| | Vorige periode | | Geschiedenis overzicht | | Staatshoofden | | Homepage |

De Romeinen (50 v. Chr. - 400 n. Chr.)
Ca. 50 voor Chr. vallen Caesar en de Romeinen vielen Gallië binnen en veroverden daarbij ook de Nederlandse gewesten. Gedurende zo'n 500 jaar bleef dit gebied een uithoek van het Romeinse Rijk. De Romeinse tijd brengt in de Lage Landen versnelde ontwikkeling: aanleg van wegen, legerplaatsen, villa's (grote boerderijen), met nederzettingen waaruit later onder meer Maastricht, Nijmegen en Utrecht ontstaan. Bloei van landbouw, handel en nijverheid, vooral in de tweede eeuw. De romanisering vond aanhoudend en systematisch plaats, maar de Romeinen hebben hun cultuur nooit helemaal aan de Germaanse stammen kunnen opdringen. Vanaf 47 na Chr. werd de Rijn de grens tussen het Romeinse Rijk en de Germanen.
58
v.Chr.: Julius Caesar verovert de Nederlanden.
Het eerste contact tussen de Romeinen en toenmalige bevolking van West-Europa
vond plaats rond 58 v. Chr. toen Julius Caesar stadhouder werd van de Romeinse
provincie Gallia (zoals een groot deel van West-Europa toen werd genoemd) en
hij van de Romeinse senaat de opdracht kreeg dit hele gebied te onderwerpen.
Dit contact leidde tot vele oorlogen waardoor er allerlei verschuivingen plaatsvonden
in de lokale machtsverhoudingen. In deze periode trokken ook nieuwkomers als
de Bataven en de Kanninefaten langs de grote rivieren ons land binnen.
44
v.Chr.: Julius Caesar wordt vermoord.
Op de Idus (= de 15e) van maart in het jaar 44 v. Chr. wordt Julius Caesar op
de trappen van het senaatsgebouw neergestoken. Na de dood van Julius Caesar
ontbrandt er in Rome een machtsstrijd tussen Marcus Antonius (consul van Caesar),
legeraanvoerder Lepidus en Gaius Octavianus (die door Caesar testamentair was
benoemd als zijn opvolger). Het pleit wordt gewonnen door Gaius Octavianus (de
latere keizer Augustus).
Augustus probeert het Romeinse grondgebied tot aan de Elbe uit te breiden maar
dat mislukt. Nadat twee Romeinse legioenen ten oosten van de Rijn een grote
nederlaag hadden geleden wordt deze rivier de rijksgrens.
15
voor Chr.: nieuwe invallen van Romeinse troepen
Omstreeks 15 voor Christus kwamen er opnieuw Romeinse troepen naar de Nederlanden,
om van hieruit oorlog te voeren tegen de Germanen. Ditmaal werd binnen een paar
jaar tijd het hele Nederlandse gebied bezet. Nederland was een deel van de Romeinse
provincie Germania inferior. Deze liep door Nederland, België en Duitsland.
De hoofdstad van deze provincie was Colonia Claudia Ara Agrippinensium ofwel
Keulen.
9
na Chr.: de slag bij het Teutoburger woud
Drie dagen lang vallen de Germanen, onder leiding van Arminius de Romeinen aan,
daarbij nog eens begunstigd door het slechte weer. Op de tweede dag pleegde
Varus, die de uitzichtloosheid van de situatie onder ogen zag, zelfmoord. Tijdens
de derde dag werden de laatste Romeinse troepen bij Kalkriese, ingeklemd tussen
de uitlopers van het Wiehengebirge en een moerasgebied verslagen. Binnen een
paar uren lieten vrijwel alle Romeinen het leven in een gevecht met de hoofdmacht,
die zich langs de route in een hinderlaag verschuild had.
14
na Chr.: Keizer Augustus overlijdt
Keizer Augustus sierft in 14 n. Chr. tijdens een reis naar Campanië; hij
was 76 jaar oud en had 45 jaar geregeerd. Hij wordt opgevolgd door zijn stiefzoon
Tiberius.
47
na Chr.: de Romeinen verlaten Noord Nederland
In 47 na Christus verlieten de Romeinen het gebied ten noorden van de Rijn.
