| | overzicht staatshoofden | | historisch overzicht | | Naar homepage |
Koningin Juliana
Juliana
Louise Marie Wilhelmina van Oranje-Nassau wordt op 30 april 1909 geboren als
enig kind uit het huwelijk van Koningin Wilhelmina
met Prins Hendrik van Mecklenburg. De geboorte van het prinsesje was zeer welkom,
het huis Oranje zou anders wellicht uitsterven. Op advies van de pedagoog Jan
Ligthart besluiten haar ouders haar in klassikaal verband lager onderwijs te
geven. In de periode 1915-1920 krijgt zij les met enige leeftijdgenootjes in
een klasje op Huis ten Bosch. Koningin Wilhelmina geeft hier zelf godsdienstles.
Omdat de Grondwet bepaalde dat de Prinses op achttienjarige leeftijd in staat
moest zijn haar moeder op te volgen, verliep het onderwijs van de Prinses in
een ander tempo dan bij de meeste kinderen. Na vijf jaar lager onderwijs kreeg
Prinses Juliana privé-les op HBS/Gymnasium niveau. Op 30 april 1927 wordt
Prinses Juliana achttien jaar en grondwettelijk meerderjarig. Twee dagen later
wordt de Prinses door haar moeder ingeleid in de Raad van State.
Van 1927 tot 1930 volgt zij colleges aan de Universiteit in Leiden. Haar studie werd bekroond met een erepromotie tot doctor in de letteren en de wijsbegeerte. Na afloop van haar studie kreeg de Prinses een eigen secretariaat in haar Paleis aan de Kneuterdijk. Ze hield zich weliswaar nog niet bezig met staatszaken, maar vertegenwoordigde het Koninklijk Huis wel bij tal van officiële evenementen. In de crisisjaren komt het Nationaal Crisiscomité tot stand op initiatief van de Prinses. De Prinses volgde haar vader, na diens overlijden in 1934, op als voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis.
Ondertussen maakt het kabinet zich zorgen over het ongehuwd blijven van de Prinses. Op 7 januari 1937 zijn deze zorgen voorbij als zij met de Duitse Prins Bernard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter von Lippe-Biesterfeld trouwt. Bij het Koninklijke Besluit van 8 januari 1937 wordt vastgesteld dat de kinderen van Prinses Juliana de naam Van Oranje-Nassau zouden dragen. Het paar vestigt zich op het Paleis Soestdijk, een vleugel wordt compleet opnieuw ingericht dit was het geschenk van het Nederlandse volk. Prins Bernhard en prinses Juliana krijgen vier dochters, die allemaal worden geboren nog voordat Juliana de troon bestijgt: Beatrix Wilhelmina Armgard (31 januari 1938), Irene Emma Elisabeth (5 augustus 1939), Margriet Francisca (19 januari 1943) en Maria Christina (18 februari 1947). Prinses Maria Christina is door een oogafwijking gedeeltelijk blind. Dit is veroorzaakt door het feit dat Koningin Juliana tijdens haar zwangerschap besmet raakte met rode hond. Prins Bernhard heeft ook nog drie buitenechtelijke kinderen verwekt: twee jongens bij Ann Orr Lewis, zijn minnares in Londen, en een meisje, Alexia, bij Hélène Grinda-Lejeune.
Als de Duitsers in 1940 binnen vallen vlucht het koninklijke gezin naar London, de kroonprinses reist al snel door naar Canada waar ze zich vestigt in Ottawa. Ze zal daar blijven totdat de oorlog voorbij is. Prins Bernhard blijft bij KoninginWilhelmina in Londen als haar adjudant in buitengewone dienst. Hij promoveert tot ereluchtmaarschalk bij de Royal Air Force (RAF) en in 1944 wordt hij bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten (de ondergrondse verzetsorganisaties) en van de Nederlandse Strijdkrachten (de land- en luchtstrijdkrachten). In die laatste hoedanigheid was hij er in mei 1945 bij toen de Duitsers in het Wageningse hotel 'De Wereld' de capitulatie ondertekenden. Na de oorlog, in 1945, vestigt Prins Juliana zich in Breda. Hier werkt ze mee aan een hulpactie voor de bevolking van het noordelijke deel van Nederland, die zwaar onder de hongerwinter had geleden. Koningin Wilhelmina doet op 2 september 1948 troonafstand Juliana volgt haar twee dagen later op. Op 6 september vindt in de Nieuwe Kerk te Amsterdam de inhuldiging als Koningin der Nederlanden plaats. Haar menselijkheid en eenvoud vallen goed bij het Nederlands volk waardoor ze erg populair wordt.
In het eerste jaar van haar regeerperiode wordt de aandacht van Koningin Juliana vooral opgeëist door de Indonesische kwestie. In 1949 tekent zij in het Paleis op de Dam de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden wordt door de Koningin bekrachtigd in 1954; dit Statuut vormt de grondslag voor een samenwerkingsverband voor de drie overgebleven delen van het Koninkrijk: Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. Na Indonesië scheidt in 1975 ook Suriname zich af van het Koninkrijk der Nederlanden. In dat jaar ondertekent Koningin Juliana de Acte van Erkenning van de Republiek Suriname.
