde het dan ook zeer dat zijn zoons te jong waren om te trouwen. Een huwelijk met haast dynastieke achtergronden was voor hem ideaal geweest om de banden tussen Nederland een Duitsland te bevestigen. Het oog van Wilhelmina werd door haar moeder echter op Hendrik van Mecklenburg-Schwerin gewezen. Deze was van minder hoge komaf en vormde dus geen problemen. Uit dit huwelijk wordt op 30 april 1909 hun enige kind, prinses Juliana, geboren. Prins Hendrik heeft echter vooral belangstelling voor de jacht en voor vrouwen. Hij verwekt zelfs een buitenechtelijk kind. De hoofdcommissaris van de Haagse politie Van 't Sant probeert de schandalen die Hendrik veroorzaakt zoveel mogelijk te verdoezelen, zonodig door het betalen van zwijggeld.

Wilhelmina gelooft in een hecht verbond tussen God, Vaderland en Oranje. Willem van Oranje en koning Willem I zijn haar grote voorbeelden. Tijdens de eerste Wereld Oorlog steunt koningin Wilhelmina fanatiek de Nederlandse neutraliteit. In de jaren '20, als het kabinet sterk bezuinigt op defensie, denkt ze meermalen aan aftreden. Haar precieze invloed op de politiek is moeilijk vast te stellen. Het staat wel vast dat zij in de politiek verre van meegaand is. Vaak kiest zij duidelijk partij, ook in politiek gevoelige zaken. Zo is ze fel gekant tegen Engeland in de Boerenoorlog en zendt ze in 1900 een Nederlands oorlogsschip om de Transvaalse president Paul Kruger naar Europa te brengen. Ook verzet ze zich tegen het herstel van de diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan die in 1925 verbroken werden. Soms gaat Wilhelmina tot aan de grenzen van haar grondwettelijke bevoegdheden. Door categorisch te weigeren, weet ze invloed uit te oefenen op het beleid van de regering. Bijvoorbeeld in 1918 als het kabinet wenst dat opperbevelhebber Snijders ontslagen wordt of in 1924 als ze minister Van Karnebeek belet om diplomatieke betrekkingen met Rusland aan te knopen.

Vanaf de opkomst van Adolf Hitler in Duitsland leeft Wilhelmina in de overtuiging dat een nieuwe Wereldoorlog onvermijdelijk is en dat Nederland er deze keer niet buiten zal kunnen blijven. Omdat zij elk vertrouwen in het opperbevel van de Nederlandse troepen heeft verloren, laat zij in februari 1940 de chef van de generale staf Reynders vervangen door generaal Winkelman. Als de Duitsers in 1940 Nederland binnenvallen vlucht ze naar Engeland waar ze een regering in ballingschap opricht. In Londen wordt Wilhelmina hét symbool voor het Nederlandse verzet. Via radiotoespraken steekt zij de Nederlandse bevolking een hart onder de riem. Ook hecht ze veel waarde aan het contact met de Engelandvaarders.

Gedurende haar ballingschap in Londen krijgt het koningschap voor Wilhelmina meer inhoud, in de vorm van meer politieke macht. Verontwaardigd over de defaitistische houding van minister president De Geer, drijft ze diens ontslag door. Hij wordt opgevolgd door Gerbrandy. Liever nog wil ze een volledig nieuw kabinet, maar Gerbrandy laat het zover niet komen. Gaandeweg vestigt Wilhelmina haar hoop op een nieuw staatsbestel na de oorlog, zonder de oude politieke partijen en met een sterk uitvoerend gezag waarin een vooraanstaande rol zou zijn weggelegd voor de kroon en de leiders van het verzet.

Als ze na de oorlog, in 1945, terugkeert naar Nederland worden de oude verhoudingen echter grotendeels hersteld. Voor Wilhelmina betekent dit een enorme teleurstelling. "Ik ga weg" deelt ze in mei 1948 kortaf mede aan minister-president Beel. De vermoeide koningin wil de viering haar vijftigjarige regeringsjubileum vermijden. Beel en Drees willen echter niet meewerken aan een snelle troonwisseling. Besloten wordt tot een overgangsregeling waarbij prinses Juliana de zaken zal waarnemen en Wilhelmina tot haar verjaardag rust krijgt, om kort daarop af te treden. Op 4 september 1948 doet Wilhelmina in het Paleis op de Dam troonsafstand. Ze wordt opgevolgd door haar enige kind, koningin Juliana. De jaren daarna brengt zij door op paleis Het Loo. Haar laatste openbare optreden is bij de watersnoodramp van 1953, als zij zich (met de haar zo kenmerkende voortvarendheid) onmiddellijk laat overbrengen naar het rampgebied. Wilhelmina sterft op 28 november 1962. Volgens haar eigen wens wordt ze in een witte koets naar de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft gebracht.