Die rivier werd toen de grens onder veldheer Corbulo. Vanaf dat moment was het
zuiden van Nederland onderdeel van het Romeinse grensgebied. Een rij van forten,
castella, langs de Rijn bewaakte de grens of limes. Er kwam een Romeins bestuur
en er werden kleine steden gesticht bij Nijmegen en Voorburg.
69/70
na Chr.: De Bataafse opstand.
De Batavieren, een Germaanse stam in het midden van Nederland, komen, onder
leiding van Julius Civilis in opstand tegen de Romeinse bezetters. Civilis veroverde
de Betuwe en omringende plaatsen. Naburige stammen sloten zich bij hem aan,
gevolgd in september door de hulptroepen van Bataven en Caninefaten. In het
voorjaar van 70 sloten ook Gallische stammen zich bij hem aan, met name de machtige
Treviri (uit de omgeving van Trier). De opstandelingen stootten door naar Keulen
(Colonia Agrippina) en Mainz (Moguntiacum). In april 70 stuurde keizer Vespasianus
verscheidene legioenen om de opstand neer te slaan. Nadat deze Trier hadden
ingenomen, besloten de Treviri tot een tegenaanval. Deze mislukte. Keulen keerde
terug onder Romeins gezag. Julius Civilis vluchtte naar Xanten waar hij de omgeving
onder water liet lopen. Hierdoor waren ze in het voordeel maar door verraad
verloren zij opnieuw. Civilis stak zijn hoofdstad Nijmegen in brand en trok
zich terug in de Betuwe. Ook daar hielden de Bataven geen stand. Zij ontruimden
het gebied, dat vervolgens door de Romeinen werd verwoest. De Bataven kregen
genoeg van de strijd en Civilis besloot op te geven. De Rijn bleef de grens
tot de ineenstorting van het Romeinse Rijk in 400 nC. Deze opstand wordt vanaf
de zestiende eeuw gezien als een van de grondslagen van de Republiek ('de Bataafse
mythe').
Circa
200: bloeitijd van de Romeinse periode
De Romeinen leggen goede wegen aan en maakten nederzettingen waaronder Maastricht,
Nijmegen en Utrecht. Maastricht was een van de grootste Romeinse steden in ons
land. Mosa ad Trajectum is de Latijnse naam voor stad aan de Maas. Maastricht
was geen erg belangrijke plaats voor de Romeinen, maar er was wel een Romeins
fort. Ook de landbouw en handel bloeiden op in deze periode.
Ca.
290: Franken vallen het Romeinse rijk binnen
Rond 290 trokken de Franken deze streken binnen, en vestigden zich in het Romeinse
gebied ten zuiden van de Rijn, in het bijzonder rond de Schelde. Meerdere Romeinse
pogingen zich van de Franken te ontdoen faalden. Steden, villa's en forten werden
verlaten.
342:
de eerste Frankische vestiging ten zuiden van de Rijn.
De Romeinen hadden een overeenkomst aangegaan waarbij de Franken zich binnen
het Rijk mochten vestigen.
355:
De Franken krijgen de zuidelijke Nederlanden.
Julianus (de latere keizer Julianus Apostata) geeft de Franken het gebied dat
tegenwoordig Vlaanderen en Zuid-Nederland vormt, als foederati (aan de Romeinen
verbondenen) in bezit. Het duurde echter nog tot ongeveer 400 voordat het Romeinse
leger voorgoed uit Nederland vertrok.
Ca.
400: de Grote Volksverhuizing.
Met het einde van het Romeinse Rijk rond 400 na Chr. heerste in grote delen
van Europa chaos. Stammenverplaatsingen namen toe en groeiden uit tot de Grote
Volksverhuizing. Germaanse invallen in Gallië, grote overstromingen in
het deltagebied. Kleinere Germaanse stammen gaan op in grote: Friezen (noord
en west), Saksen (oost) en Franken (zuid). Het ontstaan van de Romaans-Germaanse
taalgrens - en daarmee de Belgische taalstrijd - houdt verband met deze volksverhuizing.
| | Volgende periode | | Geschiedenis overzicht | | Staatshoofden | | Homepage |