Tweemaal in haar regeerperiode is er sprake geweest van een crisis die consequenties had kunnen hebben voor de monarchie: de eerste was de affaire-Greet Hofmans, de tweede de Lockheed-affaire, waarin prins Bernhard verwikkeld raakte. Ook de huwelijken van haar dochters Irene in 1964 en Beatrix in 1966 zorgen voor beroering onder het Nederlandse Volk.
De toestand van prinses Marijke (Christina) is een voortdurende bron van zorgen voor zowel Juliana als Bernhard. Bernhard schakelt daarom in het voorjaar van 1948 de hulp van gebedsgenezeres Greet Hofmans in. Haar aanwezigheid op paleis Soestdijk zorgt in 1956 voor een diepe crisis aan het hof. In een aantal artikelen in Duitse en Amerikaanse bladen verschijnen berichten over Greet Hofmans die door koningin Juliana al een aantal jaren wordt geraadpleegd in verband met de oogkwaal van prinses Marijke. Hofmans zou zich daarbij een aanzienlijke invloed aan het hof hebben verworven. De pacifistisch opvattingen van koningin Juliana zouden onder invloed van Hofmans zijn versterkt. Bernhard verliest zijn geloof in de gebedsgenezeres, maar Juliana blijft Hofmans vertrouwen en het hof deelt zich in tweeën. Een driemanschap bestaande uit Beel, Gerbrandy en Tjarda van Starkenborgh Stachouwer stelt een onderzoek in naar de omstandigheden die tot die buitenlandse publicaties hadden geleid. Als gevolg hiervan worden de relaties tussen het Koninklijk Huis en Greet Hofmans verbroken en wordt de hofhouding gereorganiseerd. Het ontbreken van informatie in Nederlandse media wordt sindsdien vaak aangehaald als voorbeeld van zelfcensuur van de pers.
In 1976 krijgt koningin Juliana te maken met de Lockheed affaire rondom Prins Bernard. De affaire begint in februari van dat jaar met een zware beschuldiging door de president-directeur van de Amerikaanse vliegtuigfabriek Lockheed. Prins Bernhard zou in totaal 1,2 miljoen dollar aan steekpenningen hebben aangenomen, in ruil voor zijn voorspraak bij de aankoop van onder andere de Starfighter F104. Bernhard ontkent aanvankelijk pertinent. Juliana dreigt met troonafstand als het onderzoek zich zal voortzetten. Uiteindelijk concludeert de regering Den Uyl dat de prins zich inderdaad had 'begeven in verhoudingen en omstandigheden die niet aanvaardbaar zijn'. De prins moet terugtreden uit alle posities die tot een verwarring van functies of belangen hebben geleid.Ook wordt de Prins ervan beschuldigd voor de oorlog lid te zijn geweest van de Duitse SS, door ingrijpen van de BVD wordt het onderzoek gestaakt.
Juliana is goed op de hoogte van alle staatszaken en en laat haar autoriteit gelden als ze dat nodig vindt. Ze is niet bang om haar morele opvattingen kenbaar te maken wat soms spanningen met het kabinet veroorzaakt. In 1952 heeft Koningin Juliana een conflict met het kabinet als zij aandringt op gratie voor de ter dood veroordeelde W. Lages. Zij dreigt zelfs met troonafstand waarop het kabinet zwicht. Zij verzet zich vanaf 1950 fel tegen verdere executies van oorlogsmisdadigers. In 1950 verleent ze gratie aan de Duitsers Kotälla, Aus der Fünten en Fischer, deze werden bekend als de drie van Breda. Dit roept hevige protesten op van onder meer kamerleden, de pers, en natuurlijk de Joodse gemeenschap.
Als Koningin blijft Juliana zeer betrokken bij sociale vraagstukken. Die betrokkenheid blijkt onder meer uit haar talrijke bezoeken aan ziekenhuizen, revalidatiecentra, sanatoria, bejaardenhuizen en kindertehuizen. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 worden de provincies Zeeland en Zuid-Holland getroffen door de Watersnoodramp. Koningin Juliana zet zich in voor het verkrijgen van internationale hulp voor de slachtoffers en bezoekt dagen achtereen het rampgebied. Op het internationale vlak hebben vooral de problematiek van ontwikkelingslanden, het vluchtelingenvraagstuk en de zorg voor kinderen over de hele wereld haar aandacht.
Op 31 januari 1980
deelt Koningin Juliana via radio en televisie mee dat zij op 30 april van dat
jaar af zal treden ten gunste van haar dochter Beatrix. Juliana's sociale maatschappelijke
bewogenheid zet zich in de jaren hierna nog voort. Ze zet zich onder meer in
voor de gehandicapten. Sinds eind jaren 1990 leeft de hoogbejaarde (90+) Prinses
een teruggetrokken leven en vertoont zich niet meer in het openbaar. Dit vanwege
haar achteruitgaande gezondheid. Zij overlijdt 20 maart 2004 op 94-jarige leeftijd.
Bronnen: